Palmzondag (2008)

A-cyclus · Vasten · Palmzondag · rood

Een verzegeld graf: potdicht gemaakt. De Farizeeën willen niets aan het toeval overlaten. Deze Jezus is dood en moet dood blijven.
Onze liturgie geeft ons vandaag echter een groter overzicht. Er lijkt sprake van twee Jezus-figuren. De koning van de intocht en de lijdende mens die veroordeeld is tot de dood. Deze twee zijn echter één en dezelfde. De wereld staart zich vaak blind op de een of de ander: of je bent de eerst en de voornaamste. Of je bent de underdog, de uitgestotene. Twee posities die niet met elkaar te verenigen zijn. Wie echter het verhaal van Jezus leert kennen, ontdekt het verhaal van zijn koningschap én het verhaal van zijn lijden. Vandaag worden deze twee beelden als het ware in één adem verteld.
De verleiding is groot om je tot één beeld te beperken. Je kunt je optrekken aan de koning en het verlangen koesteren dat de hele wereld deze man als koning zal erkennen en eindelijk zijn macht zal erkennen. Een koning die aan het lijden en aan de onderdrukking een eind zal maken. En wij mogen mee op de vleugels van zijn macht en we zullen eindelijk weer eens maatschappelijk erkend worden en weer groot en sterk zijn zoals vroeger.
Ook kan de verleiding zijn om je op te sluiten in het lijden: we zijn martelaren en de wereld kent ons niet en wij zullen moeten strijden. We zullen geen halfslachtige posities meer kunnen verdragen. Een keuze voor Jezus is ook een keuze voor het lijden en door te lijden dragen we bij aan de verlossing van de wereld.
Beide opties hoe verleidelijk ook, omvatten niet de rijkdom van het evangelie van de visie van het evangelie op de mens. Beide figuren van Jezus ontvangen hun betekenis pas met het feest dat komen gaat: zijn verrijzenis en de zending van zijn Geest. Pasen en Pinksteren. De bejubelde koning en de lijdende dienaar hebben geen van beiden het laatste woord. Langs beide wegen komt het Woord van de Levende God tot ons. Uiteindelijk zal dat Woord van leven dat de Vader tot ons spreekt het laatste en voltooiende woord zijn.
Soms voelen we onszelf de koning te rijk, soms voelen we ons lijdend en slachtoffer. In beide situaties mogen we ons door God geroepen weten, in beide situaties dragen we het beeld van God met ons mee. Nooit zal God ons verlaten. Jezus heeft zich ook aan zijn vader toevertrouwd, zijn eigen leven losgelaten. Koning en lijdende dienaar: ten diepste altijd kind van God.
Mogen wij dat vasthouden in ons leven: kind van Gods levensadem te zijn.
Amen.

Zoeken in Preken Online