Kruiswoord: het is volbracht (2008)

A-cyclus · Vasten · Palmzondag · rood

Het hoort er bij om in deze dagen naar een uitvoering te gaan van een van de gezongen passies, waarvan de Matteus of de Johannes toch het meest bekend is - buiten de vieringen om waren er hier in onze kerk drie kansen,- of naar een uitvoering waar de zeven Kruiswoorden centraal staan, of het Stabat Mater.

Het lijdensverhaal van iedere evangelist trekt de aandacht in zijn dramatische ontwikkeling: de goede mens die het slachtoffer wordt van het ultieme kwaad, ja die zelfs door dat kwaad wordt vernietigd. Een thema zo oud als de mensheid, wie kan zoveel leed met droge ogen aanzien, wie wordt er niet ontroerd als hij hiermee wordt geconfronteerd?

Toch, hoe begrijpelijk ook, en hoe invoelbaar ook, de verhalen die de evangelisten vertellen over de laatste uren van Jezus leven gaan verder dan het oproepen van medelijden en het bespelen van menselijke emoties die opkomen bij het aanschouwen van het leed dat mensen een mens kunnen aandoen. En eerlijk gezegd heb ik het gevoel dat bij veel van de stukken het meer moeten hebben van de muziek die het onzegbare oproept dan van de teksten die dikwijls toch in het slachtofferdenken en medelijden blijven steken.

En dat was ook al zo in de eerste tientallen jaren na Jezus dood, toen de evangelies van Matteus, Marcus en Lucas al bekend waren. Ook toen bestond al het gevaar van een mooie maar met geloofsogen bekeken, oppervlakkige emotie.

Johannes schreef zijn evangelieverhaal juist met de bedoeling om accenten die gevaar liepen te verdwijnen of onvoldoende nadruk te krijgen, nog eens sterk naar voren te halen.
Als er één gedachte is waartegen Johannes zich verzet is het dat Jezus het slachtoffer zou geworden van het kwaad in de wereld; het kwaad dat hem overkwam en dat zijn grootheid erin zou hebben bestaan om er in die omstandigheden dan maar het beste van te maken.

Johannes beschrijft het leven van Jezus, tot op het allerlaatste moment zó dat duidelijk wordt dat Jezus voortdurend de regie houdt. Natuurlijk hebben de machten van de duisternis hun invloed op Jezus, maar alleen omdat hijzelf dat toestaat. Daarmee maakt Johannes ook duidelijk dat het lijden dat Jezus ondergaat niet zomaar aan God mag worden toegeschreven.
We zagen het al eerder in het overdenken van de zeven kruiswoorden: Jezus neemt het lijden op zich, omdat het blijkbaar het gevolg is van zijn keuzes in het leven. Hij geeft zich over, hij laat toe dat hij wordt gearresteerd. Hij probeert niet aan wat op hem afkomt te ontvluchten. Hij dient degenen die hem kunnen veroordelen van repliek, zonder enige onderdanigheid of neiging om hen gunstig te stemmen. Hij blijft opkomen voor de waarheid, zoekt geen tactische opstelling. Haarfijn ontleedt hij tot de kern van de zaak als hij tegen Pilatus zegt: op de vraag: weet je dan niet dat ik alle macht over je heb? U zou geen enkele macht hebben als u dit niet door de hemel was vergund. De zwaarste schuld ligt dan ook bij hem die mij aan u heeft overgeleverd…"

Dat is geen uitspraak van een bang willoos slachtoffer, van iemand die zijn hachje probeert te redden.….Het gevolg: precies de heiden Pilatus laat op het kruis schrijven dat Jezus koning van de Joden is. Hij had het door. En degenen van wie je zou verwachten dat ze Jezus in zijn ware betekenis zouden herkennen bleven blind tot het einde toe….Tot het einde toe de schriften vervullen, tot het einde toe leven voor wat Gods bedoelingen met mensen waren dat was waar het Jezus om ging en Johannes beschrijft dat hoe Jezus dat op een koninklijke wijze heeft gedaan, in het volle bewustzijn waar hij mee bezig was……

Alles wat hem daarbij belemmerde heeft hij afgelegd, tot zijn kleren toe… Het oude verbond afgesloten, het nieuwe voorgoed begonnen als hij zijn moeder toevertrouwt aan zijn meest geliefde leerling…

Alles overziend kan Jezus nu zeggen: alles is volbracht en hij boog het hoofd en gaf de geest. Johannes schrijft niet: gelukkig is het nu allemaal voorbij. Er staat niet: hij liet het hoofd hangen. Er staat niet: zijn adem stokte, maar:‘Alles is volbracht’, God heeft in mij zijn werken kunnen doen, hij boog het hoofd en gaf de geest, actief in vol bewustzijn. Nu kan Jezus het uit handen geven, in de handen van de Vader. Wat er nu gebeurt, is dus geen capitulatie of aftocht; maar een actief overgeven, een schenking, een overdracht, een in-bewaring-geving.

Eerder zei Jezus: ‘Ik zeg jullie de waar­heid: het is goed voor jullie dat ik heenga; want als ik heenga, zal ik de Helper tot jullie zen­den’ (16,7). Het heengaan van Jezus opent de mogelijkheid voor het geven van zijn nalatenschap: de Geest. Hij houdt niets meer voor zichzelf, het leven geeft hij nu uit handen, zijn geest geeft hij: het is volbracht. Zij die in hem geloven, ontvangen die geest (7,39). Mogen wij die mensen zijn.

Zoeken in Preken Online