Het verhaal van de verrijzenis van Lazarus staat wat haaks op wat we gaan vieren met Pasen. Het gaat beide malen over een verrijzenis, maar over twee heel verschillende. Zelf begreep ik dat pas goed op toen ik in Kenia was. De mensen die ik daar ontmoette, verhielden zich zo tot elkaar, dat er eigenlijk niemand doodging. De doden bleven leven. Ze gebruiken alleen hun aardse lichamelijke omhulsels niet meer om aan de hier levenden te verschijnen. Moeders vertelden me vaak dat ze de naam voor hun kinderen doorgekregen hadden van een gestorven voorouder, die tijdens een droom verschenen was, om te zeggen dat het te geboren kind naar haar of hem genoemd moest worden. Enkele studenten probeerden mij er daarom zelfs van te overtuigen dat een lijk geen schaduw werpt. Dat kan het lichaam van een dood iemand niet, omdat het niemand meer vertegenwoordigt.
Het verhaal over Lazarus en zijn tenlevenwekking wordt maar beter helemaal niet met de verrijzenis van Jezus vergeleken. Als we dat toch doen, dan riskeren we dat Jezus’ verrijzenis niets nieuws in deze wereld brengt. Lazarus werd teruggeroepen tot zijn (en ons) oude bestaan. Of hij dat zelf wel graag wil wordt ons niet eens medegedeeld. Marta en Maria willen hem terug, en ze profiteren van hun, en van Lazarus’ relaties met Jezus om dat gedaan te krijgen. Die verrezen Lazarus was natuurlijk wel iets nieuws. Het verhaal is dan ook vol drama, tot en met de lijklucht die we in onze neus krijgen. Maar later is hij weer gewoon doodgegaan. Er wordt zelfs een oude legende over hem verteld hoe hij stierf. In dat verhaal kan de verrezen Lazarus maar niet ophouden in zijn lach te schieten, als hij zijn dorpsgenoten zich over van alles druk ziet maken. Omdat hij de dood aan den lijve gevoeld en meegemaakt heeft, ziet hij haarscherp de betrekkelijkheid van alle dingen: ijdelheid der ijdelheden! Op den duur wordt dat gelach zo onuitstaanbaar, dat het dorp het niet langer neemt. Ze stenigen hem.
Johannes’ verhaal over Lazarus helpt ons wel op een andere manier verder. Op de eerste plaats zegt het iets over de logica van de liefde. Marta wist dat Jezus van Lazarus hield, en dus besluit ze: ‘Als je hier geweest zou zijn, dan zou Lazarus niet gestorven zijn. ‘ Marta is er zeker van dat Jezus hem niet zou hebben laten sterven omdat ze van elkaar hielden. Zeggen wij niet steeds als geliefden tegen elkaar dat onze liefde oneindig - ad infinitum - is?
Het is een logica die ook voor God telt. Als God een individu bemint dan is die persoon onsterfelijk. Dat is de conclusie die de Farizeeën in Jezus’ tijd al getrokken hadden, juist omdat zij Gods liefde niet langer zagen als een liefde voor het volk als een gemeenschappelijk geheel, maar als een liefde voor iedere individuele persoon.
De twee zussen en de omstanders - die ook van Jezus’ vriendschap voor Lazarus weten - krijgen hierin gelijk. Jezus toont zijn vriendschap door Lazarus weer ten leven te wekken. Hij wordt - zonder daar zelf om gevraagd te hebben! - teruggeroepen. Ook hier is in dit verhaal weer een interessant gegeven. Hij is dus na zijn dood nog ergens. Hoe zou hij anders teruggeroepen kunnen zijn?
Het gonst de laatste jaren van de ‘bijna-dood’ ervaringen. Iedereen kent die beschrijving nu wel. Hoe de ‘gestorvene’ zich van het lichaam ziet scheiden, door een tunnel gaat met aan het einde een licht, hoe in dat licht iemand (voor christenen Jezus) verschijnt die meekijkt naar een soort van film van haar of zijn leven, hoe alles vergeven wordt, hoe vrienden en bekenden al staan te wachten, en hoe de ‘bijna-dode’ dan weer terugkeert naar het achtergelaten lichaam. Lazarus moet dat helemaal meegemaakt hebben. Eenmaal terug was er niets veranderd.
Wat hem overkomt is geen Pasen. Met Pasen wordt het oude doorbroken. Pasen betekent een nieuw leven. Het soort leven dat Jezus onder ons leefde. Een leven dat door menigeen die het zag vaak bewonderd werd, maar dat eigenlijk ook onwerkelijk, naïef en veel te goed was. Hoe zou je zo kunnen leven in je relatie tot God, de ander en de wereld? Een heel nieuw menselijk leven, waarin iemand die helemaal zichzelf was, iedereen liefhad. Geen wonder dat men hem kruisigde. Op de eerste paasdag bewees dat leven onsterfelijk en door God gegarandeerd te zijn…