De dood blijft een onbegrijpelijke en niet te verdragen inbreuk op het leven. Er is zoveel geïnvesteerd om in een mens het leven te bevorderen, zoveel liefde en aandacht, scholing, werkzaamheid. Al die zaken die mensen aan mensen verrichten en die je in één woord kunt samenvallen: mens kom naar buiten. Dat krachtige woord van Jezus in het evangelie van vandaag. Mens, laat zien wie je bent, ontplooi je talenten en mogelijkheden, investeer in deze wereld en maak haar tot Gods koninkrijk. Zo doet Jezus vandaag. Marta, kom naar buiten! Maria blijf niet steken in je verdriet alleen, want geen mens, niemand, is bestemd voor de dood maar voor het leven.
“Hier ben Ik”, zegt Jezus, “Ik ben de verrijzenis.” Ik, met deze naam en deze geschiedenis en met veel doodsgevaar voor de boeg. Wie in Mij gelooft, wie zich aan mij toevertrouwt, zal leven, zal aan het licht komen, zal aan zijn angst voorbij leven. En samen gaan ze naar het graf - en ook Jezus heeft het er moeilijk mee - want er is liefde in het spel. Maar het leven is sterker. En ook Lazarus hoort nu dat woord met kracht: “Kom naar buiten, kom in het licht en leef.” Zou Lazarus inspraak hebben gehad? Inspraak in de zo juist voltrokken beweging ‘terug in het leven’? Dat is toch het minste wat je zou mogen verwachten. Het is verdraaid niet niks, als je eerst afscheid hebt genomen. Als je door die donkere poort bent heengegaan en je moet dan terug! Dat geldt voor velen van onze doden. We lezen en horen over ‘bijna-dood-ervaringen’. Veel mensen noemen dat terugkeren in het leven: “is iets mis gegaan.” Want vaak betekent de dood voor mensen: geluk en bevrijding.
Vandaag doet Jezus iets tegen ons gezonde aanvoelen in. Het is immers goed, dat de generaties wisselen, dat er nieuwe gezichten komen en een nieuw elan. Dat onze samenleving op een nieuwe wijze wordt aangepakt! Ik kan me niet voorstellen, dat ze er in Jezus’ dagen anders over gedacht hebben. Dat dit verhaal - eigenlijk een prachtig verhaal van leven uit de dood - toch is opgetekend, betekent dat Jezus iets anders wil zeggen over leven en dood, dat Hij de macht had om naar het lichaam mensen weer tot leven te wekken. “Lazarus is ingeslapen en Ik ga naar hem toe om hem te wekken.” Al vaker heeft Hij, als mensen dood waren, gezegd dat ze sliepen, tegen alle waarneming in. Van het dochtertje van Jaïrus zegt Hij ook: “Ze is niet dood”, maar: “ze slaapt.” Daarmee hebben we een sleutel in handen om dit verhaal te verstaan. Jezus is kind van zijn tijd.
De lichamelijke dood is voor de Joden een natuurlijke noodzakelijkheid. Geen enkel probleem - doodnormaal! Maar de dood, waar de Jood moeite mee heeft, is de dood van het niet meer betrokken zijn hij mensen en dingen, terwijl je nog in je lichaam leeft. Niet meer betrokken bij de grote tradities van Wet en Profeten. Doodzijn is voor de Jood de gerechtigheid aan je laars lappen, de wees en de weduwe aan hun lot over laten. “Ze bekijken het maar, ze zoeken het maar uit, mij niet gezien! : dat is dood. Wegkruipen in je eigen huis en op eigen erf. En de verantwoordelijkheid voor het wel en wee van de samenleving overlaten aan anderen. Dood zijn is naar jezelf toe rekenen. Mensen, die aan de kant staan en met hun mond en hun vinger wijzen naar alles wat er niet deugt, maar er zelf geen hand naar uitsteken. Ingezwachteld zijn ze en zonder daadkracht. “Mens, kom naar buiten”, zegt Jezus, “Ik ben het leven, er is zoveel te doen! Mensen zijn daar buiten en wachten op jou, op jouw liefde, op jouw aandacht.”…