Goede vrienden
Buiten de lengte van dit verhaal is het minste dat je kan zeggen, dat we hier met een werkwaardig verhaal zitten. Voor een keer zitten we niet bij Matteüs die we dit jaar volgen, maar wel bij Johannes. We weten van Johannes dat hij graag schrijft en verhalende vorm, met vragen en antwoorden, dat hij houdt van woorden met een stuk dubbele bodem. Bij wijze van eerste voorbeeld: water dient om je dorst te lessen, maar hier gaat het over “Levend water” waar je nooit meer dorst van krijgt.
Wat we ook moeten weten is dat het tussen de Joden en de Samaritanen helemaal niet botert. Normale Joden als ze van Judea naar Galilea gaan, maken een grote bocht omheen Samaria, want de Samaritanen zijn ketters. Dit ondanks het feit dat een kernpersoon voor alle joden Jacob is en dat de waterput, waarover sprake is, de put van Jacob is. Jezus zal dwars door Samaria gaan.
Je mag ook weten dat dit één van mijn geliefkoosde verhalen in het evangelie is. Heel lang geleden maakte ik een catechetisch boekje (begin van de jaren 70) over de vraag “Wie is Christus”. In het derde deel van dit boekje bleef ik staan bij dit evangelieverhaal.
Je kan dit verhaal analyseren en blijven stilstaan bij de vrouw die op het heetste van de dag water komt putten. Je kan blijven stilstaan bij de betekenis van het water, bij de plaats van de Godsaanbidding en het merkwaardige antwoord van Jezus dat je God overal kunt aanbidden in “Geest en Waarheid”, bij het voedsel waarover Jezus het heeft, bij de betekenis die Jezus geeft aan de velden die wit staan van de oogst. Ik wil daar vandaag omheen wandelen en de ontmoeting als zodanig beschrijven.
Het gaat doorheen alle symbolen die Johannes gebruikt over een vrouw aan de rand van de maatschappij en die misschien daarom genoodzaakt is op de middag water te putten. Ze is te mijden en het is precies met die vrouw dat Jezus in gesprek gaat. Blijkbaar zijn er voor hem geen taboes. Met elkeen gaat hij in gesprek en toont hier in daden dat hij gezonden is naar al wie hulp nodig heeft.
Jezus slaagt erin met haar een gesprek aan te gaan en laat haar geleidelijk ontdekken wie ze is, haar spottende norse houding verandert gewoon in de loop van het gesprek en ze zal in Jezus een profeet, de profeet ontdekken. Meer, ze houdt deze ontdekking niet voor zichzelf maar ze zal naar de stad lopen en zo een flamboyante getuige worden van Jezus, zodanig zelfs dat het volk van Samaria in Jezus de Redder van de wereld gaat erkennen.
Dit laatste is het hoogtepunt van het verhaal. Wie is Jezus? Niemand meer of minder dan de redder van de wereld. In Hem is Gods heil definitief zichtbaar geworden.
Een van mijn mooiste ervaringen in mijn korte onderwijsloopbaan als lesgever waren de leerlingen van de hogere jaren in het beroepsonderwijs. Ik toonde hun een mooie foto van een vrouw in het lang gekleed die met open armen van de put naar de stad loopt en vroeg hen of ze deze foto met het verhaal konden verbinden. De foto zegde hun veel meer dan bladzijden analyses over de constructie, de symbolen van of in dit verhaal. De foto was de samenvatting van het verhaal.
Wat mij het diepste raakt in dit verhaal is dat mensen door de ontmoeting met Jezus totaal andere mensen worden. Vandaag is dit frappant zo met de Samaritaanse vrouw. Eigenlijk staat het evangelie vol van de ommekeer die mensen door de ontmoeting met Jezus meemaken. Soms gaat het over puur lichamelijke veranderingen of genezingen, soms zelfs over de opwekking van iemand die gestorven is en opnieuw tot leven komt, soms gaat het over een tollenaar die alles wat hij teveel heeft gepiekt van de mensen teruggeeft, soms gaat het over Jezus die schrijft in het zand. Maar altijd gaat het over wat Jezus teweegbrengt in mensen: gratis, belangeloos, voor niets. Je kan met een oud woord zeggen: “Jezus is genade voor de mensen”.
Als je nu zelf midden in dit evangelie gaat staan, dan kan je zeggen: “Ik werp geen scheidingsmuren meer op tussen de mensen; ik bid dat Jezus ook die ommekeer in mij kan bewerken; ik heb fundamenteel eerbied voor alle mensen die waar ook ter wereld in Geest en waarheid aanbidden, enz.” Ik hoop en bid dat je door je omgang met mensen mensen echt mag raken, dat mensen, door je ontmoeting met hen, mogen geraakt worden en zoals de Samaritaanse vrouw echt mogen veranderen, nieuwe levenszin of levensmoed mogen vinden, kortom, ik hoop dat je voor de andere genade mag zijn, dat wij voor elkaar en voor de mensen die onze levensweg kruisen, genade mogen zijn. Amen.