3e zondag in de veertigdagentijd A (2008)

A-cyclus · Vasten · 3e zondag van de Vasten · paars

Dorst! Heb jij nog dorst? Ik heb gehoord dat Heineken nog nooit zo’n goed jaar heeft gemaakt, meer omzet, meer winst. De A-merken zitten in de lift. Maar helaas, de prijs van een pilsje gaat ook omhoog, want de grondstofprijzen stijgen.

Nu maak ik me eerlijk gezegd over de prijs van pils of wijn of frisdrank niet zo’n zorgen. Ik zie dat toch als een luxe probleem. Het zal wel gaan als met de benzineprijzen, ze rijden er geen kilometer minder om en zo zullen ze er ook geen druppel minder om drinken.

Waar ik me meer zorgen om maak is het water. Er is meer en meer nood aan goed drinkwater, wereldwijd. Hier in Nederland merken we daar weinig of niets van, maar ook hier beginnen de geluiden te klinken dat we met drinkwater meer zelfbeheersing moeten opbrengen.

Dorst, water … Daar lijkt het vandaag over te gaan in het Evangelie, een vrouw die op het heetst van de dag water komt halen. Hebt u wel eens nagedacht waarom zij daar komt op het heetst van de dag en hoe het komt dat daar maar één vrouw aan die put komt? In de loop van het verhaal, daarom hebben we het ook in zijn geheel gelezen, kom je iets persoonlijks tegen van haar. Jezus zegt: ‘vijf mannen heb je gehad en die je nu hebt, is je man niet’. Echtscheiding kwam ook toen voor. Maar vijf mannen was ook niet gewoon. Deze vrouw vermeed de drukte, ze zocht de gemeenschap niet op, het zou me niet verbazen als ze met de nek werd aangekeken door de andere vrouwen van het dorp.

Zo lijkt dit verhaal een beetje op een ander moment in het Evangelie van Johannes (8, 1-11), de overspelige vrouw, als Jezus tenslotte alleen achter blijft met deze vrouw die uiteindelijk toch niet gestenigd werd, stuurt Jezus haar huis met de opmerking: ‘zondig voortaan niet meer’.

Zo zit Jezus nu aan de put, te praten met een vrouw die in een kwade reuk staat, die de omgeving ontvlucht en met haar zesde man samenleeft, iemand die haar man niet is, waarschijnlijk dus een reeds getrouwde man.

En het gaat over dorst. Wat is de dorst van deze vrouw en dan bedoel ik nu niet gewoon water. Had ze dorst, had ze behoefte aan aandacht? Liefde? Tederheid? Aanwezigheid van iemand? Bestaanszekerheid? Was ze niet zo mooi, mankeerde er iets aan haar lichaam, haar uiterlijk? Kwam ze uit een sociaal zwakke omgeving? Was ze verslaafd, ongeremd, of nam ze wraak op haar omgeving, was ze rancuneus? Waar zit haar dorst, hoe komt het dat geen relatie stand houdt?

En waarom gaat Jezus daar niet op in? Hij noemt het, maar het lijkt alsof Hij er niets mee doet, alsof Hij zo alleen laat zien dat Hij méér ziet en zo ook méér weet en het geen zin heeft eromheen te draaien. Of doet Hij er wel iets mee?

Het is de vrouw die een draai aan het verhaal geeft. Als Jezus iets zegt over die vijf mannen en die ene man die haar man niet is, begint zij over God, over aanbidding, over een heilige plaats op de berg en over Jeruzalem. Heeft dat iets met elkaar te maken? Maakt deze vrouw zelf de innerlijke beweging naar dat wat haar echte dorst uitmaakt of is dit louter vertelkunst van Johannes?

Ik denk dat die twee elkaar niet uitsluiten; deze vrouw ontwijkt misschien wel dit hete hangijzer van die zes mannen, brengt het gesprek op een ander onderwerp omdat ze ontdekt dat Jezus een profeet is. Maar Freud zou zeggen, uit haar onbewuste kiest ze het juiste onderwerp, waar haar echte dorst zit.

Waarom is haar leven zo? Wat doet God met haar, is God er ook voor haar of is God er alleen voor de vrome Joden of de dorpelingen die het zo goed getroffen hebben? Maar ze heeft nog hoop, ze zegt het zelf: ‘Ik weet dat de Gezalfde, de Messias, komt, en wanneer die komt, zal Hij ons alles verkondigen.’

Is dat antwoord van Jezus niet heel bijzonder, zo eenvoudig, zo onomwonden: ‘Dat ben Ik die met u spreekt’.

Dorst. Waar zit onze dorst? Iemand die veel snoept, weet dikwijls dat het ter compensatie is, dat geldt voor roken en alcohol. Compensatie, voor wat? Dat kan van alles zijn. Die compensatie kom je in allerlei dingen tegen, iemand vlucht in het werk, iemand vlucht in de TV, maar ook in porno of gokken of uitgaan en stappen, of computerspelletjes. Het lijkt alsof deze wereld van de compensatie leeft, of onze cultuur en economie er baat bij heeft dat mensen hun diepste honger en dorst niet kunnen stillen, dat hun fundamentele behoefte aan de diepste geborgenheid niet vervuld wordt, want dan willen ze het compenseren door weer iets te kopen, door van baan of huis of auto of zelfs van partner te veranderen. Waar zit de echte dorst van onze maatschappij. Wat zou Jezus zeggen over het vreemde verschijnsel dat onze wereld zoveel water heeft maar dat er te weinig drinkwater is om onze dorst te lessen. Hij zou er ongetwijfeld een profetisch teken in lezen.

Waar zit onze dorst? De vrouw zei: ‘Ik weet dat de Gezalfde, de Messias, komt, en wanneer die komt, zal Hij ons alles verkondigen.’ De vrouw liet haar waterkruik in de steek, liep naar de stad terug en zei tot de mensen: ‘Komt eens kijken naar een man die mij alles heeft gezegd wat ik gedaan heb! ‘Zou Hij soms de Messias zijn?’

Vindt u het geen wonder? De waterkruik is een symbool geworden van haar dorst. Dorst naar menselijkheid, dorst naar God. Ze laat de kruik achter en gaat naar de mensen in het dorp. Ze spreekt over haar verleden, over alles wat er is geweest, ze spreekt met de mensen uit het dorp, en ze vertelt over Jezus: ‘Zou Hij niet de Messias zijn’. Deze vrouw leert Jezus kennen, en door Jezus leert ze zichzelf kennen, durft ze haar leven te zien en onder woorden te brengen, durft ze er met anderen over te praten en kan ze het niet laten meteen aan anderen de vraag te stellen of Jezus niet de Messias zal zijn.

En de Samaritanen, ook zij hebben dorst, ook zij vragen zich af waar hun leven naar toe gaat, ze vragen Jezus twee dagen bij hen te blijven. En hun conclusie is duidelijk: ‘Deze is werkelijk de Redder van de wereld’.

Heb jij nog dorst? Amen.

Zoeken in Preken Online