Leerling blijf je

A-cyclus · Vasten · 3e zondag van de Vasten · paars

Deze tekst wordt in de veertigdagentijd gelezen, maar van vasten of Pasen is hier geen sprake. Die tekstkeuze gaat terug op de antieke Kerk. Toen was de periode voor Pasen de voor­bereidingstijd voor de catechumenen, de geloofsleerlingen die in de paasnacht gedoopt zouden worden. Men las dan cateche­tische teksten uit het Nieuwe Testament. Het verhaal van de Samaritaanse vrouw is daar een schoolvoorbeeld van. Zij be­hoort niet tot de joden, komt onverwachts in contact met Je­zus en leert Hem gaandeweg kennen. Ze voelt heel vlug dat Hij een speciaal iemand is en merkt ietwat ironisch op: ‘Bent u soms groter dan onze vader Jakob?’ Kort daarop noemt ze Hem’ een profeet’ en even verder begint ze zelfs te vermoeden dat Hij de Messias zou kunnen zijn. Ze maakt intussen zelf een hele ommekeer door en ten slotte spreekt zij samen met nog een groep Samaritanen, de christelijke belijdenis uit: ‘Dit is werkelijk de Redder van de wereld.’ Dat is de kern van ons geloof.

Zo werden de doopleerlingen ingewijd in het geloof. Maar ook wie al gedoopt is en in Jezus Christus gelooft, blijft zich levenslang afvragen wie Hij is, niet uit twijfelzucht, maar juist uit gehechtheid aan Hem. Wie liefheeft, wil de geliefde immers beter leren kennen. In zekere zin komt aan die ken­nismaking nooit een einde. Het Johannesevangelie is daar­voor een goudmijn: indringend en uitdagend, eenvoudig en te­gelijk moeilijk toegankelijk. Er valt altijd wat uit te rapen en altijd blijf je zitten met het gevoel dat er zoveel meer m steekt.

De beelden in dat evangelie zijn uiterst sober: brood en wijn, licht en duisternis enzovoort. Hier gaat het voortdurend over water. Dit wordt gezegd in een woestijnachtig land, waar water schaars en kostbaar is, en waar kan gebeuren wat wij, bewoners van het zompige noorden van deze planeet, ons nauwelijks kunnen voorstellen: dat mensen omkomen van dorst. Jezus grijpt die elementaire nood aan om duidelijk te maken wie en wat Hij voor ons is: zo nodig als water. En meer dan dat. Na een frisse slok krijg je toch altijd weer dorst. Maar wie Hem gevonden heeft, hoeft niet meer elders te zoeken. De dorst van het hunkerende leven wordt voorgoed gelest door Hem. Uiteraard staat water hier symbool voor al datgene wat we nodig hebben om echt als mens te kunnen leven. We kunnen het op veel manieren invullen: liefde (met alles wat bij dat grote woord thuishoort), vergeving, sterkte, kracht, ge­luk enzovoort. Kortom, alles wat we zo nodig hebben als wa­ter om ons lichaam in stand te houden. Jezus zegt over dat levend water nog iets heel merkwaardigs: ‘Het water dat Ik hem zal geven, zal in hem opborrelen als een bron van eeuwig leven.’ Dat kan maar over de echte liefde gaan: ‘Ik zal je zo liefhebben, dat je op jouw beurt liefhebbend wordt voor ande­re mensen.’ Dat mogen wij verwachten van de Redder van de wereld…

Zoeken in Preken Online