Levend water

A-cyclus · Vasten · 3e zondag van de Vasten · paars

Een jaar of wat geleden zei ons dit evangelie over levend water niet zoveel. Dat is nu anders geworden. Nu ons drinkwater in ons waterrijk land dubieus van gehalte is geworden, en de sardientjes al voor ze ingeblikt zijn in de olie zwemmen, nu zelfs de wereldzeeën aan het vervuilen zijn, weten we beter dan vroeger wat helder, verfrissend, zuiver, levend water is.

In de Bijbel betekent water nog meer. Het is in een land waar droogte heerst onontbeerlijk om te kunnen leven. Toen het volk van Israël in de woestijn dreigde te sterven van dorst, kwam er water uit de rots. En toen Jezus aan het kruis hing, zei Hij: Ik heb dorst. Of Hij toen zo’n behoefte aan water had, of dat Hij toen zijn behoefte aan water zag als een nog grotere behoefte aan medeleven van de mensen om Hem heen, weten we niet. Maar toen Hij gestorven was na een mateloos lijden, kwam er uit zijn zijde water en bloed. Grote heiligen hebben daar de kerk in gezien toen die nog pril was en zuiver, en vol van Jezus’ geest.

Water doet nog meer. Als je gaat leren zwemmen en je moet voor het eerst het water in, dan deins je terug, dan ben je bang, dan sta je te bibberen niet van kou, maar van angst. Maar als je de slag te pakken hebt en je durft je over te geven aan het water, dan doe je de wonderlijke ontdekking dat het water je draagt, dat het plaats voor je maakt, dat het je omsluit als een andere huid zonder je te benauwen of te verstikken. Dan kun je erin bewegen zoals je wilt. Het geeft je rust. Het verfrist je.

Aan die ervaring moeten we denken als Jezus zegt: als je levend water zoekt, waarom vraag je het dan niet aan Mij?

Wat bedoelt Hij daarmee? Die Samaritaanse vrouw begreep het aanvankelijk niet. Die dacht dat Jezus het water uit die put bedoelde. Maar daar heeft Hij het niet over. Hij bedoelt zijn heilige Geest. Want elders zegt Jezus: ik zal jullie niet als wezen achterlaten, ik zal je de helper sturen, de heilige Geest. Dat is het levende water: zijn Geest, zijn Mentaliteit, zijn Levenshouding.

Dat is het water waar we in moeten durven springen. Wij moeten in zijn Geest durven duiken, er in plonzen. Daar is moed voor nodig, precies als wanneer je voor het eerst gaat zwemmen. Want als je op het punt staat dat je in zijn Geest moet duiken, als je iemand vergeving moet schenken, dan deins je terug, dan heb je duizend-en-één bezwaren. Maar zijn Geest vraagt dat. En als je het doet is het net als bij het zwemmen: dan merk je dat het je niet verstikt, dat het niet bedreigend is, dat je er niet minder van wordt, dat je er niet kleiner door wordt, maar dat het juist heerlijk is. Dan voel je je omvat door die Geest, dan draagt die Geest je, dan geeft die Geest je een geweldig gevoel van frisheid, van nieuwheid, van helderheid.

In zijn Geest durven duiken. En zijn Geest is een geest van geloof en vertrouwen. Als we bang zijn, als we ziek zijn, als we angst hebben voor de toekomst, moeten we durven te duiken in zijn Geest van godsvertrouwen en geloof; die twee kun je niet uit elkaar halen. Maar als we dat durven, als we ons overgeven aan dat vertrouwen dan merk je hoe verkwikkend het is. Dat is heerlijk, dat is genezend.

Een blij geloof is het beste medicijn voor zieke en gezonde mensen…

Zoeken in Preken Online