Verhalen beklijven. Goede en goed vertelde verhalen worden onthouden. Ze maken geschiedenis. Ze maken cultuur. Mensen blijven overeind omdat verhalen hen diep hebben geraakt. Je kunt de kracht van verhalen moeilijk overdrijven. Dat de bijbel op dat punt meesterlijk is, behoeft geen betoog. Hij staat vol met verhalen die eeuw na eeuw het hartgeheugen van duizenden mensen hebben geboetseerd. Parabels doen dat ook. Ze geven te denken: in te vullen door de luisteraar.
Van Sint-Jan wordt gezegd dat hij geen verhalen heeft. Zijn evangelie zou een script zijn zonder parabels. Toch heeft ook hij verhalen, ontmoetingsverhalen. Het zijn ontmoetingen met tekst en uitleg erbij, met veel gesprekken en discussies. Daardoor zijn bij hem verhalen ook lang. Zoals vandaag de ontmoeting met de Samaritaanse vrouw, Op het middaguur bij de waterput, bij de put van Jakob.
De vrouw stelt een vraag. Zeg niet dat ze een probleem heeft en dat ze voor zichzelf naar een oplossing zoekt. Dat is te schraal. Zij stelt de vraag die ieder Godzoekend mens zich stelt: waar zijt Gij te vinden? Zij stelt in ons aller naam de Godsvraag. Moet een mens echt in Jeruzalem zijn geweest om God te vinden? Ze wil weten of ze verhuizen moet om haar hart kwijt te raken aan God. Ze heeft haar religieuze hartkwaal - sorry voor de uitdrukking - al op vijf adressen voorgelegd en uitgetest. Nergens gaf iemand het antwoord dat ze zocht. En nu biedt de zesde ‘dokter’ ook de genezing niet.
Ze heeft het al op zovele adressen beproefd. Waar zal ze eindelijk God ervaren? Is ze nu bij Jezus aan het juiste adres? Bijbels gezien is Hij niet toevallig de zevende! Vindt ze bij Jakobs put de ware Jakob? Niet amoureus te lezen, graag. Zij is geen slet en Jezus is niet de helderziende die haar avontuurtjes doorheeft. Jezus heeft haar religieuze vraag door. Die vrouw wil bidden. Zij wil weten of er iemand is die haar de plaats aan kan wijzen. Wie dat kan zal voor ieder mens van God gezonden zijn. De messias. Dat verwacht ze.
En Jezus zegt daarop een ontwapenend en bevrijdend woord. De mens moet het niet op een bevoorrechte plaats gaan zoeken. Hij kan God daar vinden waar hij Hem oprecht zoekt. Voor ieder mens is de put van Jakob op zijn eigen huisnummer. Wie God ver van huis gaat zoeken, vindt misschien een vreemde god, een spektakelgod, een sensatiegeloof. Maar Sint-Jan laat Jezus zeggen, dat God binnen handbereik is, ’s ochtends, ’s middags, ‘s avonds en ook ‘s nachts. In elk geval ook buiten de kantooruren. Altijd… als je Hem van harte zoekt.
Met deze boodschap gaan wij naar Pasen toe. Waarom moest die man die God zo toegankelijk had gemaakt door mensen worden verwijderd? Wij krijgen veertig dagen om deze onwil of dit onverstand van mensen te begrijpen.
Deze vrouw zou zijn doodsvonnis niet hebben ondertekend. Zeker weten! Het was te mooi wat Hij had gezegd…