Waar zijt Gij te vinden?

A-cyclus · Vasten · 3e zondag van de Vasten · paars

Verhalen beklijven. Goede en goed vertelde verhalen wor­den onthouden. Ze maken geschiedenis. Ze maken cultuur. Mensen blijven overeind omdat verhalen hen diep hebben geraakt. Je kunt de kracht van verhalen moeilijk overdrijven. Dat de bijbel op dat punt meesterlijk is, behoeft geen betoog. Hij staat vol met ver­halen die eeuw na eeuw het hartgeheugen van duizenden mensen hebben geboetseerd. Parabels doen dat ook. Ze geven te denken: in te vullen door de luisteraar.

Van Sint-Jan wordt gezegd dat hij geen verhalen heeft. Zijn evangelie zou een script zijn zonder parabels. Toch heeft ook hij verhalen, ont­moetingsverhalen. Het zijn ont­moetingen met tekst en uitleg erbij, met veel gesprekken en discussies. Daardoor zijn bij hem verhalen ook lang. Zoals vandaag de ontmoeting met de Samaritaanse vrouw, Op het middaguur bij de waterput, bij de put van Jakob.

De vrouw stelt een vraag. Zeg niet dat ze een probleem heeft en dat ze voor zichzelf naar een oplossing zoekt. Dat is te schraal. Zij stelt de vraag die ieder Godzoekend mens zich stelt: waar zijt Gij te vinden? Zij stelt in ons aller naam de Gods­vraag. Moet een mens echt in Jeru­zalem zijn geweest om God te vin­den? Ze wil weten of ze verhuizen moet om haar hart kwijt te raken aan God. Ze heeft haar religieuze hartkwaal - sorry voor de uitdruk­king - al op vijf adressen voorge­legd en uitgetest. Nergens gaf iemand het antwoord dat ze zocht. En nu biedt de zesde ‘dokter’ ook de genezing niet.

Ze heeft het al op zovele adressen beproefd. Waar zal ze eindelijk God ervaren? Is ze nu bij Jezus aan het juiste adres? Bijbels gezien is Hij niet toevallig de zevende! Vindt ze bij Jakobs put de ware Jakob? Niet amoureus te lezen, graag. Zij is geen slet en Jezus is niet de hel­derziende die haar avontuurtjes doorheeft. Jezus heeft haar religi­euze vraag door. Die vrouw wil bid­den. Zij wil weten of er iemand is die haar de plaats aan kan wijzen. Wie dat kan zal voor ieder mens van God gezonden zijn. De mes­sias. Dat verwacht ze.

En Jezus zegt daarop een ontwape­nend en bevrijdend woord. De mens moet het niet op een bevoor­rechte plaats gaan zoeken. Hij kan God daar vinden waar hij Hem oprecht zoekt. Voor ieder mens is de put van Jakob op zijn eigen huis­nummer. Wie God ver van huis gaat zoeken, vindt misschien een vreem­de god, een spektakelgod, een sen­satiegeloof. Maar Sint-Jan laat Jezus zeggen, dat God binnen hand­bereik is, ’s ochtends, ’s middags, ‘s avonds en ook ‘s nachts. In elk geval ook buiten de kantooruren. Altijd… als je Hem van harte zoekt.

Met deze boodschap gaan wij naar Pasen toe. Waarom moest die man die God zo toegankelijk had ge­maakt door mensen worden verwij­derd? Wij krijgen veertig dagen om deze onwil of dit onverstand van mensen te begrijpen.

Deze vrouw zou zijn doodsvonnis niet hebben ondertekend. Zeker weten! Het was te mooi wat Hij had gezegd…

Zoeken in Preken Online