In dit evangelie staat een zin, die me altijd zeer veel te denken geeft. Het is een losstaande zin, hij is eigenlijk voor het verhaal niet nodig en toch ben ik er zeker van dat de evangelist Johannes bewust een diepe symbolische betekenis in die zin gelegd heeft: ‘De vrouw liet haar waterkruik in de steek'.
Wat moet er bij die vrouw gebeurd zijn dat ze haar waterkruik bij de bron liet staan? In dat land van zand en zon behoren water en waterkruiken tot de kostbaarste bezittingen. Een waterkruik laat je niet zo maar staan, hoe moet je anders water halen, dat je geen dag missen kunt? Wat deze vrouw doet is vreemd.
Eigenlijk is alles vreemd wat deze vrouw doet. Het is vreemd dat een vrouw op het hete middaguur, onder de brandende zon water gaat halen. Zoiets doe je in de koelte van de morgen of bij zonsondergang. Het is heel vreemd dat die vrouw alleen naar de bron gaat, dat doe je samen met alle vrouwen van het dorp, dat is veiliger. Waarom gaat die vrouw alleen, mijdt zij het gezelschap of wordt ze door anderen gemeden? Misschien wel het een en het ander, want het leven dat ze leidt is ook maar een vreemd leven, vijf mannen heeft ze al gehad en de man met wie ze nu leeft, is haar man niet. Zij leed wel aan een vreemdsoortige dorst, die haar in alle richtingen uiteenrukte. Zo gaat dan die vrouw alleen op weg met haar lege kruik op haar hoofd. Ze raakt van het ene avontuur in het andere om haar kruik toch maar te kunnen vullen. Jezus zit bij de bron en vraagt haar: ‘Geef Mij te drinken’. De vrouw verwondert zich: ‘Hoe kunt Gij als Jood mij te drinken vragen?’ Dan probeert Jezus haar duidelijk te maken hoe leeg en onvervuld haar bestaan is. Zittend bij de bron zegt Jezus dan: ‘Als gij enig begrip zoudt hebben van de gave Gods en wie het is die u zegt: geef Mij te drinken, dan zoudt gij aan Hem te drinken vragen en Hij zou u levend water geven'.
Jezus geeft geen putwater, dat telkens weer dorstig maakt, maar de gave van de Geest, die de diepste dorst van de mens naar eeuwige dingen kan stillen. Die vrouw begrijpt dat Jezus anders is. Zou Hij misschien de Messias zijn? Met deze vraag loopt ze terug naar het dorp, waaruit ze nog maar juist stil is weggeslopen. Dan staat daar die lege kruik bij Jezus aan de bron. Die achtergelaten kruik op de rand van de bron zegt ons meer dan een preek kan zeggen. Zij weet dat haar kruik bij Jezus in veilige handen is, Hij heeft haar immers niet gekwetst, niet vernederd, toen haar verleden werd blootgelegd. Die vrouw kon haar kruik gerust achterlaten bij de bron; het water waarmee zij zolang te vergeefs gehoopt had haar dorst te kunnen lessen, had zij niet meer nodig. Jezus zelf was voor haar een bron geworden van levend water.
Bij dit evangelie heb ik altijd de indruk dat ik zelf bedoeld ben met die vrouw. Ook wij lopen dikwijls rond met een lege kruik in onze handen en zoeken onze dorst te lessen met zout water, dat ons hart steeds dorstiger maakt. De klacht van de profeet geldt ook voor ons: ‘Mijn volk heeft een dubbele misdaad begaan: ze hebben Mij, de bron van levend water, verlaten en ze hebben zich putten gegraven in de woestijn die geen water kunnen behouden’. Hoe leeg en onvervuld blijft vaak ons bestaan, wij zoeken ook vaak surrogaatgeluk in bezit, rijkdom of plezier.
Als Gij de gave Gods zoudt kennen… wie leeft vanuit de Geest van Jezus, die hoeft geen troebel, stilstaand water te drinken, die ontdekt in zich zelf een bron van levend water, die ononderbroken opborrelt vanuit zijn diepste zijn.
Deze vastentijd is een weg naar de bron. Zouden wij onze kruiken ook niet laten staan bij de bron die Jezus is en Hem vragen: ‘Geef mij van dat water, waardoor ik geen dorst meer krijg’. In deze eucharistieviering willen wij ons dorstig hart verzadigen met de Geest van Jezus, zodat stromen van levend water uit ons binnenste zullen stromen om ook de dorst van andere mensen te lessen. Ja, die achtergelaten kruik bij de bron kan veel betekenen…