3° Zondag Vasten A (2011)

A-cyclus · Vasten · 3e zondag van de Vasten · paars

Conrad Hilton. Michael Wilding. Mike Todd. Eddie Fisher. Richard Burton. Nog een keer Richard Burton. John Warner. Larry Fortensky. “Jezus zei haar: Dat zegt ge terecht: ik heb geen man; want vijf mannen hebt ge gehad, en die ge nu hebt is uw man niet. Wat dit betreft hebt ge de waarheid gesproken.” Dat het dus nog extremer kan (zéven mannen, acht huwelijken) heeft Elizabeth Taylor in haar leven laten zien. Afgelopen woensdag stierf ze, de vedette van het witte doek en mannenverslindster, 79 jaar oud.

Waarom is dat, dierbare gasten en parochianen? Waarom houden mensen het niet met elkaar uit? Waarom “vinden ze het niet” bij elkaar? Waarom gaat het voorbij? Waarom gaat liefde voorbij? Het evangelie van deze derde zondag in de veertigdagentijd brengt mij tot de hypothese: Dat is omdat er iets mis is met de bron die mensen hebben in zichzelf. Jezus spreekt daarover. Hij zegt: “het water dat ik zal geven, zal in hem (of haar) opborrelen als een bron van eeuwig leven.” Wat bedoelt Hij met dat water, dat levende water waar je nooit meer dorst van krijgt? Ongetwijfeld heeft het te maken met liefde, met liefde die mensen hopen te krijgen in hun leven en die ze met name zoeken bij en verwachten van een partner - die dan echter dat verlangen lang niet altijd kan verzadigen. Mensen worden in hun verlangen naar liefde gefrustreerd, blijven onbevredigd en blijven zoeken naar “de ware”. Maar de vraag is: kan een mens wel geven wat jij verlangt en zoekt? Zijn mensen niet verkeerd bezig wat dat betreft? Ik denk, veelgeliefden: om dat soort vragen gáát het daar op de rand van die put, daar bij die bron, in de communicatie tussen Jezus en die Samaritaanse vrouw. Waar het om gaat, dat is om haar én ons verlangen naar liefde.

Jezus heeft het in dat verband over een bron in jezelf. Hóe is het met die bron in jou gesteld? Héb jij ook die bron? Of heb je die niet? Ervaar jij zoiets in jouzelf? Of ervaar je zoiets niet? En als je die bron ervaart, hoe staat het er dan mee? Stroomt de bron rijkelijk en overvloedig, continu? Is jouw ziel als een rijkbesproeide tuin, als een drassig landje? Of hapert de bron soms? Vloeit er nog wel iets? Is de zaak niet opgedroogd? Of dreigt dat te gebeuren? En kun je er iets aan doen, als dat zo is; als inderdaad die bron in jou dreigt te verdrogen óf als je zegt: een bron, in mij? - niet dat ik weet ?

De heilige schrift, vandaag, is unisono: in de ontmoeting met Gód, met Jézus (voor ons is dat één en hetzelfde) “gebeurt het”. In de eerste lezing, uit het boek Exodus: Mozes is in gesprek met God. En hij hoort, Mozes: “Sla op de rots”. En het water vloeit. En de Samaritaanse in gesprek met Jezus: Haar hele leven is ze al op zoek naar echte liefde, naar ware liefde. Maar de liefde die ze heeft gevonden bij al die mannen (denk aan Liz Taylor); telkens raakt die liefde op, zoals het water in de kruik. Maar Jezus maakt nu iets los in haar. Hij ontsluίt in haarzelf de bron waarover Hij spreekt. De waterkruik die ze achterlaat bij de bron is daarvan het prachtige beeld. Die kruik heeft ze niet langer nodig. Er is een einde gekomen aan haar Sisyphus-arbeid, aan haar moeizame en uitputtende zoeken naar liefde. Voortaan is ze geen dorstige grond meer die om liefde smeekt en die er nooit genoeg van krijgt en heeft. Nee, nu is ze inderdaad zelf een bron geworden waarin het water van de liefde altijd stromen zal. Want: ze heeft nu de liefde in persoon ontmoet. Voortaan zal Hij in haar wonen en leven. De vrouw gaat naar de stad om de mensen en om ook ons ervan te vertellen. Zij moeten het ook weten. Wίj moeten het ook weten. Zij moeten die liefde ook vinden. Wij moeten die liefde vinden. De apostel Paulus, in de tweede lezing, uit de brief aan de christenen van Rome, schrijft: “Jezus Christus onze Heer (…) is het die ons door het geloof de toegang heeft ontsloten (die de bron heeft ontsloten) van de genade waarin wij staan (…)” “Gods liefde is in ons hart uitgestort door de heilige Geest die ons werd geschonken.” Liefde. Genade. De Geest. Het levende water. Pijlen zijn het die allemaal dezelfde kant op wijzen.

Wie zijn of haar hoofd en hart bij Hem, bij de Heer, bij Jezus houdt die zal die levende bron, die zal die volheid van leven ervaren. Ik ben daar van overtuigd en het is ook mijn ervaring: als ik bij Hem blijf, dan stróómt het in mij. Maar ja, hoe doe je dat: bij Hem blijven ? Makkelijker gezegd dan gedaan. De kerk heeft er vanouds haar middelen voor. Wij noemen dat “de genademiddelen”. Bidden, vasten en het geven van aalmoezen. Dat zijn ze. En bovenal: de viering en de beleving van de sacramenten, waarvan de viering van de Heilige Eucharistie het belangrijkste is. Jezus en de Samaritaanse vrouw ontmoeten elkaar “ongeveer (op) het zesde uur”, “rond het middaguur”. Dagelijks kunnen wij hier in deze kerk rond datzelfde uur de Heer ontmoeten in de viering van de heilige Eucharistie. De Heer zelf maakt ons daarin telkens opnieuw bewust van die bron, Zijn bron, in ons. En Hij geeft een impuls aan het stromen ervan. Ik merk altijd: Mij doet het goed. Hίj doet mij goed, daarin.

Liz Taylor is dood. Ik hoop dat ze de grote liefde nu vindt of gevonden heeft. God hebbe haar ziel. En moge Hij ook de onze hebben, hier en nu en tot in eeuwigheid. Amen.

Zoeken in Preken Online