inleiding
Na de beproeving en de loutering in de woestijn, begint Jezus met veel enthousiasme zijn predikatie in de streek van Galilea. Hetgeen Hij verkondigt grijpt vele mensen in het hart. Zieken, zondaars en mensen in de marginaliteit ervaren hiermee een ware bevrijding van hun zorgen en ongerustheid.
Op weg naar Jeruzalem heeft hij een voorgevoel dat zij hem daar zullen uitstoten. En heel onvoorzien laat Hij zijn vrienden een opbeurende ervaring meemaken. Terwijl Jezus op een berg gaat bidden, verandert Hij van gedaante. Zijn drie vertrouwelingen ervaren iets heel bijzonders en krijgen door Hem een Godservaring: zij ervaren Jezus als de Zoon van God.
homilie
Geloof en vertrouwen in iemand kan men niet bewaren als er van tijd tot tijd geen tekens zouden zijn om ons te bevestigen. Abraham vraagt een teken aan God omdat hij niet kan geloven dat er toekomst zou zijn voor zijn nageslacht (Gn 12,1 sq). En de leerlingen van Jezus hebben een bijzondere ervaring nodig om hun geloof in Hem te bewaren.
Abraham, de nomade, bevindt zich in een ongekend, vreemd en ver land. God heeft hem daar naar toe geleid of eigenlijk verleid, door de belofte dat dit het thuisland voor zijn volk zou worden. Maar van de belofte dat hij een groot nageslacht zal krijgen – zo talrijk als de sterren aan de hemel! –is nog niets terechtgekomen. En de Bijbel zegt: “hevige angst en duisternis overviel hem…(Gn 15,5)
In zo’n situatie bevinden zich ook de leerlingen U moet zich dat concreet voorstellen. Vlak voordat ze met Jezus de berg opgaan, vertelt Hij hen dat hij een voorgevoel heeft dat hij gevangen genomen zal worden en gedood. Dat bracht een geweldige schok onder hen. Want laten we toch niet vergeten dat ze alles hadden opgegeven om in een avontuur te stappen. Nu ze dit moesten horen is het niet verwonderlijk dat ze in alle stilte begonnen te denken dat het misschien toch beter zou zijn het maar op te geven, of ze Hem maar niet beter alleen op die gevaarlijke en doodlopende weg moesten laten gaan…
Abraham en de leerlingen worden beproefd en hun geloof wankelt. Blijkbaar bestaat geloof niet zonder dat het telkens bevraagd wordt, telkens opnieuw verworpen en bevestigd wordt.
Abraham ontvangt een teken in de nacht. Men zou kunnen opwerpen dat het maar een droom was, dat het subjectief was. Ja natuurlijk is dat subjectief. En dan? Alsof daar dan alles mee zou gezegd zijn. Voor hem was dat voldoende. En voor de leerlingen ook.
In de moslimstad Meulaboh op het eiland Sumatra was een antichristelijke verbod uitgevaardigd om kerstmis te vieren. De vierhonderd christenen van de stad mochten alleen hun kerstviering houden op een heuvel buiten de stad. Wat ze dan ook deden. Toen de volgende morgen de tsunami toesloeg, ontsnapten de christenen op de heuvel aan de ramp. De stad Meulaboh zelf, werd voor meer dan tachtig procent verwoest en ongeveer 40.000 van de 50.000 inwoners kwamen om. Vele moslims zijn daar nu van mening dat de God van de christenen hen heeft gestraft, omdat zij de viering van het Kerstfeest verboden hadden. Geen enkele christen stierf, terwijl tienduizenden moslims in Meulaboh om het leven zijn gekomen.
Ook dat is subjectief. Wie kan dat ontkennen? Het is bijna een bijbels verhaal, amper twee maanden geleden voorgevallen. Maar het goddelijke komt altijd langs het menselijke tot ons, het zou niet anders kunnen en echt bewijzen hebben die mensen daarvoor niet nodig.
Maar terug naar het van vandaag. De leerlingen mogen met Jezus de berg op. Een berg in de Bijbel is een bijzondere plaats, het brengt de mensen dichter bij God, dichter bij de hemel waar men veronderstelde dat God zijn woonplaats heeft. Wie een berg beklimt trekt zich terug uit de wereld van alledag, men kan er als het ware beter van op afstand zien hoe het leven er uit ziet. Men ziet dieper en verder.
Ze zien er door wie en door wat Jezus gedragen wordt. Dat Hij te midden van de Profeten (Elia) en de Wet (Mozes) stond en dat de lijdensweg die Hij moest gaan, de enige weg is waarlangs Gods belofte van toekomst zich kan vervullen. Hij onthulde zo de diepere samenhang der dingen.
En die zekerheid, die kennis wilden de leerlingen vasthouden. Elia en Mozes mochten hen niet verlaten en ze wilden voor hen hutten bouwen. Ze wisten nog niet dat geloofszekerheid niet kan vastgelegd worden in hutten, niet te vangen zijn in beelden, in amuletten, in tabernakels en in dogma’s. Geloofservaringen zijn geen bewijzen die een ander kunnen overtuigen. Het zijn tekens.
En tekens worden doorverteld. Ze gaan voorbij. Men gelooft ze of men verwerpt ze. De leerlingen moesten terug de berg af, terug naar beneden, naar het leven van alledag. Maar ze bewaarden de herinnering aan een weids uitzicht, de ruimte waarin hun leven zich afspeelt. En wellicht kan die herinnering helpen als de weg opnieuw moet bepaald worden.
Ervaringen kunnen ons diep grijpen zonder dat wij weten waarom. Ze zijn intiem en je kunt het niet van de daken schreeuwen. Je kunt ze alleen maar in het hart bewaren, met veel schroom, net als de leerlingen.
Ik heb dan ook mijn twijfels aan geloofsleurders die over het goddelijke spreken alsof ze over hun sloffen of sokken bezig zijn. Zo van: “Halleluja, weet je dat Jezus je bevrijd heeft?” of iets in die trant. Met grote schreeuwerige aanplakaffiches of een megashow op de televisie. De bruid en de bruidegom sluiten de deuren als ze in de intimiteit zijn…
Je weet nooit wanneer die geloofservaringen gaan komen en ze komen ook geen tweemaal. Je kunt ze dus mankeren, je kunt er naast zien. Je herkent ze maar als ge u open zet voor de Schepping en als je de moed hebt de “berg te beklimmen” of de “woestijn in te gaan”. Ervaringen die geen bewijzen zijn voor het bestaan van God, geen bewijzen van een groter geheel of van een toekomst die ons toekomt. Maar ze helpen ons wel het geloof te bewaren als wij door de onzekerheid heen moeten en ze helpen ons de goede koers te bewaren.
Laten we proberen vanuit deze viering vandaag die tekens en ervaringen goed in het oog houden!