Het algemene thema van veertigdagen, nu we ons zondag op zondag laten inspireren door de zeven kruiswoorden, is het thema: lijden. In ieder mensenleven wordt het onontkoombaar werkelijkheid. Jezus is ook door dit aspect van het mensenleven heengegaan.
Het roept veel vragen op. We kunnen nog wel begrijpen dat Jezus, als iedere mens lijden op zijn levensweg heeft gekend en daarmee een verhouding moest zien te vinden.
Maar waar steeds meer mensen moeite mee hebben is dat Jezus, zoals dat traditioneel gezegd werd, in zijn levensoffer alle schulden van de hele wereld op zich heeft genomen en zo de Vader met ons heeft verzoend. Als je het zo benadert, ga je je afvragen wat is dat voor een God die mensenoffers nodig zou hebben? Hoe is dat te rijmen met een God, die zoals Jezus zelf dat heeft gezegd een God van liefde is?
Vragen als deze graven diep en hebben christenen vanaf het eerste begin bezig gehouden. Johannes geeft in zijn evangelie een antwoord dat ons misschien kan verder helpen. Johannes schildert ons een Jezus die heel consequent de strijd aangaat met het kwaad en het duister in zijn leven. Hij doet dat omdat het de wil van de Vader is dat het kwaad wordt overwonnen, opdat de schriften zouden worden vervuld.
Als je zo leeft dan heb je ook wat te verduren, ook dat is een oermenselijke ervaring… want er is in de schepping in de wereld zoveel onvoltooid, zoveel dat nog verbetering behoeft, zoveel verdriet bij mensen dat moet worden opgevangen. Onze wereld is nog voortdurend in ontwikkeling, voortdurend op weg naar die situatie van het paradijs waarover collega Leo Koerhuis vorige week sprak.
Bijzonder bij Johannes is dat Jezus heel bewust kiest voor een manier van leven die het kwaad overwint. Hij is nooit een willoos slachtoffer, noch in het groot noch in het klein. Jezus, kiest zelf wanneer hij handelt en wat hij doet. Tegelijk blijft hij een mens temidden van ons we kennen zijn vader en zijn moeder.
In het fragment dat we hoorden van de bruiloft van Kana, zelfs door zijn moeder laat Jezus zich niet dwingen. Hij kiest zelf wanneer hij iets doet en wat hij doet. Dat gaat zo door in het hele evangelieverhaal van Johannes, zelfs in de uren van zijn lijden: Jezus staat in het Johannesevangelie zeker niet als een zielig hoopje mens, maar als iemand die soeverein doorziet wat er aan de hand is. Hij stuurt zo Judas er op uit om zijn verradersrol op zich te gaan nemen: doe maar meteen wat je te doen hebt, de apostelen begrepen het niet, maar Jezus had het doorzien en ontvlucht het niet…. Soms zegt Johannes het heel duidelijk, bv. aan het begin van het avondmaal, vlak voor de voetenwassing: ‘Jezus die wist dat zijn uur gekomen was…’ (13,1). Aan het begin van het lijdensverhaal, vlak voor de gevangenneming: Jezus die alles wist wat hem zou overkomen, trad naar voren en vroeg wie zoeken jullie? (18,4) en die geen blad voor de mond neemt als hij tegen Pilatus zegt: ‘u zou geen enkele macht hebben als die niet van boven aan u gegeven was…’ (19,11)
Tot op het kruis blijft Jezus degene die ervoor kiest de ellende op zich te nemen die het volgen van zijn roeping meebrengt. Zijn roeping dat is: leven volgens de wil van de Vader tegen de krachten van het kwaad en het duister in.
Zo kan bij Johannes zelfs het kruis tot troon worden, een thema dat in de iconen regelmatig terugkeert. Zo kan het ook gebeuren dat de machten die er op uit zijn om Jezus klein te krijgen met elkaar in strijd raken en intussen de waarheid verkondigen. Zelfs de tegenstanders van Jezus getuigen van wie is is en wat zijn betekenis is, als ze in onderlinge strijd verwikkeld raken. Pilatus laat op het kruis schrijven de reden van zijn veroordeling: ‘Jezus van Nazareth, koning van de Joden’. De leiders van de Joden protesteren maar vergeefs, door hun protest wordt nog eens onderstreept dat het zo is: Jezus is de koning van de Joden: het heidense gezag spreekt het zelfs uit.
Zoals de evangelist Johannes het schildert wordt Jezus nooit het slachtoffer hij staat er altijd boven …… tot het laatst toe. In de tekening van een Jesus die voortdurend de regie heeft en aanvaardt wat het gevolg is van zijn levenskeuze past ook het kruiswoord van vandaag, zo op het eerste oog als een ontroerende uiting van Jezus’ zorg voor diegenen die hem dierbaar zijn. Jezus zorgt er ondanks alle eigen ellende nog voor dat zijn moeder en de leerling die hij beminde niet onverzorgd achter blijven. Dat is een eerste verstaanslaag, een niveau van betekenis dat zonder meer duidelijk is.
Maar het spannende in het evangelie van Johannes is dat het daar nooit bij blijft. Wat hij schrijft is als een wonderlijk schilderij, naarmate je er langer naar kijkt en onder verschillende hoeken, zie je er ook meer in, ga je weer andere aspecten ontdekken.
Waarom spreekt Johannes altijd over ‘de moeder van Jesus’, nooit wordt ze bij name genoemd; zo ook de leerling, die leerling die hij beminde, of de andere leerling, ook hier geen naam. De traditie vereenzelvigt hem met de apostel Johannes. Deze mensen: de moeder van Jezus en de leerling krijgen een betekenis die verder gaat dan wie ze als persoon zijn, ze krijgen een functie in het verhaal van God en mensen.
Jezus’ moeder is er in het Johannesevangelie aan het begin, bij de bruiloft van Kana, als voor het eerst duidelijk wordt wie Jezus is en aan het einde als met nog meer nadruk Jezus betekenis moet blijken. Naast Jezus is zij een belangrijke persoon - zij creëert de omstandigheden waarin Jezus kan opereren, zij is een soort eyeopener die meehelpt de diepe betekenis van het gebeuren aan het licht te brengen. Wie Jezus is, de goedheid van God die mensen nooit in de steek laat –……Jezus’ moeder is er precies op die momenten waarop het oude voorbij is en waar het nieuwe begint.
Waar het in dit kruiswoord ook over gaat is dat het oude wordt verbonden met het nieuwe. De geschiedenis staat op een keerpunt en Jezus neemt het initiatief tot nieuwe verhoudingen. De moeder van Jesus, symbool van het gelovige volk Israël, wordt overgegeven aan de getuige die alles vanaf het begin heeft meegemaakt, zoals hij zelf zegt en zijn getuigenis is waar…. hij staat er garant voor (19,35).
Met deze woorden geeft Jezus geeft hij het werk dat hij begonnen is door, door de wilsbeschikking van Jezus wordt het nieuwe volk van God geschapen. Dit is in de woorden van Johannes wat door de andere evangelisten wordt beschreven bij het avondmaal: het geheim van het geloof, het nieuwe verbond.
Dat de Geest ons mag verlichten om steeds opnieuw dat geheim van Gods liefde voor ons steeds meer te doorgronden dat de Geest ons mag verlichten om ook steeds meer te doen wat Hij ons zeggen zal.