Tien dagen ver zijn we in de veertigdagentijd.
Opmerkelijk dit jaar is, dat het vasten van de christenen
reeds meermaals in de media is geweest.
Zowel het askruisje van Aswoensdag
als de actie Koffiestop van Broederlijk Delen
kregen dit jaar aandacht in het nieuws op radio, TV en krant.
Het is eigenlijk een riem onder het hart
voor alle christenen die vasten:
blijkbaar is er in de media ook ruimte voor het positieve nieuws
over hetgeen gebeurt in de kerk.
Dat er aandacht is voor de veertigdagentijd
zou ons moeten aanzetten
om die periode ernstig te nemen.
Verleden zondag hoorden wij hoe Jezus zelf
in zijn vasten moest vechten tegen de bekoringen.
Misschien dat de eerste bekoring voor ons in deze tijd is,
om te denken dat vasten niet meer nodig is:
wat voor zin heeft het om te vasten?
Verandert vasten wel iets aan de problemen van de wereld?
Is het niet voldoende als wij al proberen om een goed mens te zijn?
Of is het niet voldoende als wij al regelmatig naar de eucharistie komen?
Vandaag wordt tot ons het woord van God gezegd
dat Abraham in zijn tijd te horen kreeg:
“Trek weg, Abraham, uit uw land en uw familie,
trek weg en ga naar het land dat Ik aanwijs …”.
Abraham had het eigenlijk goed in zijn land,
maar het ontbrak hem aan een dieper levensdoel:
hij wilde zijn leven vruchtbaar laten zijn voor anderen …
en dat lukte hem maar niet in dat land tussen zijn broers.
Zijn vrouw Sarah was er zelfs letterlijk onvruchtbaar.
Toen ging Abraham op weg …
als het ware de woestijn in,
want hij wist niet, waar de reis hem zou brengen.
Hij hoopte enkel op zijn God, dat Die hem zou zegenen,
dat Die zijn tocht zinvol zou doen eindigen.
“Trek weg, ga op weg …”,
zegt God vandaag tegen de christenen.
“Maak je leven meer vruchtbaar voor anderen,
dan zorg Ik dat je een zegen bent voor de mensheid …”.
Wat die zegen zou kunnen zijn,
daarvan krijgen wij vandaag een idee,
vanuit het verhaal van het evangelie.
Wij horen hoe Jezus op de berg Tabor in het licht staat.
Zijn gelaat straalt, zijn kleed glanst,
Mozes en Elia lijken bij Hem te zijn.
En er is ook daar de Stem van God:
“Dit is Mijn Welbeminde, luister naar Hem”.
De apostelen die bij Hem zijn, en ook wij nu,
krijgen eigenlijk een visioen te zien,
een beeld van Jezus’ heerlijkheid,
een beeld van het einddoel waarheen Jezus onderweg is.
Eigenlijk krijgen wij al een beeld te zien van Pasen,
van de verrezen Jezus.
Die verrezen Jezus mogen wij nu voor ogen houden
als wij met het vasten onderweg zijn.
“Ga op weg … en houd de verrezen Jezus voor ogen …
tijdens je vastentijd …”,
zo zou je de lezingen van vandaag kunnen samenvatten.
“Ga op weg … met de verrezen Jezus voor ogen …”.
Waarom zouden wij dan niet verdergaan met vasten?
Niet omdat de media het beschrijven,
niet omdat we nood hebben aan een vermageringskuur,
maar wel,
omdat vasten aan ons leven een krachtiger levensdoel geeft,
en ook, omdat vasten ons doet uitzien naar een stukje verrijzenis.
Ik mocht deze week van enkele studenten horen
wat zij gingen doen in de vasten …
Zij hebben het anoniem opgeschreven,
dus ik mag denken dat zij eerlijk waren …
en bijna ieder van hen neemt zich wel iets voor.
Velen zeggen dat zij zich meer willen bezinnen
over hun leven en hun levensdoel,
of dat zij meer tot stilte en rust willen komen …
Een aantal zegt dat zij meer willen bidden.
En een aantal heeft een heel concreet vastendoel:
b.v., meer met de fiets rijden,
minder tijd steken in chat en msn,
een solidariteitsactie opzetten in een stageschool.
Die jonge mensen zijn bereid om met ons vasten mee te doen,
ook al zijn ze niet bij ons zondagspubliek.
Ik hoop dat wij die hier zijn,
ook niet te licht over de veertigdagentijd heengaan.
Dat wij verdergaan met onze vastenweg …
en dat wij ons vandaag bemoedigd mogen weten
door het licht van Jezus dat ons is toegezegd.
2e zondag in de veertigdagentijd A (2008)
A-cyclus · Vasten · 2e zondag van de Vasten · paars