Mensen blijven altijd raadsels voor elkaar. Ook na jaren van gewoon of druk of intiem samenleven. Nooit kan je feilloos zeggen dat je de ander dóór hebt. Mensen blijven in het beste geval intieme vreemden voor elkaar. Dat kan je weten ook zonder boeken te lezen over dieptepsychologie. De mens is en blijft een ingewikkeld wezen.
In elk ziekenhuis merk je dat. Je komt binnen in de hal en je leest een lange litanie van namen: allemaal specialisten voor één of ander onderdeeltje van het menselijke lichaam. Allemaal omdat het lichaam van de mens zijn geheim nog niet heeft prijsgegeven. En dan is het lichaam nog het meest grijpbare deel van de mens. Zijn psyche is nog veel ingewikkelder. Meestal komen we niet verder dan het bescheiden betasten van de wanden van de menselijke ziel. Als de mens zwijgt, spreken zijn ingewanden een taal die véél niet zegt. Maar soms gebeurt het toch - op een hoog gezegend of benepen moment - dat een mens eens alles zegt, dat hij de sluier oplicht en zijn ziel openlegt. Dan kan de luisteraar niet anders dan verbaasd zijn.
Daaraan denk ik als ik bij Matteüs het verhaal lees van Jezus’ ware gedaante. Niemand is verplicht om dit dieptepsychologisch te ontleden… Maar het heeft er toch min of meer mee te maken. Matteüs peilt naar het ware gelaat van Jezus, zijn ware aard, zijn diepste identiteit. Wij noemen dit stuk gedaanteverandering van Jezus. Waarschijnlijk is dat niet zo correct.
Jezus verandert niet op de berg. Hij zegt wie Hij is. Zo is Hij en niet anders. Op die plaats staat Hij in de lange story van zijn volk. Op die plek moet je Hem situeren in de vaderlandse geschiedenis van Israël. Hij is geen vreemde in de stoet van profeten en geleerden, herders en koningen. Heel zijn optreden en al zijn woorden moetje van daaruit verstaan. Hij is verbonden met de eeuwenlange belofte waarop het joodse geloof steunde. Zijn geheim is daaraan niet vreemd. Integendeel. Hij leeft met dezelfde hartslag. Wat Hij zegt komt uit dezelfde hoogte waar ook Mozes en Elia, waar wet-en-profeten hun waarheid leerden. Die stem spreekt ook in en door Hem. Dat is zijn ware identiteit.
Voor de leerlingen is Hij daarmee van gedaante veranderd. Zo hadden ze hem nog nooit gezien. Ze waren verbaasd. Ze wisten niet dat zijn geheim uiteindelijk zo eenvoudig was. Ze werden bang van die eenvoud. Hij was zoon van men¬sen, Zoon van God. Vreemd, maar zij hadden iets anders verwacht. Ze werden bang van zijn ware gelaat. Hij had nu openhartig alles gezegd. Dat wilden ze nu verder zeggen. met enthousiasme zelfs, maar dat werd hun precies verboden. Ze zouden het verkeerd verder zeggen, want angst is ook voor de leerlingen van Jezus een zeer slechte raadgever.
Pas als mensen hun angst afleggen, kunnen zij de waarheid onder ogen zien. De laatste waarheid van Jezus zal zijn kruis zijn De waarheid wordt onder mensen immers altijd gekruisigd. Maar dat is finaal onze enige hoop. Pas als we dat geloven, hebben we recht van spreken.
Mens, erger je niet. Met Pasen geeft het kruis zijn geheim prijs…