Matteüs wil ons in dit evangelie geen sensationele gebeurtenis van vroeger vertellen. Het evangelie is een blijde boodschap voor ons nu. De evangelist wil ons Jezus tonen als verrezene, in zijn hemelse heerlijkheid vanwaar Hij ons zegt: “Mij is alle macht gegeven in de hemel en op aarde.” Dit verhaal wil ons zeggen hoe de leerlingen Jezus ervaren hebben en hoe wij Jezus ook nu nog ervaren, die Jezus, waarin wij reeds vanaf onze jeugd geloven, op wie wij nog steeds ons vertrouwen stellen, de Heer die komen zal in heerlijkheid.
Het wordt ons in deze tijd vaak moeilijk gemaakt en ieder van ons stelt zich de vraag: “Waar blijft nu die macht en heerlijkheid van Jezus, als wij zoveel onmenselijke dingen zien gebeuren?’ Waarom zien wij zo weinig van zijn macht? Mochten wij maar eens, zoals de drie apostelen, Jezus ervaren in zijn heerlijkheid, zoals het evangelie verhaalt. Dat zou ons een steun zijn en ons moed geven in onze geloofsonzekerheid. Maar wij lijken meer op die andere leerlingen die Jezus niet meenam op de hoge berg, die Hij achterliet in het dal, in de wisselvalligheden van het dagelijks leven. Waarom ervaren wij zo weinig van die levende Heer? Waarom verbergt Hij zich voor ons? Is dat niet de kernvraag voor ons bij de gedaanteverandering van de Heer?
Zeker moeten wij onze situatie niet dramatiseren. In ons leven komen er hopelijk omstandigheden voor waarin wij de bijstand van de Heer mogen ervaren bij ons zelf of bij anderen. Hebben wij vanuit ons geloof of vanuit ons gebed niet de kracht mogen putten om te doen of te dragen wat natuurlijker wijze niet mogelijk was? Ook dat behoort bij onze geloofswerkelijkheid. We moeten echter toegeven dat vaak de duisternis groter is dan het licht.
Ditzelfde probleem hebben de eerste christenen in hun leven ook al doorgemaakt. Zij zijn allemaal met de harde werkelijkheid van het kruis geconfronteerd. Kruis en heerlijkheid horen bij Jezus samen, zoals die ook samen horen in het leven van elke christen. Enerzijds belijden wij dat de Heer verrezen is en zetelt aan de rechterhand van zijn Vader, anderzijds bekennen wij ook dat Hij geleden heeft en gestorven is. Hoe is zijn goddelijke macht samen te rijmen met zijn onbegrijpelijk stilzwijgen? Wij kunnen daar geen antwoord op geven. Wat wij wel weten is dat bij Jezus vanaf het begin beide verbonden waren. Bij Hem hoort ‘goede vrijdag’ en ‘Pasen’ samen. Geloven in Jezus houdt in dat wij zowel zijn goddelijke macht en zijn onbe¬grijpelijke onmacht ernstig nemen, en de spanning volhouden als beide zijden van één werkelijkheid. God alleen weet waarom Hij zijn macht bedwingt en waarom Hij aan de vrijheid van de mens en aan het natuurgeweld ruimte geeft.
Het verhaal over de gedaanteverandering van Jezus heeft daarom een zeer bijzondere betekenis, omdat het onze eenzijdige blik op al die duisternis een beetje kan verlichten. Dit verhaal zegt ons dat er nog een werkelijkheid is die onze ervaring overstijgt. Het herinnert er ons aan dat er toch Iemand is die sterker is dan alles wat ons leven bedreigt. En zo bevrijdt dit verhaal ons een stuk van de tirannie van de zorg, van de angst voor de toekomst. Het schenkt ons de mogelijkheid om ons bij Jezus geborgen te weten. “Luister naar Jezus,” zegt het evangelie. Voor een gelovige is dat een bevrijdende boodschap die wegwijzend en verlichtend werkt. “Luister naar Jezus,” Hij toont ons de weg die ons verder brengt dan onze moedeloosheid en verlorenheid. Moge deze blijde boodschap ook voor ons een lamp zijn voor onze voeten in de grauwe alledaagse dag…