Vader Abraham had vele zonen

A-cyclus · Vasten · 2e zondag van de Vasten · paars

Je kan het belang van deze korte woorden nauwelijks overdrijven. Een hele geschiedenis vindt hier haar begin. De Joden, de Moslims en de Christenen lezen deze woorden met een eerbiedig gebogen hoofd en ze schrijven ze met hoofdletters in hun hart. Voor alle drie is Abraham de vader van hun geloof.

Hier heeft God voor het eerst tot een mens gesproken. Dat was nog nooit aan mensen gebeurd. Zo zien zij dat. Voordien leefde de mens in een gesloten ruimte. Maar hier wordt de mens open-gesproken! Hier wordt hij open-gebaard. Geboren. Niet meer geboren uit twee mensen, maar voortaan geboren uit God zelf. Want: God sprak tot Abram!

Wie voortaan over geloven wil spreken, zal zeggen dat de naam van de mens ooit werd gespeld door iemand, die meer en anders is dan de mens. Meteen wordt de mens ook meer en anders dan voordien.

Alles wat voorafging wordt hier ont-sloten. De mens kan en mag weg-trekken uit het vorige land. Hij mag op weg gaan naar een ander land. Zijn bestemming ligt voortaan elders dan op zijn eigen erf, dan in zijn eigen huis. Hij wordt tot méér geroepen. Hij is voortaan méér dan zijn naam, méér dan zijn bezit, méér dan zijn rijk en of zijn arm verleden. Hij behoort nu toe aan een Stem ! Hij wordt nu bewoond door een Belofte ! De mens wordt hier méér dan zichzelf en zijn woonplaats is méér dan zijn straat. Zijn einder is niet langer eindig. Hij mag zich voortaan een gezegende noemen.

Maar de zegen is wel aan een voorwaarde gebonden: hij moet weg-trekken, naar een ander land. En geloven, dat de weelde van die zegen dáár op hem te wachten ligt. Zo wordt de mens meer een wezen van verachting, dan een wezen van verzadiging. De mens wordt als een trek-vogel: zijn geluk ligt elders. Als de trek-vogel verzadigd is, moet hij heil gaan zoeken in een ander seizoen. Het gras zal altijd groener zijn aan de andere kant van de heuvel. De onrust is in zijn ziel geboren.

Op zoiets staat echter één voorwaarde, die onvervangbaar is: je moet geloven in de Stem, geloven in die Belofte. Je moet zelfs onvoor-waardelijk in die voorwaarde geloven! De mens zal enkel in het weg-trekken gezegend worden. Alleen bij zichzelf zal hij geen vreugde meer erven. Aan het zelf-genoegen zal hij sterven. Maar dan is het ook waar, dat hij vruchtbaar wordt als hij genoegen neemt in de ander. Dan zal hij vele zonen hebben, meer dan zeven, zoals het oude liedje zingt.

Eindelijk een waarheid om er veertig dagenlang mee te bestaan… naar een beloofde vervulling toe. Want ook Pasen ligt aan de andere kant van onze heuvel…

Zoeken in Preken Online