Hoogfeest van Pinksteren (2008)

A-cyclus · Paastijd · Pinksteren · rood

Beste dorpsgenoten,

Pinksteren doet me altijd denken aan hitte. Geen hitte van vurige tongen die zich neerzetten op de leerlingen die bijeen waren. Maar vanwege een herinnering aan een plechtige mis in de kapel van het Bisschoppelijk College in Sittard. Het was Pinksteren, stralend weer zoals vandaag. Ik was lid van de schola en we zongen de woorden met de aangrijpende melodie: “…et tui amoris in eis ignem accende.” Vertaald : ontsteek in ons het vuur van uw liefde. Het gloeiende licht van de zon dat door de ramen binnenviel gaf die woorden een zinderende lading. En even later zongen we mantras uit de sequentie van de mis: “Dulcis hospes animae, dulce refrigerium, in aestu temperies, in fletu solatium, reple cordis animae, riga quod est aridum, sana quod est saucium, flecte quod est rigidum, fove quod est frigidum, rege quod est devium.” De hitte in de kapel op dat moment en de associatie met de woorden die we zongen hebben die ervaring onuitwisbaar op of in mijn gevoel gebrand. En nog steeds spreken ze mij aan, en laten mij getroost en bemoedigd achter.

Van de geest moesten we het hebben, allang voordat hij Heilige Geest werd. Heel lang voordat de Heilige Geest door mensen werd ingesteld als derde persoon van de H. Drievuldigheid, heeft de schepper ons de geest ons ingeblazen. Het is de adem die ons in- en uitgaat, de wind die koelte en vernietiging brengt. En als wij sterven, dan geven wij de geest. Dan geven wij hem terug, zodat hij niet verloren gaat. Want met zijn adem “is God opgegaan in zijn schepping en als fragment van die goddelijke schepping hebben wij altijd ook het goddelijke geheel in ons.” (Wout van Tongeren.)

Die geest is het die we lichamelijk kunnen voelen in de woorden van de sequentie van Pinksteren. Die oude geest, die is als niks, een pufje lucht, die houdt de kachel aan.

Op Pinksteren, vijftigste dag na de verrijzenis, nodigt die geest ons uit als zoete gast en gastheer tevens, om opnieuw adem te halen, dieper adem te halen, om met aandacht adem te halen, om nieuw nog onbekend leven binnen te halen. Die geest blaast blinde muren omver, legt een nieuwe wereld open, wereld van vrede, wereld van genoeg, wereld waar vreugde uit het hart komt, niet uit beelden op het scherm.

Adem halen, samen, zo diep we kunnen, zo lang we kunnen.

Vertaling uit de Sequentie van Pinksteren, Veni, sancte Spiritus, door J. W. Schulte Nordholt:

Kom o trooster, heil’ge Geest,
zachtheid die de ziel geneest,
kom verkwikking zoet en mild.
Kom o vrede in de strijd,
lafenis voor ’t hart dat lijdt,
rust die alle onrust stilt.

Was wat vuil is en onrein,
overstroom ons dor domein,
heel de ziel die is gewond,
maak weer zacht wat is verstard,
koester het verkilde hart,
leid wie zelf de weg niet vond.

…Geef ons vreugd die niet vergaat.

Zoeken in Preken Online