De weg (2008)

A-cyclus · Paastijd · 5e zondag van Pasen · wit

Met het navigatiesysteem op pad. Op de rotonde de derde afslag nemen. Gelieve zich naar de geplande route te begeven en midden op de nieuwe A50 die “Miep” nog niet kent zegt ze zomaar: omkeren, onmiddellijk omkeren. Dan moet je door een sloot heen en dat valt nog niet mee. Het navigatiesysteem bracht vele voordelen, maar …. Nou vooruit de kortste weg is vaak de mooiste niet. We doen het er maar mee.
Voor de komst van tomtom was er de kaart, waar ook niet altijd opstaat wat je zoekt, want was het nou dit bospad, of wordt het toch aangegeven als wandelpad. Fietsers, wandelaars, militairen met stafkaarten. Ze verdwalen allemaal wel eens. Het zal niet altijd aan de kaart liggen, maar ook aan degene die navigeert of leest.
Wat zoek je wat is de juiste weg? Hoe gaat mijn pad. We willen het graag weten…
Jezus Christus wijst de weg door het leven. Hij heeft het allemaal verteld. Hij had het over zorgen voor de armen, genezen op de sabbath, want goed doen voor elkaar is niet aan regels gebonden. Hij had over elkaar dragen, over geloven en goede daden, over naastenliefde en gerechtigheid over dat de liefde altijd gaat boven de regels. Hij had het over buitenlanders die je moet respecteren en al lang voor de vrouwenemancipatie had Jezus het over de rechten van de vrouw in de samenleving en in het huwelijk. Hij heeft het allemaal gezegd. De Geest van wat hij vertelde moet inmiddels duidelijk zijn aan zijn leerlingen.
En toch vraagt Thomas namens hen allemaal naar de bekende weg. Jezus, zegt dan dat hij zelf de weg is, de waarheid en het leven. Kijk naar mij. Ik ben het zelf. Kijk naar wie ik ben, naar waar ik vandaan kom en naar wat ik heb gedaan. Als je God werkelijk wilt leren kennen dan kun je dat via mij. Dan vraagt Filippus nog een keer of Jezus hen de Vader wil laten zien. Jezus wijst hem terecht en zegt tegen hem: Ik ben al zoalg bij jullie Filippus en je hebt me nog niet leren kennen? Wie mij gezien heeft, heeft de vader gezien. Ik en de vader we zijn één en dezelfde. Geloof me toch?, roept Jezus er haast wanhopig bij uit! Snap het nou!
Natuurlijk is het moeilijk voor Filippus, voor Thomas en voor ons allemaal om te geloven, dat Jezus zelf de weg naar de Vader is, of dat Hij zoals Johannes, de evangelist zegt: dat ik in de vader ben en de vader in mij.
Kijk naar mijn daden dan weet je wie ik ben.
Ook wij weten wie Jezus is. Groot en klein: we weten allemaal van zijn daden, van zijn woorden, van zijn liefde voor mensen, wie je ook bent en waar je ook vandaan komt. Hij mag voor ons ook de weg zijn naar God toe. In de vroegste kerk vlak na Jezus dood, deden ze het allemaal samen, maar al gauw maakten ze ook een werkverdeling: de twaalf hielden zich bezig met Gods woord en met de verkondiging, maar dat mocht niet ten koste gaan van de zorg voor de naasten. Daarom werden er 7 aangesteld om mensen in hun nood te helpen. Zo werd de weg steeds duidelijker. De grote navigator was Jezus zelf, zijn weg, zijn leven, zijn waarheid. De leerlingen mochten het pad verder uitzetten en steeds meer mensen liepen dezelfde richting in en hoe meer voetstappen er op die weg van Jezus verder gingen, hoe meer liefde er was om de weg van Jezus mee te plaveien. Ook wij allemaal mogen daaraan ons steentje bijdragen.

Zoeken in Preken Online