Doopsel van Jezus

A-cyclus · Kersttijd · Doopsel van christus · wit

Jezus en Johannes staan oog in oog in deze doopscène aan de Jordaan, twee ernstige mensen, twee diep religieuze mannen, die geen banaliteit kennen, twee profeten die huiveren als ze het kwaad ontmoeten, twee predikers die zuiverheid willen tussen God en de mensen en tussen de mensen onderling. Ze willen beiden het doopsel. “Ik heb ùw doopsel nodig”, zegt Johannes, en Jezus vraagt het doopsel van de voorloper.

De hemel wacht om te zien wat gaat gebeuren. Op aarde kijken de mensen gespannen toe. Jezus wil zich door Johannes laten dopen. Hij wil “alles wat is vastgesteld” volbrengen. Hij wil het kleed van de bekeerden aantrekken. Hij wil zich kleden zoals zij die Hem verwachten. Geheel naakt wil Hij eerst in het water staan, zuivere klei alleen door God geboetseerd en alleen door Gods Geest bezield. Johannes wil zich door Jezus laten dopen. Wie opstijgt uit de Jordaan van Jezus’ doopsel staat op uit de slaap van Gods nieuwe schepping. Zijn kleed is voortaan de waarheid.

Het is de sterkste die het wint. Hij wint op de manier die heel zijn leven zal kenmerken. In zwakheid zal Hij sterk zijn. Hij laat zich dopen met water en ziet dan “de Geest Gods over zich komen”. Als Hij uit de Jordaan opstijgt zal Hij de anderen dopen met vuur en de Heilige Geest. Johannes verwacht de Messias van de profetieën, hij meent Hem in Jezus te herkennen en daarom weigert hij eerst Hem te dopen. Hij weet dat Jezus groter is dan Hijzelf. Dat is hem genoeg om toch te gehoorzamen.

Het doopsel van Johannes en van Jezus, de oproep tot bekering die van hen uitgaat, het zijn uitingen van beider verlangen dat een andere Geest zou mogen komen dan die die onder de leiders en het volk heerst. De leugengeest vergiftigt alles. Jezus, die het volk als Messias zal leiden, staat tussen het volk, zijn volk, en bidt dat die andere Geest moge neerdalen om al wat onrein is in het volk te wassen. Zijn doopsel is de laatste act die het Messiaanse optreden voorbereidt en de eerste act van dat optreden zelf. Terwijl Johannes Jezus doopt in de Jordaan trekt het volk het Beloofde Land binnen.

Nauwelijks heeft Johannes Hem gedoopt of de hemel gaat open, en de Geest daalt neer en komt over Hem. Hij zal op Hem blijven rusten. Hij zal Hem niet meer verlaten. God heeft zijn bruggenhoofd geslagen op aarde. Wie voortaan Jezus zal benaderen, zal de Heilige Geest ontmoeten. Wie Jezus als leerling zal roepen zal in de ban van zijn Geest komen. Wie Jezus onder de massa’s zal beroeren zal door zijn Geest gedreven worden om zijn lot met dat van Jezus te verbinden. Wie Jezus van zijn blindheid zal genezen zal zijn Geest blijven zien ook al sluit hij verder zijn ogen. Wie Jezus uit zijn gevangenis zal bevrijden zal voortaan als vrije mens spreken en niet verder het gif van de leugen mengen in elke beker die hij zijn naaste aanbiedt.

Een hemelse stem zegt wat dit alles betekent: Jezus is de veelgeliefde Zoon van God. De herders van Betlehem hadden zoiets gehoord in de zang van de engelen: “Eer aan God in den hoge en vrede op aarde aan de mensen die Hij liefheeft”. Nu weten de omstanders bij de Jordaan dat de mensen die God liefheeft allen zijn die zich rond de Veelgeliefde scharen en dat allen zich rond Hem kúnnen scharen. In Hém is alles voorgoed begonnen.

Jesaja had zijn optreden vooraf beschreven: “Blinden zult gij de ogen openen, gevangenen uit hun kerker bevrijden”. Petrus zal later over Hem preken: “Hij ging weldoende rond en genas allen die onder de dwingelandij van de duivel stonden, want God was met Hem”. Zoals de Geest Gods nu op Hem rust, zo zal Hij rusten op allen die naar Hem luisteren. De leugengeest in de maatschappij is van de duivel. Hij is de duivel zelf die voor Jezus' Geest zal wijken…

Zoeken in Preken Online