Wie flink getrimd heeft, een paar uur heeft gesport en lekker moe bezweet onder de douche gaat, komt daar als herboren onder vandaan. ‘Ik voel me weer een ander mens…’, hoor je zo iemand wel eens zeggen.
Dopen is een ritueel met water dat zeggen wil: We spoelen het kwaad van je af en zo word jij een heel ander, een beter mens. Wie zich bij Johannes wilde laten dopen gaf daarmee ook te kennen: ik wil een ander, beter mens worden; een beter iemand, een kind van God probeer ik te zijn.
Dopen was en is eigenlijk nog altijd: het kwaad wegspoelen. Daarom wil Johannes aanvankelijk Jezus ook niet dopen. In die Jezus, vindt hij, steekt namelijk geen kwaad. Maar Jezus laat zich dopen, zoals die anderen, om ermee te laten zien dat Hij solidair is met zwakke en zondige mensen, die vuile handen hebben, maar van goede wil zijn.
Net als dertig jaar daarvoor bij zijn geboorte gaat ook nu, aan het begin van zijn openbare optreden, de hemel open en laat God ons weten: ‘Dit is mijn zoon, luister naar Hem’.
En het heeft veel van zijn volksgenoten, Johannes voorop, grote moeite gekost om echt naar Hem te luisteren. Johannes verwachtte, net als vele tijdgenoten, dat God een messias zou zenden, die de wereld een ander aanzien zou geven. Eentje die orde op zaken zou stellen! En Jezus beantwoordde helemaal niet aan het beeld dat zij van de messias hadden. Ze dachten dat Hij harder op zou treden ‘Bekeer je, want alle onvruchtbare bomen gaat Hij omkappen, de bijl ligt al aan de wortel; de dorsvoer gaat Hij zuiveren; Hij zal het kaf van het koren scheiden’.
Johannes kondigde dus een rechtsprekende messias aan, die namens een straffende en rechtsprekende God zou optreden.
Maar in feite bleek Emmanuël, God-met-ons, Jezus van Nazaret veel meer te lijken op degene die Jesaja eeuwen daarvoor al schilderde: ‘Hij zal het geknakte riet niet breken en de kwijnende vlaspit niet doven’. Tegenover de ongeduldige messias van Johannes staat Jezus, een mens vol mededogen.
Wie gedoopt wordt in zijn naam is eigenlijk voor altijd nat… Ik bedoel: gedoopt zijn, schept verplichtingen, je leven lang. Je moet telkens een ander, beter mens zien te worden en in ieder geval nooit het geknakte riet breken of de kleine vlam doven.
Mensen die voortdurend tegenslag hebben, ook nog door vervelende opmerkingen de indruk geven dat het eigen schuld is of dat ze het wel verdiend zullen hebben; dat is geknakt riet breken.
Of iemand is diep teleurgesteld in een ander, ten einde raad geraakt, en dan achter haar rug om zeggen: ze zal het er wel naar hebben gemaakt. Dat is de walmende vlaspit doven. Beleefd natrappen, heet dat. Het laatste beetje hoop ontnemen, het laatste beetje zelfrespect afpakken. Het is iets wat gedoopten nooit mogen doen. Pas als we leven met eerbied, geduld en mededogen gaat de hemel een beetje open voor wie hij almaar betrokken is. En dan kan God ook van ons zeggen: jij bent mijn zoon, mijn dochter, mijn kind…