. Stefanus (2013)

A-cyclus · Kersttijd · wit

Het woord dat blijft hangen na de schriftwoorden van vandaag, : STENIGING.

Een barbaarse manier om de wettelijke doodstraf te voltrekken. Of een impulsieve daad van een groep, een meute die het recht in eigen hand neemt. Een soort lynchpartij, maar dan met stenen. We hebben zojuist het droeve lot van Stefanus vernomen, de eerste martelaar.

Wat moeten wij, wat kunnen wij, kleine schare hard-core katholieken die zelfs op tweede kerstdag nog naar de mis zijn gekomen vandaag met dit verhaal ? We vinden die steniging van Stefanus denk ik allemaal afschuwelijk en we zijn blij dat dat bij ons niet voorkomt.

Toch kenden wij hier ook wel dergelijke barbaarse methoden. Tot ongeveer 1800 werden de lijken van de op de Dam geëxecuteerde veroordeelden vervolgens opgehangen aan de galgen die stonden opgesteld op het huidige Shell-terrein aan de overkant van het IJ. Dat was ook een soort bestemming voor een dagje uit met het bootje en een kopje thee in het Tolhuis. Nog maar 200 jaar geleden.

Godslastering, dat was vaak een reden voor steniging, maar ook voor ophanging, zoals de Wederdopers bij ons ervoeren in het jaar 1535. Zij kwamen in opstand tegen de RK kerk en werden opgehangen in de Volewijk.

Ja, wij konden er ook wat van, 500 jaar terug. Maar we zijn beschaafder geworden: zo straffen doen we niet meer en zelfs de overtreding is afgeschaft: Godslastering is bij ons pas geleden helemaal uit het wetboek van strafrecht gehaald, dus waar hebben we het nog over?

Ja, in sommige streng-islamitische landen komt het stenigen nog voor, maar dat is ver van ons bed en we keuren het unaniem af onder aanvoering van onze minister Timmermans.

Wat gebeurde daar nu met die Stefanus ? Waarom werden die mensen zo verschrikkelijk kwaad op hem, een man toch die (zoals er staat) grote wonderen en tekenen verrichtte onder het volk? Wat zei hij nu eigenlijk allemaal voor vreselijks, dat hij dat met de steniging moest bekopen?

In de Handelingen lezen we:

Toen stookten zij heimelijk mannen op om te verklaren: “Wij hebben hem lastertaal horen spreken tegen Mozes en tegen God.” Tegelijkertijd ruiden zij zowel het volk als de oudsten en schriftgeleerden op. Onverhoeds maakten zij zich van hem meester en brachten hem voor het Sanhedrin (de Hoge Raad), waar men valse getuigen liet optreden die beweerden: “Die man houdt niet op te spreken tegen de heilige plaats (de Tempel) en tegen de Wet. Want wij hebben hem horen zeggen, dat die Nazoreeër Jezus deze plaats zal afbreken en de voorschriften veranderen, die Mozes ons heeft overgeleverd.”

De hogepriester vroeg nu: “Is dat werkelijk zo?” Toen hield Stefanus hield een redevoering.

Hij doorloopt dan het oudste gedeelte van Gods geschiedenis met het Joodse volk, ‘de Wet’, de eerste vijf boeken van Mozes. Daarin toont hij aan dat de Joodse gebruiken, met name ook de tempel, van voorbijgaande aard zijn. Hij besluit zijn toespraak zo:

“Hardnekkigen en onbesnedenen van hart en oor, nog altijd weerstreeft u de heilige Geest, juist zoals uw vaderen deden. Wie van de profeten zijn door uw vaderen niet vervolgd? Gedood hebben zij hen die de komst aankondigden van de Rechtvaardige, wiens verraders en moordenaars u nu geworden bent, u nog wel die de Wet hebt ontvangen door bemiddeling van de engelen; maar u hebt ze niet onderhouden.”

Als ik het heel kort samenvat: Stefanus houdt de mensen voor dat ze door de tijd heen herhaaldelijk profeten hebben afgewezen, zelfs Mozes en uiteindelijk natuurlijk ook Jezus. Hij noemt ze verraders en moordenaars En ook dat God helemaal niet in de Tempel, het grote heiligdom van de joden woont, hij heeft het zelf gezegd:

“Toch woont de Allerhoogste niet in een huis dat door mensenhanden is gemaakt, zoals de profeet zegt: “De hemel is mijn troon, de aarde mijn voetenbank. Hoe zouden jullie dan een huis voor mij te kunnen bouwen – zegt de Heer –een plaats waar ik kan rusten? Heb ik dit alles niet met eigen handen gemaakt?”

Heeft Stefanus nu God gelasterd? Ik denk eerder dat hij de gelovigen erg onrustig heeft gemaakt door ze op hun eigen fouten te wijzen, door ze om hun oren te slaan met hun eigen heilige Wetboek.

Jaja, mensen horen soms niet graag de waarheid over hun eigen doen en laten, over hun eigen meningen, hun eigen rotsvaste geloof.

Als ik nu bijvoorbeeld de vrijheid neem om tegen u te zeggen: God woont helemaal niet op Vredeskerkplein 1, niet in de Obrechtstraat en zelfs niet in Vaticaanstad, dat zijn allemaal maar gebouwen. Als ik dat zeg zal ik door u wel niet direct gestenigd worden, maar ik denk dat ik bij die of gene wel kwaad bloed zet. Voor veel mensen betekent de Vredeskerk misschien wel net zo veel als de Tempel van Salomon voor de Joden indertijd. Toch zeg ik niks anders dan wat ik in de Bijbel lees. (Ter geruststelling overigens: misschien woont God wel overal, en dus ook in genoemde kerken.)

Jezus is geboren, we hebben het gisteren of eergisteren plechtig gevierd. Prachtig natuurlijk, maar we moeten ook kijken naar hoe zijn leven verder verliep en eindigde: aan het kruis, omdat hij dingen zei die de mensen niet bevielen. Hij confronteerde mensen met de waarheid, Gods waarheid. En op de eerste dag na zijn geboortefeest horen we al dat er na Hem mensen zijn gekomen die hetzelfde nastreefden: de impopulaire waarheid toch maar verkondigen. Dan kan het slecht met je aflopen, maar eigenlijk toch heel goed, want er staat ook:

Maar vervuld van de heilige Geest sloeg Stefanus zijn blik op naar de hemel en zag de luister van God, en Jezus, die aan Gods rechterhand stond, en hij zei: ‘Ik zie de hemel geopend en de Mensenzoon, die aan Gods rechterhand staat.’

Het zal in ons leven wel niet zo’n vaart gaan lopen. Wij komen niet voor het Sanhedrin te staan. Zelfs als we God lasteren komen we niet meer voor de rechter. De laatste was Gerard Reve in 1966. (Hij werd terecht vrijgesproken door de Hoge Raad). Dat is allemaal maar gelukkig ook. Ik denk ook niet dat God echt wakker ligt van de grappen en grollen van de Youp van ’t Hekken, de Theodor Holmannen of de Hans Teeuwens uit ons kleine landje landje aan de zee. En Gerard Reve krijgt daarboven vast elke dag een mooie fles wijn geserveerd.

Beste mensen, ik weet zeker dat wij zoals we hier zitten heel goed in staat zijn om het verhaal van de waarheid en het stenigen (met stenen of met woorden) toe te vertalen naar ons eigen veilige leventje. Zo ver staat het nu ook weer niet van ons af. Daar heeft u mij niet voor nodig.

Mag ik dan eindigen met nog een stukje Blijde Boodschap?:

Jezus ging naar de Olijfberg, en vroeg in de morgen was hij weer in de tempel. Het hele volk kwam naar hem toe, hij ging zitten en gaf hun onderricht. Toen brachten de schriftgeleerden en de farizeeën een vrouw bij hem die op overspel betrapt was. Ze zetten haar in het midden en zeiden tegen Jezus: ‘Meester, deze vrouw is op heterdaad betrapt toen ze overspel pleegde. Mozes draagt ons in de wet op zulke vrouwen te stenigen. Wat vindt u daarvan?’ Dit zeiden ze om hem op de proef te stellen, om te zien of ze hem konden aanklagen. Jezus bukte zich en schreef met zijn vinger op de grond. Toen ze bleven aandringen, richtte hij zich op en zei: ‘Wie van jullie zonder zonde is, laat die als eerste een steen naar haar werpen.’ Hij bukte zich weer en schreef op de grond. Toen ze dat hoorden gingen ze weg, een voor een, de oudsten het eerst, en ze lieten hem alleen, met de vrouw die in het midden stond. Jezus richtte zich op en vroeg haar: ‘Waar zijn ze? Heeft niemand u veroordeeld?’ ‘Niemand, heer,’ zei ze. ‘Ik veroordeel u ook niet,’ zei Jezus. ‘Ga naar huis, en zondig vanaf nu niet meer.

Onze nieuwe paus zei het onlangs Jezus na: Chi sono io per giudicare là? Wie ben ik om dat te veroordelen? AMEN

Zoeken in Preken Online