Kerstnacht (2013)

A-cyclus · Kersttijd · wit

Kijk, daar staat de ‘Vredeskerk-kerstboom’ - een onderdeel van de tentoonstelling Kerst in woord en beeld die door de Vlaming Miguel Stas in onze kerk heel aardig is aan- en ingericht. Alle mensen die deze kerk bezoeken zijn door hem uitgenodigd om in die Vredeskerk-kerstboom een transparante kerstbal van het zuiverste plastic op te hangen met daarin een voorwerpje dát of een foto díe te maken heeft met iets dierbaars van het eigen leven, bijvoorbeeld een kerstherinnering.

Eén van die aldus gevulde ballen heb ik even uit de boom gehaald en geleend. Kijk dit is ’m. We zien er een foto in. Aan de ene kant een zwartwitfoto van de kleine Anya Banen, zes jaar oud schat ik. Heel stralend, vervuld, gelukkig zit ze met een brandende kaars in de hand naast de kerststal in haar ouderlijk huis. Draaien we de bal nu om, dan verschijnt een kleurenfoto van dezezelfde kerststal. Die staat nu bij Anya zelf thuis. Met lijm en alabastine heeft ze de beeldjes hersteld en ze heeft ze opnieuw geverfd vertelde ze mij. Haar kerstgroep heeft ’t nodige te lijden gehad in de loop der jaren. Figuren raakten beschadigd. Er rolden de nodige koppen. De zaak verloor z’n glans. Kleuren vervaalden. Ja, dierbare gasten en parochianen: zo kan dat gaan in een mensenleven. Zo’n kerstgroep, het wel en wee daarvan, wat ermee gebeurt, hoe die wordt opgesteld of niet meer opgesteld, het is als een spiegel van je eigen leven. De kerstgroep: Jezus, Maria, Jozef, de engel, de herders, de drie koningen (wijzen uit het oosten), de os en de ezel, de kameel en de schapen. Denk daar eens over na: Wie is wie in jouw eigen leven? Waar, in wie, ben jij in de loop van jouw leven Maria tegengekomen en in wie Jozef? Wie waren voor jou herders, engelen en koningen of wijzen? En hoe zit ’t met de dieren in jouw leven? De dikke vette os die met zijn grote lijf en warme adem het kind beschermt. De ezel, dat nederig lastdier. De kameel, hoog op de poten die veel méér kan dragen, ja die een koning kan dragen. Ooit beklommen wij met een bedevaartsgroep vanuit onze parochie in de nacht onder een waanzinnig schitterende sterrenhemel de berg Sinaï, de berg van Mozes. Ik herinner mij hoe één van ons, voor wie de tocht te zwaar werd, op een kameel werd gehesen. Een prachtige herinnering. Wie zijn de kamelen, de schaapjes, de os en de ezel in jouw leven? Het zijn dieren. Maar ook mensen kunnen daarvan de kwaliteiten hebben. “Help elkaars lasten te dragen; op die manier zult u de wet van Christus vervullen” schrijft Paulus in zijn brief aan de Galaten. Wie helpt jou om de lasten van het leven te dragen? Wie help jij zelf? Wie geeft jou warmte? Wie geef jij warmte? Heb jij een schaap of schapen die jij hoedt? Is er een herder die over jou waakt? Kijkend naar de kerstgroep, veelgeliefden, kunnen zulke vragen in je opkomen…

Midden tussen de beelden in de kerstgroep van Anya zit Katrien, haar poes. “Ja”, zegt ze, “als het kribje er nog niet staat”, want dat zet ze pas na de nachtmis op z’n plek; als het kribje er nog niet staat, “dan gaat Katrien de poes er rustig pontificaal zitten” - op de plek dus van het kerstkind. Als je dáárover nadenkt, dierbare gasten en parochianen, dan is dat eigenlijk heel erg betekenisvol: dat die poes dat doet.

Morgen, op Eerste Kerstdag, komen wij hier in de kerk opnieuw bijeen. Er worden dan andere gedeeltes uit de bijbel voorgelezen dan in deze nachtmis. Hoorden wij hier zoëven het kerstevangelie naar de beschrijving van Lucas, mórgen zal er voorgelezen worden uit het Johannesevangelie. In Lucas zien we de scène van de kerststal vóór ons. Johannes daarentegen is veel reflexiever. Zijn taal is filosofischer. Bij hem geen Jozef en Maria, geen engelen en geen herders en schapen. Johannes heeft het over Jezus als over Gods “Woord dat vleesgeworden is en dat midden onder ons heeft gewoond.” In Jezus is die grote, onbegrijpelijke, voor veel mensen misschien abstracte, vage, zweverige God; in Jezus is die God concreet, zichtbaar, hoorbaar en tastbaar geworden: een mens van vlees en bloed. Wat Johannes over Jezus in deze zin zegt, daarvan kunnen we ook een vráág maken om aan onszelf en ook aan elkaar eventueel te stellen: Waar, hoe, op welke manier kom jij in jouw leven Jezus tegen? In wie of in wat krijgt Hij voor jou, voor ons, vlees en bloed?

Ik denk: de poes is in dit verband zo gek nog niet eens. Een poes kan kwaliteiten hebben die ons aan Jezus kunnen doen denken. Ja, zélfs in de poes kan Hij in zekere zin verschijnen. Er hangen opvallend véél poezen in de transparante kerstballen in de Vredeskerk-kerstboom!

Ik heb zelf een poes, Tobi geheten. Hij is heel aaibaar. Hij houdt mij graag gezelschap, komt graag dichtbij mij zitten. Heel lenig en behendig springt hij overal op en loopt hij overal overheen: over de rugleuning van de bank, over tafels en vensterbanken maar, heel opvallend: Hij gooit nooit iets om. Hij is dus heel behoedzaam - net zoals die Katrien van Anya die zo mooi tussen de beeldjes van de kerstgroep zit zonder ze om te gooien. Een God die graag dichtbij ons is, die kwetsbaar en aaibaar is en die behoedzaam met ons omgaat. Díe God verschijnt in Jezus in de kerstnacht. Ik moet in dit verband denken aan woorden van de profeet Jesaja die wij hoorden in de eerste lezing. Jesaja schrijft, in een andere passage in zijn boek: “Het geknakte riet zal hij niet breken en de kwijnende vlaspit blaast hij niet uit.” Dat zijn woorden die we gemakkelijk in verband kunnen brengen met God zoals Hij als kind in de kribbe verschijnt in Jezus. In Jezus vraagt God ons om behoedzaam met Hem om te gaan. En aldus máákt Hij ons hopelijk ook tot behoedzame mensen, tot mensen die rekening met elkaar houden, tot mensen die aandachtig en voorzichtig met elkaar omgaan.

Gebeurt dat ook? Doen wij dat ook? Vaak niet natuurlijk. Zelfs in de kerk kunnen mensen behoorlijk ruw en gevoelloos met elkaar omgaan. Vandaag nog hoorde ik hoe iemand van de kerk tegen een ander heeft gezegd: “Ze gaan in het verpleeghuis beter met elkaar om dan in de kerk.” Dat is goed om te horen over het verpleeghuis - en minder fijn over de kerk natuurlijk… al zijn er hopelijk ook andere ervaringen en mensen die er anders over denken. Ik hoop het maar. Want het is duidelijk dat God in Jezus wil dat wij met Hem en wij met elkaar behoedzaam omgaan. Als parochiepastor, als “herder”, sta ik in Zijn dienst. Binnen de parochie is het dus op de allereerste plaats mijn taak, een taak die ik echter graag met u deel, om voor die behoedzaamheid die God van ons verlangt, om daarvoor op te komen en om die hoog te houden. Dat valt dus soms niet mee, ook al niet omdat ik natuurlijk zelf een zondig mens ben die af en toe de plank behoorlijk mis kan slaan en ook mensen wel eens niet kan zien staan en die ook gevoelloos en tactloos kan zijn. Maar mag ik dan in dit verband in herinnering brengen bekende woorden van Nelson Mandela zaliger gedachtenis: “Ik ben geen heilige, tenzij je een heilige ziet als een zondaar die maar blijft proberen.”

Ik kreeg in dit verband per kerstkaart een raadgeving, een aansporing, een advies van mijn eigen ouders en daarmee wil ik deze verkondiging besluiten. Zij schrijven, mijn pa en ma, Joke en Theo Valkering-van Amsterdam: “We wensen jou (…) veel kerkplezier als herder voor je kerkkudde toe. De schaapjes lopen niet altijd zoals de herder wil. Je moet een hondje hebben, of die poes van je africhten.” Tot zover mijn ouders. Een goed advies! De poes is van een andere orde als wij. En God is van weer een andere orde. En toch is er ook een geheimzinnig verband. De wezens verwijzen naar elkaar. God, de mens en het dier, bijvoor-beeld de poes: er is een samenhang. Wil je zijn en doen zoals God, zoals Jezus wil, dan kun je inderdaad ook kijken, zoals mijn ouders suggereren, naar de poes en je daardoor laten leiden. Doe als de poes: wees behoedzaam. Stoot elkaar niet omver. Wees een mens die vrede en vreugde brengt, zoals Hij: het kind dat in doeken is gewikkeld en in een voerbak ligt, onze grote God en redder Jezus Christus. Amen. Ik wens u een Zalig Kerstmis.

Zoeken in Preken Online