Afgelopen woensdagmiddag kwam ik terug in Amsterdam vanuit Rome, waar
ik twee weken gewerkt heb aan een project over de geschiedenis van de
jezuïetenorde. Ik woonde er in ons internationale college, waar de
stichter van de orde, Ignatius van Loyola, tot aan zijn dood heeft
gewoond. De kamertjes waarin hij werkte en overleed, zijn er nog steeds
te zien, en worden dagelijks door toeristen en pelgrims bezocht. In dat
college wonen en studeren jonge jezuïeten uit letterlijk de hele
wereld. Het is een soort wereldkerk op minischaal. Halverwege mijn
verblijf was er een avond, waarop enkele studenten een presentatie
hielden over het land waar zij vandaan komen, dit keer Tsjechië en
Rusland. Over het eerste land hielden Mirek en Petr een fascinerend
verhaal. In 1556 had de Nijmeegse jezuïet Petrus Canisius midden een
Praag een college gesticht, dat grote betekenis heeft gehad voor de
vitaliteit van de katholieke kerk in dat land. Na de Tweede
Wereldoorlog belandden de jezuïeten, ten gevolge van de communistische
bezetting, in de gevangenis, ondergronds, of in ballingschap. Pas in
1990 kregen zij hun vrijheid terug. De twee jonge studenten vertelden
vol enthousiasme over het werk wat er nu in hun land gebeurt, en ik
realiseerde me hoe anders, en toch ook weer hoe eender de geschiedenis
van het geloof in hun land is vergeleken met het onze.
Na een korte pauze stelden drie andere studenten Rusland voor. De
eerste was Olvyn, een jonge jezuïet uit India, die na zijn
priesterwijding zal gaan werken in Moskou. Daar gaat hij werken in een
kortgeleden geopend studiecentrum, waar men informatie kan krijgen en
lessen kan volgen over het rooms-katholieke geloof. Ik zeg
uitdrukkelijk “rooms-katholiek”, want veel Russen zijn
grieks-katholiek, zoals de tweede inleider, afkomstig uit de Oekraïne.
Vitaly is de zoon van een grieks-katholiek priester – die kerk kent
geen verplicht celibaat – en ook zijn oudere broer is een gehuwd
priester. Vitaly is nog steeds grieks-katholiek, maar sinds drie jaar
jezuïet. Hij behoort tot het handjevol jezuïeten dat in Rusland werkt.
De derde inleider, Hovsep, komt uit Kazakstan; hij is een expert op het
gebied van computers, en heeft onlangs als architect een noviciaat voor
de jezuïeten in Rusland gebouwd, waar plaats is voor zes mannen.
U zult zich misschien afvragen waarom ik dit verhaal over buitenlandse
jezuïeten hier vertel. De reden is, dat ik de afgelopen weken tijdens
de voorbereiding op de viering van vandaag zocht naar een manier om
iets te kunnen verhelderen over het mysterie van de Drie-eenheid, het
feest van vandaag. Levend in een stad als Rome, in een huis met jonge
jezuïeten uit de hele wereld, realiseerde ik me hoe veelzijdig God is.
Niet alleen hebben wij, mensen, al eeuwen een verhaal met God, dat in
de loop van de tijd voortdurend nieuwe accenten krijgt, maar ook lijkt
het wel alsof God steeds meer gezichten krijgt, naarmate we meer mensen
ontmoeten. De afgelopen twee weken heb ik de rijkdom ervaren van het
mysterie van God, die zich laat kennen in alle tijden, alle culturen en
alle mensen. Elke poging om het beeld van God te verengen tot slechts
één beeld is niet alleen onmogelijk, maar zelfs gevaarlijk. Misschien
is dat wel de kern van het feest van vandaag: God is niet eenzijdig,
maar veelzijdig. Drie-eenheid of Drievuldigheid zou de suggestie kunnen
wekken dat God slechts uit drie kanten of drie personen bestaat, maar
dat is een soort theologische wiskunde, waar we niet echt mee geholpen
zijn.
“Waarover je niet spreken kunt, moet je zwijgen”, heeft de Oostenrijkse
filosoof Ludwig Wittgenstein ooit gezegd, en dat is een wijze raad.
Maar soms kunnen en willen we onze mond niet houden. Zoals we onze
liefde voor onze partner wel willen uitschreeuwen, maar nooit verder
komen dan gestamel, zo bestaat er bij mensen, zolang als ze bestaan,
een onweerstaanbare behoefte om woorden voor God te zoeken.
Op het feest van vandaag presenteert onze Kerk drie aspecten van God.
“Het zijn er drie, en toch is het er maar één”, zei mijn meester op de
lagere school, toen hij tijdens de catechismusles de Drie-eenheid moest
uitleggen, en hij pakte drie lucifers en stak die samen aan. ´Kijk",
zei hij met enige trots, ´drie lucifers en toch maar één vlam". Maar op
die manier zijn we toch weer bij de rekenkunde beland, of bij de
driehoek met in het midden het alziend oog. Waarom dan toch die “vader,
zoon en geest”, bij de doop en in het kruisteken? Het zijn pogingen, en
niet meer dan dat, om iets duidelijk te maken over God. Laten we
proberen erachter te komen wat die drie woorden zouden kunnen
betekenen, als we ze koppelen aan God.
God-vader. Dat is een moeilijk begrip, zeker als we afgaan op de
ervaring van nogal wat mensen die, op grond van hun negatieve
ervaringen met vaders en vaderfiguren, het woord “vader” zelfs
überhaupt niet meer willen horen en uitspreken. Het roept ergernis,
teleurstelling, afschuw, soms zelfs regelrechte haat op, omdat ze zich
door hun vaders of vaderfiguren onderdrukt hebben gevoeld, overrompeld,
miskend, gekleineerd. Ze moeten niets meer hebben van hiërarchie,
bazigheid, macho"s, haantjesgedrag, mannen die geen vermogen lijken te
hebben om te kunnen luisteren. Daardoor kunnen sommigen zelfs niet meer
het gebed bidden, dat Jezus ons geleerd heeft, het “Onze Vader”.
Zulke reacties zijn begrijpelijk, en mogen niet van tafel geveegd
worden. Ze zijn soms gekoppeld aan ernstige trauma"s. Maar misschien
kan het begrip “vader” een herkansing krijgen, als we er op een andere
manier naar kijken. “God is vader” betekent: God heeft ons gewild, hij
heeft geen kans van leven als hij niet kan bestaan in ons. “God is
vader” betekent, dat wij als mensen onderling met elkaar verbonden
zijn, verantwoordelijkheid dragen voor elkaar, kunnen steunen op
elkaar, kunnen genieten van elkaar. “God is vader” betekent, dat wij
niet uit het niets voortkomen en dat wij na onze dood niet in het niets
verdwijnen; God garandeert ons dat we verleden, heden en toekomst
hebben, en dat we mensen zijn en blijven met een geschiedenis.
God-zoon. “God is zoon” – misschien zouden we beter kunnen zeggen “God
is kind” – betekent dat God uit ons geboren wil worden, dat God zich
aan ons toevertrouwt en op ons aangewezen is, zoals een kwetsbare baby
afhankelijk is van zijn ouders. Dat houdt ook in dat God in ons midden
moet kunnen opgroeien en volwassen worden, en dat we hem dus niet
moeten klein houden. “God is zoon” betekent, dat wij in God iets van
onszelf kunnen en mogen herkennen: onze idealen, onze hoop, onze
verlangens, onze edelmoedigheid, alles wat ons perspectief biedt.
God-geest. “God is geest” betekent dat God nooit volledig te vatten is
in woorden en begrippen. God gaat ons te boven, God is groter dan ons
hart, God is meer dan wij kunnen bedenken of verlangen. “God is geest”
betekent, dat God creatief is, letterlijk, zoals al te lezen staat op
de eerste bladzijde van de bijbel in het verhaal over de schepping: “De
geest van God broedde op de wateren”. “God is geest” betekent dat God
behalve vader ook moeder is, behalve mannelijk ook vrouwelijk, want hoe
zouden wij anders geschapen kunnen zijn naar Gods beeld en gelijkenis.
“God is geest” betekent, dat ons leven in God in wezen spiritueel is,
vol spirit en esprit, en hopelijk ook geestig op zijn tijd.
Voor wie dit allemaal teveel of te ingewikkeld mocht zijn, kan zich het
beste vasthouden aan de woorden uit de eerste lezing van vandaag, uit
het boek Exodus. Daar staat te lezen hoe God zich liet kennen aan
Mozes: “God is liefdevol en genadig, geduldig, trouw en waarachtig.”
Met die woorden kunnen we ons hele leven vooruit.
Heilige drie-eenheid (2005)
A-cyclus · Tijd door het jaar · Triniteit · wit