Geloven in redding. Waarom zouden mensen überhaupt in God geloven? Is daar zo’n grote behoefte aan? Wij christenen zeggen uiteraard ‘ja’, maar ook als we onszelf onderzoeken op de vraag waarom geloven, komen veel mensen niet uit bij de redding en het eeuwig leven.
Geloven in redding is geloven in God als Vader, die - zoals de eerste lezing aangeeft - een “barmhartige en medelijdende God is, groot in liefde en trouw.” De God die in het Oude Verbond nog met de grote en onnoembare naam ‘Jahwe’ wordt aangesproken - de Heer - komt in het Nieuwe Verbond nabij zoals Hij zichzelf openbaarde aan Mozes. Jezus kent Hem als geen ander en geeft de grote God een nieuwe naam: Vader.
Geloven in redding is dan ook geloven in de eniggeboren Zoon, Jezus Christus, die niet alleen de naam van de Vader heeft geopenbaard, maar de wereld werkelijk heeft gered. Hij zal wederkomen om te oordelen, levenden en doden, belijden wij in het credo, maar dit oordeel zal mild zijn. Augustinus zegt reeds: “Wie zal de rechter vrezen als tijdens het proces onze advocaat tot rechter wordt benoemd?” Natuurlijk, Hij die zijn leven heeft gegeven om ons te redden is onze voorspreker bij de Vader en als deze zelfde Jezus ons mag oordelen, zou Hij dan niet de barmhartigheid van de Vader ook zelf toepassen?
Geloven in redding is ook geloven in de heilige Geest, die Heer is en het leven geeft, Dominum et vivificantem. De Geest die over ons is gekomen met Pinksteren, en die zoals de tweede lezing aangeeft “de gemeenschap van de heilige Geest is”. De heilige Geest brengt God onder ons, leert ons, helpt ons, is teken van Gods aanwezigheid en nabijheid. Dezelfde Geest die wij aanroepen over brood en wijn, opdat zij Lichaam en Bloed van de Verlosser worden… maakt ons één met God en elkaar, bouwt Kerk en gemeenschap.
Geloven in redding is daarmee geloven in liefde en erbarmen. Aan ons mensen de vraag: laten wij ons door God zo beminnen? Willen wij zijn barmhartigheid ervaren? Het blijkt in de praktijk moeilijker te zijn dan het lijkt. Wij mensen zijn te zwak om te leven zoals God ons heeft gemaakt. Vanaf het begin blijkt onze vrijheid een risico te zijn voor God die de zonde onvermijdelijk maakt. Met de zonde is ook de menselijke trots ingebakken, die zegt: “Ik doe het goed, ik zondig niet, ik doe toch mijn best…”
Geloven in redding is daarom voor mensen soms zo moeilijk, omdat het ook betekent dat we geloven in onze eigen zonde. Gek genoeg zeggen veel mensen wél te geloven in de God die ze niet zien (of voor mijn part in ‘iets’ dat nog veel vager is) maar de zonde die ze zelf dóen en die zichtbaar is voor iedereen wil men niet erkennen. Wie is hier nu zichzelf aan het beduvelen? Maar pas op! God bedreigt ons niet met straf en oordeel, maar kan net zomin als bij elke eigen vrije keuze ons dwingen te geloven in onze eigen zondigheid - en derhalve in redding. Wat Jezus in het evangelie zegt over mensen die niet geloven, dat geldt hen die niet geloven in zonde en daarmee ook niet in redding - waarvan zouden we dan immers verlost moeten worden? Van een soort collectief kwaad? Van ellende in de wereld? Nemen wij die collectiviteit dan mee in ons graf? Is de ellende van de wereld iets van onszelf of iets buiten ons? Gelukkig beweren de meeste mensen dat laatste. Welnu, dan kunnen we daar ook niet persoonlijk van verlost worden. Nee, broeders en zusters, laat niemand zichzelf voor de gek houden: wij zijn maar zwakke mensen en God-zij-dank is er Jezus Christus als onze unieke Verlosser die klaarstaat om ons te bevrijden van onze persoonlijke misstappen.
Geloven in redding is passend op deze zondag van de Drievuldigheid. Geen abstracte theorie over hoe het kan dat Vader, Zoon en heilige Geest drie en één zijn. Laat het mysterie het mysterie zijn. Waar het ons om gaat is dat deze éne God in alle drie de personen om ons mensen bekommerd is. Dat God als éne pure liefde is, die uitstroomt naar ons mensen. Dat heel het geheim van God zich aan ons openbaart als deze God als Vader door Jezus Christus en de heilige Geest wil redden en verlossen. Dáár gaat het om als wij zeggen te geloven. Wij geloven niet in God die buiten ons blijft en nog minder in iets wat er kan zijn maar dat ons niets zegt. Onze God is concreet. Onze God is een God die verlost. Daar gaat het om, bij alles wat wij doen. Daarom zijn wij gedoopt in zijn naam, die van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.
Heilige Drievuldigheid A (2008)
A-cyclus · Tijd door het jaar · Triniteit · wit