We lazen net in het boek Exodus “Och Heer, wees zo goed en trek met ons
mee” en in het evangelie van Johannes lazen we dat God zijn Zoon naar de
wereld heeft gezonden om deze te redden. De uittocht, de redding, het zijn
oude centrale thema’s in de bijbel. `Gods volk onderweg’ heette dat na het
tweede Vaticaans concilie. Wij zijn samen en als individu onderweg , met
vallen en opstaan . We worden wijs door schade en schande en ook door
bemoediging en bevestiging. En God trekt met ons mee, trekt ons voort en
trekt voor ons uit.
Voor veel mensen , misschien juist voor veel
mensen die niet meer naar de kerk komen, is dit te mooi om waar te wezen.
De meeste mensen geloven wel in ontwikkeling, in persoonlijke ontwikkeling
vooral en ook in een evolutie van het leven op aarde. Maar het besef dat
God ons daarbij nabij is, speelt daarin nauwelijks of geen rol. De
biologische evolutie wordt de jongeren onder ons met de paplepel
ingegeven. Talloze fossielen in gesteenten vertellen het verhaal van het
leven. Wanneer U naar zo’n blauwe deurdorpel kijkt, kijkt U in de afgrond
van de tijd. Hele planten- en dierenwerelden zijn verdwenen. Ik heb thuis
een bot van een mammoet, uit een zandput in Ophemert. Die mammoet heeft
ruim tienduizend jaar geleden door Varik gelopen, maar voor zijn nazaten
werd het te warm. Ze zijn naar het noorden gevlucht en daar later
uitgestorven.
Diep in het hart van velen is twijfel gezaaid. In
naam van de wetenschap wordt ons van alle kanten toegefluisterd en zo
nodig toegeschreeuwd dat we ons geen illusies moeten maken, we zijn maar
een naakte aap, een toevallige en tijdelijke rimpel in de oceaan van het
leven. We zijn een “schitterend ongeluk”, zoals dat heet. Er is geen zin,
geen doel. De evolutie draait op toeval en selectie. Dat toeval heeft
niets mystieks of heiligs, het is goed beschouwd ook geen toeval, het komt
voort uit een voor ons onnavolgbaar spervuur van straling dat moleculen
losschudt en veranderingen afdwingt in een volgende generatie. De
aangepasten hebben het even voor het zeggen, maar niet voor lang. De
wereld verandert en sommige laatsten zullen de eersten worden. Alles is
relatief en tijdelijk Alles is ijdel, zoals Prediker al schreef. Geloven
zou niets voor volwassenen zijn, er zou niets anders op zitten dan te
leven met de zinloosheid en gelukkig te zijn met wat ons toevalt. Dat is
ongeveer de boodschap die we overal tegenkomen.
Nadat ik dit had
opgeschreven , zag ik beelden van de natuurrampen in Birma en China. En ik
besefte weer dat niet alles voor allen zin heeft. Het mysterie van het
lijden. De oude vraag, hoe een God van Liefde al die ellende kan toelaten.
Ik heb daar natuurlijk geen antwoord op. Ik weet alleen dat de aardkorst
schoksgewijs beweegt. Wanneer zij dat niet zou doen, zou de aarde overdekt
zijn met water en zouden de zeeën zonder leven zijn. Die schokken zijn
goed voor het leven, maar slecht voor wie ze treffen. Grote stormen
brengen regen tot diep in woestijnen en zowel de orkanen als de milde
meiregens zijn het gevolg van het handjevol natuurwetten die het weer
beheersen.. Maar het lijden is er niet minder om.. We geloven niet meer in
een straffende God , die een heel gebied door elkaar schudt om de bewoners
iets duidelijk te maken. Natuurlijk, een ramp schudt mensen wel wakker,
maar dat is een gevolg, geen doel. Wij geloven dat mensen gewoon pech
kunnen hebben, sommige dingen gebeuren gewoon , toevallig, op een plek en
op een moment, die wij niet kennen.
Waar is God in al dat lijden?
In de mensen die lijden, in de mensen die troosten, in mensen die helpen,
zeker, maar niet alleen in hen. Ik kan niet nalaten weer het stukje voor
te lezen dat ik in een ander verband al een keer heb voorgelezen. Het is
geschreven door een franse vrouw. Ze was na een prachtig leven
ongeneeslijk ziek geworden en ging haar laatste weken door het mysterie
van het lijden. Ik lees nu voor:
Er is een nacht geweest waarin ik
ben afgedreven in een onbekende ruimte. Het aangrijpende is, dat , wanneer
alles wordt verwoest, wanneer er niets meer is, maar dan ook niets, dat er
dan geen dood is en ook niet de leegte, zoals men zou geloven, helemaal
niet. Ik zweer het jullie. Wanneer er niets meer is, is er enkel nog de
Liefde. Er is niets meer dan de Liefde. Alle dammen begeven het. Je
verdrinkt, je gaat kopje onder. De liefde is geen gevoel. Ze is de
substantie zelf van de schepping.
Het is vandaag de zondag van
de Drie Eenheid. Ook Jezus heeft geleden, niet zo lang, niet onder
natuurgeweld, maar wel hevig. In ons oude credo uit de vierde eeuw lezen
we : " Filium Dei unigenitum et ex Patre natum ante omnia saecula,
Deum de Deo, lumen de lumine, Deum verum de Deo vero, genitum, non factum
et consubstantialem Patri per quem omnia facta sunt. “Eniggeboren Zoon
van God en uit de Vader geboren voor alle eeuwen, God uit God, licht uit
licht, ware God uit ware God. Niet gemaakt en een in wezen met de Vader
door wie alles gemaakt is”. Het is als een gedicht , waarin het onzegbare
gezegd wordt. Ook over ons, ook wij zijn immers kinderen van God. Wij
kunnen God, Christus en de Geest niet zien, maar wel het licht dat in de
schepping, in een ander en ook diep in onszelf omhoog komt. Laten we ons
door dat licht laten leiden en laten we geloven dat alle slachtoffers van
het natuurgeweld in die Liefde zijn verdronken, in de substantie zelf van
de schepping, consubstantialem Patri .
Drie-eenheid (2008)
A-cyclus · Tijd door het jaar · Triniteit · wit