God, driemaal

A-cyclus · Tijd door het jaar · Triniteit · wit

Vlak na Pinksteren viert de Kerk het feest van de heilige drie-eenheid. Na alle grote gebeurtenissen die wij in de liturgie herdacht hebben, vanaf de geboorte van de Heer tot aan de gave van de Geest, blikken wij nu terug op Degene die het allemaal op gang gebracht heeft en ook voltooien zal: God zelf. Wat kunnen, wat moeten we nu over God zeggen, na al­les wat we met Hem hebben meegemaakt?

Hij woont in het ontoegankelijke licht en niemand heeft Hem ooit gezien. Hij is groter dan ons hart en ons verstand. Toch durven wij Hem Schepper en Vader noemen. Daarmee zeggen we iets over Hem en over onszelf. Dat wij bestaan, is in laatste instantie niet aan het blinde toeval te danken. Wij zijn in dit bestaan gewild door Iemand. Wij zijn er, omdat wij tot in de wortel van ons wezen bemind zijn door de diepste grond van de werkelijkheid, door God zelf. Dat is een ontzet­tend gewaagde uitspraak, die we bijna niet in de mond durven nemen, want er is zoveel in deze schepping dat niet op Gods goedheid wijst!

Maar we hebben ook nog niet alles gezegd over God. In het evangelie staat te lezen: ‘Zoveel heeft God van de wereld ge­houden, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft geschonken (…) niet om de wereld te veroordelen, maar om door Hem de we­reld te redden.’ Er gebeurt in de schepping veel wat God niet gewild heeft. Maar Hij laat zijn gekwelde schepping niet aan haar lot over. Hij komt er zelf in, om zelf alles mee te maken wat mensen kan overkomen. Tot in de diepste absurditeit en verschrikking van dit ontwrichte bestaan daalt Hij af. Omdat er op deze aardbol zoveel kruisen staan, heeft Hij er zelf een gedragen. Zo zijn we nooit meer alleen. Om de wereld te red­den, dit is van kwaad en onrecht te bevrijden, hadden wij Hem misschien liever de weg van het geweld en de over­macht zien gaan. Hij kiest echter de weg van de liefde en het offer, tot en met het offer van zijn eigen leven. Nu de Zoon dit alles volbracht heeft en in de heerlijkheid van de Vader opge­nomen is, laat God ons niet verweesd achter.

‘De God van liefde en vrede zal met u zijn,’ belooft Paulus aan de christenen van Korinte. God is niet ver weg, boven de wolken, in een andere, transcendente wereld. Hij is bij ons, hier en nu, in de tekenen die doordrongen zijn van Hem, van zijn Geest. In brood en wijn bijvoorbeeld, en diep in het hart van mensen die tot Hem’ Abba, Vader’ bidden, en ook in de gemeenschap van zij die in zijn Naam gedoopt zijn. Hij laat zich vinden in alle sporen die de liefde in deze wereld trekt: in vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, vertrou­wen, zachtmoedigheid. Dat zijn de vruchten van Gods ‘bij­-ons-zijn’, van zijn Geest.

Om te zeggen wie onze God is moeten we minstens drie keer naar adem happen. Toch gaat het voortdurend over die ene God. Wij noemen Hem Vader, Zoon en Geest. Betere woorden hebben we niet…

Zoeken in Preken Online