God … drie letters die een oneindigheid vullen;
drie letters die een wereld van denken en zoeken omvatten;
drie letters voor iemand die ons nabij wil zijn en ons toch telkens overstijgt.
God … er is geen woord dat zozeer misbruikt en bezoedeld wordt, zodat het goed zou zijn om er eens een tijdlang over te zwijgen. Maar er is ook geen woord dat zozeer gezocht wordt, zodat wij er niet over kunnen zwijgen.
Als wij over God willen spreken moeten wij wel begrijpen dat Hij de onuitsprekelijke is en als wij denken dat wij alles over Hem gezegd hebben, dan hebben wij over Hem nog niets gezegd. Voor iedere mens blijft God een mysterie. Geloven is eigenlijk niets anders dan die onbegrijpelijkheid van God en zijn onuitsprekelijkheid een heel leven lang te aanvaarden.
Er zijn vele wegen om deze God te benaderen. Als de God van de theologen kunnen wij Hem vele namen geven. Als de God van de filosofen kunnen wij over Hem geleerde beschouwingen schrijven. Als mijn God wordt Hij echter alleen een levende God voor mij. ‘Mijn God’ die ik ontmoet op velerlei wijzen, die ik ervaar in onverhoopte omstandigheden. Maar dat beeld zal telkens weer veranderen, naarmate de omstandigheden van mijn leven en van de tijd zullen veranderen. Hij is de meetrekkende met ons in goede en kwade dagen: God met ons.
Een kind in de catechese vroeg me eens: mogen wij God niet tekenen? Goed, zei ik tot de kinderen, probeer maar eens om God te tekenen. Een ijverig kind zei me: ik teken God eerst met potlood, dan kan ik later altijd nog wat gummen. Een ander gaf me tenslotte ontmoedigd haar blad terug: God is veel te groot om op een blad te tekenen. Die kinderen hadden begrepen wat wij, volwassenen, vaak niet willen begrijpen. Wij vormen allemaal ons eigen Godsbeeld en wij zullen steeds weer aan dat beeld moeten gummen. Het is ook waar dat God veel te groot is en dat geen tijd het beeld van God zal kunnen voltooien. Maar hoe verschillend dat beeld van God telkens zal zijn, misschien blijven toch drie namen dezelfde.
De eerste naam betekent: God is ons altijd vaderlijk nabij. God is geen blind noodlot of een mensenvreemde macht. Hij is een ‘Gij’, Iemand, niet iets, die de oorsprong is van al wat leeft. Wij zouden misschien graag een almachtige God hebben die orde op zaken stelt, die voor vrede en gerechtigheid zou zorgen, zoals wij dat graag hebben. Maar God is Vader in die zin dat Hij alle mensen de vrijheid schenkt en de liefde om zo gelukkig mogelijk te leven. Het is de liefde van God die heel de schepping draagt.
God is ook geheel aanwezig in Christus. Dat is de tweede naam. In Jezus is zijn gelaat kenbaar geworden en heel zichtbaar. Want zozeer heeft God deze wereld liefgehad dat Hij zijn eigen Zoon gezonden heeft om deze wereld te redden. In Jezus is de goedheid en de mensenliefde van God zichtbaar geworden.
En de derde naam is: heilige Geest. Door zijn Geest zoekt God gemeenschap met de mensen en wil Hij met de mensen op weg gaan. De Geest van leven en liefde werkt nog steeds verder in zover Hij de mensen meer en meer samenbrengt, in zover Hij ons denken en handelen wil doordringen van zijn kracht en van zijn liefde.
Aan dat alles denken wij als wij bidden: Geprezen zij de allerheiligste Drievuldigheid en ongedeelde eenheid
Het is voldoende dat wij mogen ervaren dat God één is in de liefde en drievuldig in zijn openbaringen…