Als u mij zou vragen: vertel me eens wat je moeder voor een vrouw was, dan zou ik moeten antwoorden: ‘Mijn moeder was een hele brave vrouw, en…’, ja, veel meer zou ik over haar niet kunnen zeggen.
Het is toch wel opmerkelijk dat je over iemand van wie je echt houdt, zo gauw uitgepraat bent. Probeert u het maar eens. Als je echt van je vader en moeder houdt, kun je misschien wel heel wat voorvallen, geschiedenissen, verhalen uit hun leven vertellen. Maar als iemand je vraagt: zeg eens wat voor een mens hij of zij is of was, dan kun je gewoon de juiste woorden niet vinden.
En ook het tegenovergestelde schijnt waar te zijn. Als je geestelijke bent, komen er natuurlijk nogal eens mensen naar je toe die in het huwelijk niet zo goed meer met elkaar kunnen opschieten. Maar wanneer je zo’n man of vrouw op bezoek krijgt, dan moet je er echt eens op je gemak voor gaan zitten, want dan is het einde van het gesprek zo gauw niet in zicht. Het schijnt dus wel degelijk waar te zijn: hoe minder je van iemand houdt, hoe beter je de woorden kunt vinden om te zeggen wie of wat of hoe hij is; en hoe meer je van iemand houdt, hoe vlugger je over hem of haar uitgepraat bent. Ik geloof dat je dat ook zo zou kunnen zeggen: hoe meer je van iemand houdt, hoe groter mysterie hij of zij voor je is. Als je aan mensen vraagt waarom ze van elkaar houden, krijg je altijd een nogal stuntelig antwoord.
En zo zou het misschien ook wel kunnen zijn met God. Het lijkt wel alsof je die vergelijking niet te ver mag doordrijven, want paters en pastoors en zo schijnen nogal veel over God te kunnen zeggen. En als je dan zo doorredeneert, zou je daaruit moeten besluiten dat het tussen hen en God ook niet allemaal wat je noemt koek en ei is. Maar vraag eens op de man af aan een pater of pastoor of professor in de godgeleerdheid: zeg nu eens precies wie of wat of hoe God is, en zij zullen ook heel gauw uitgepraat zijn.
In de Heilige Schrift staat er, geloof ik, maar één enkele keer wát God is. De evangelist Johannes legt Jezus de woorden in de mond: God is liefde. God is geen afstandelijk, koud, onverschillig wezen. Hij is iemand van wie je de relatie tot ons het best kunt omschrijven met het menselijke woord liefde.
We hebben gezegd dat je van iemand van wie je veel houdt, wel heel wat geschiedenissen, voorvallen en verhalen uit zijn leven kunt vertellen. En dat is nu juist ook bij God het geval. Op de vraag ‘Wie of wat is God?’ weten wij geen antwoord. Maar we kunnen heel wat geschiedenissen, verhalen over Hem vertellen. In de Heilige Schrift wordt God ook eigenlijk nooit echt beschreven. Er wordt in de bijbel nergens met evenveel woorden gezegd wat of wie God is. Er staat geen enkele geleerde uiteenzetting in de bijbel over het wezen van God. Wel vertelt iedere bladzijde van de bijbel wat God doet, en in het bijzonder wat Hij doet voor de mens. De auteurs van de bijbel beschrijven hoe zij God hebben ervaren in zijn bezig-zijn met de mens. De bijbel is inderdaad het verhaal van de geschiedenis van God met de mens. Die geschiedenis begint in het Oude Testament al onmiddellijk in het eerste hoofdstuk, waar de schepping verhaald wordt. En dan gaat het verder: de roeping van Abraham, de roeping van Mozes, de tocht door de woestijn, de roeping van David tot aan het einde van het Oude Testament. En het hoogtepunt van die geschiedenis van God met de mens vinden we in het Nieuwe Testament. God die in de persoon van Jezus Christus mens wordt en zelf onze menselijke geschiedenis komt meemaken.
Noch de schrijvers van het Oude noch de schrijvers van het Nieuwe Testament hebben zich ooit druk gemaakt over de vraag wat God is in zich, maar alleen over de vraag wat God is voor ons. De drieene God is geen raadsel, maar een mysterie, zoals de liefhebbende mens voor hem die hij liefheeft, ook een mysterie is dat hij niet onder woorden kan brengen. Waar mensen echt van elkaar houden, daar breekt iets door van het mysterie dat God is. En onze taak is het die liefde die God is, in deze wereld gestalte te geven…