Heilige Drievuldigheid A

A-cyclus · Tijd door het jaar · Triniteit · wit

Het vanzelfsprekende Godsgeloof van vorige generaties (waar we misschien wel eens jaloers op zijn) heeft een behoorlijke deuk opgelopen. De Bijbel vertelt in het boek Exodus dat God aan Mozes verschijnt in een wolk. Inderdaad, een goed beeld, want God wordt aan onze ogen onttrokken; Hij laat een wolk van vragen achter.

Ikzelf kan daar misschien best mee leven, met zo’n verborgen God, maar ik begrijp ook heel goed als mensen die zich bijvoor­beeld door hun gezondheid in de steek gelaten voelen, of die nooit eens geluk hebben, schreeuwen om helderheid: Waar is die God nu; waarom doet Hij niks, waarom laat Hij dit allemaal gebeuren?

Met hetzelfde soort ellendige gevoel zat Mozes en heel het volk, midden in de woestijn: Dor en droog is het leven en uitzichtloos. Ze willen niet meer terug, maar kunnen ook niet meer verder. En in die ellende zegt Jahweh tegen Mozes: ‘Ik ben een God die met je meelijdt, Ik ben barmhartig en rijk aan liefde en trouw. Maar dat roept Hij Mozes toe ‘in het voorbijgaan’ of nadat Hij hem voorbijgegaan is. Mozes zag de achterkant van God, zo le­zen we; pas als Hij voorbij is gegaan, pas achteraf dus laat God zich zien en horen.

Je kunt levenslang dubben en studeren over de vraag: Waar en wie is God en blijven vragen: ‘Hoe is uw naam, waar zijt Gij te vinden?'

Als Mozes bij het brandend braambos dat aan God vraagt, is Gods antwoord: ‘Mijn naam is: Ik-zal-er-zijn’. Toekomende tijd dus: ‘Ik-zal-er-zijn’. Misschien niet op het moment zelf.

Dan voelen we ons misschien van God en iedereen verlaten, maar achteraf pas als Hij is voorbijgegaan…

Ga mijn volk bevrijden uit Egypte, was de opdracht die Mozes kreeg. En achteraf na veel ellende en ontberingen, na heel veel twijfels en soms aan de wanhoop ten prooi, pas achteraf kan Mozes zeggen en belijden: Hij heeft zijn naam eer aan gedaan ‘Ik-zal-er-zijn’ trok met ons mee. Pas achteraf ook zeiden de leerlingen van Jezus: Ja werkelijk, Hij was de zoon van God.

In God geloven is eigenlijk altijd geweest: in het donker vertrek­ken en pas gaandeweg een en ander zien oplichten.

Zo is het ook in de mensengeschiedenis een beetje licht gaan worden toen die verre God mens werd in Jezus, de zoon van de Vader, die aan het licht komt daar waar in zijn Geest wordt geleefd.

Vader, zoon en heilige Geest, de Drie-eenheid, drie namen voor hetzelfde mysterie.., een wolk met soms hier en daar een randje licht. Toen de grote theoloog Schillebeeckx in een interview werd gevraagd naar zijn godsbeeld volgde er geen ingewikkeld dogmatisch betoog, maar vertelde hij het volgende verhaal.

Een jongetje kwam toen het al donker was te laat thuis van zijn spel in de tuin. De vader mopperde, maar het jongetje vertelde dat hij een olifant had gezien in het schemerdonker tussen de bomen.
‘Onzin’, zei de vader, ‘in ons land wonen geen olifanten en ze huizen zeker niet in onze tuin. Je komt slaap te kort, naar bo­ven dus, ik kom je dadelijk onderstoppen’.
Toen hij dat even later deed, vroeg hij aan het ventje of hij al gebeden had en God ook verteld had over de olifant.
‘Ja’, zei het jongetje.
‘En… wat zei God?’, vroeg de vader.
‘Hij zei’, vertelde de kleine jongen, ‘dat Hij de olifant ook gezien had…’.
‘Met zo’n godsbeeld ben ik ook opgegroeid’, zei de professor.
De barmhartige en meelevende God van Mozes, groot in liefde en trouw.

Dat beeld van God hebben kinderen soms voordat het harde leven begint en je treft het aan bij oude en door het leven wijs geworden mensen. Daartussen in blijft het behelpen… een wolk, een mysterie…

Zoeken in Preken Online