Als wij logisch redeneren, dan wijzen wij een oorzaak aan en zeggen: dat en dat wordt het gevolg. Tegen een klein kind zeggen we dan ook: blijf van dat mes af, anders snijd je jezelf.
Ofwel wij zien een gevolg en zeggen: dat en dat is de oorzaak. Daarom zeggen we tegen een kind dat in zijn vinger heeft gesneden: dan had je ook maar van dat mes moeten afblijven.
Johannes doet dat ook in het evangelie. Hij ziet een gevolg en zegt: dat en dat moet de oorzaak zijn. Hij ziet Jezus, hoe Hij was, en zegt: Hij moet een oorzaak hebben, en die oorzaak is God zelf.
Laten we wat concreter worden. Johannes heeft gezien dat Jezus de wereld niet heeft veroordeeld, maar gered. Johannes heeft gezien dat Jezus grenzeloos was in zijn liefde. Johannes heeft met eigen ogen gezien dat Jezus aan een kruis werd gespijkerd en dat Hij zijn beulen liet begaan, omdat Hij in zijn verschrikkelijke kruisdood zijn grenzeloze liefde wilde bewijzen. En nu gaat Johannes redeneren. Zoiets is nog nooit gebeurd. Zoiets is nog nooit gezien. Zo’n liefde moet een oorzaak hebben. Dit komt niet vanzelf. Dit heeft geen mens uit zichzelf. Dit is zo geweldig. Dit is niet menselijk meer. Dit is bovenmenselijk. Dit kan geen mens opbrengen. Dit heeft een oorzaak. En die oorzaak kan alleen de absolute liefde zijn. En dan is de conclusie van Johannes: God heeft de wereld zo lief dat Hij zijn enige zoon heeft gezonden, opdat ieder die gelooft in Hem, eeuwig leven zou hebben.
Johannes heeft God nooit gezien. Evenmin als u of ik. Maar Johannes heeft dit op ons voor: hij weet zo naar de feiten te kijken, hij weet zo duidelijk naar het karakter van Jezus te kijken, dat hij tot de slotsom komt: dat God liefde is, eindeloos geduldige liefde. Want een gevolg moet een oorzaak hebben; en zo’n gevolg moet een grote oorzaak hebben.
En als later de eerste martelaar Stefanus op een bijna identieke wijze als Jezus sterft, als hij evenals Jezus bidt voor zijn beulen in plaats van hen te vervloeken, dan zegt iedereen: hij had de geest van Jezus. En als van de eerste christenen gezegd wordt: ziet eens hoe zij elkander liefhebben, dan zegt iedereen: dat komt door de geest van Jezus.
Nu zegt Johannes tegen ons: kijk eens met me mee, dan zie je het ook. Dan ben je in het licht. Dan ben je gelukkig. Dan kun je alles aan. Dan word je niet moedeloos. Dan ga je goed doen. Dan doe je geen kwaad. Dan heb je geen angst. Dan is er vreugde in je, en vertrouwen en liefde en waarheid.
Maar als je het niet wilt zien, dan bemin je blijkbaar de duisternis meer dan het licht. En dan ben je een straatarme mens. Want die duisternis maakt je kapot. Als een kind gelukkig is en blij kun je redeneren dat zo’n kind fijne ouders heeft. Een goed gevolg moet een goede oorzaak hebben.
Welnu: Jezus was alleen maar goed. Hij veroordeelde niet; hij kwam om te redden. Jezus moet een goede oorzaak hebben. God heeft Zijn Zoon in de wereld gezonden. Zozeer heeft God de wereld lief.
Johannes kan het kruisteken alleen maar zien als een liefdesteken. Laten wij onze ogen openen en kijken of wij het ook zien: elk kruisteken is een teken van liefde van de drie-ene God: de Vader, de Zoon, en hun heilige Geest…