Voor een drie-vuldige God

A-cyclus · Tijd door het jaar · Triniteit · wit

Het is zonder meer waar: de moderne Westerse gelovige heeft het moeilijk om over de drie-vuldige God te spreken. Persoonlijk ben ik op dat punt zoals al onze tijdgenoten. En toch - zo meen ik - zijn we met z’n allen fout. Wij maken er te zeer een dogma van, een ingewikkelde waarheid. Maar is dat wel juist? Moeten wij zo over God spreken? Zouden wij er niet beter liturgie van maken, iets als een groot lied, een danklied of een loflied? Of een meditatie waarbij wij met halfdichte ogen het diepste mysterie schouwen? Of gewoon het biddend zwijgen leren voor een heilige icoon? Of nog eenvoudiger: een kruis slaan in de naam van de Vader en de Zoon en de Geest?

Misschien moeten wij op dit stuk maar wat minder Westerling zijn en wat meer Oosterling? En van harte belijden, dat God ons nabij is als de drie engelen van Rubliow. Zij zitten eerbiedig rond één tafel en wij mogen zijn, zoals in het spel: de vierde man. Wij zijn uitgenodigd om leven te delen aan Gods tafel.

En op de icoon is alles drie-voudig, drie-hoekig. Dat is blijkbaar de tekening van de liefde! De driehoek is per definitie niet vierkant en niet rond. Op schilderijen kan je zò de passer leggen: de driehoek is het eeuwige klassieke stramien. Luister maar naar onze meesters: zij leren ons, dat de tekening één wordt in het drie-voud.

Zo is blijkbaar het geheim van het leven. Het leven, het volle leven, is niet jij en ik. Het voile leven is niet twee. Het is één plus één en dat vloeit over. Het wordt vruchtbaar. Het wordt drie.

Zo is God. Een driehoek, maar een driehoek die open is en onaf. Een driehoek die een vierde man zoekt. Hij zoekt namelijk ons!

Als God drie-vuldig is, mogen wij nummer vier zijn: welkom aan Zijn open tafel.

Wij zullen veel bij-Ieren over onszelf als wij de stille kunst verstaan om aan te zitten op onze knieën. Dan zijn wij groot…

Zoeken in Preken Online