Sacramentszondag (2008)

A-cyclus · Tijd door het jaar · Sacramentsdag · wit

Hoe zoeken wij contact met God? En hoe zoekt God contact met ons?

Wij hebben doodeenvoudige dingen zoals tekens nodig om wat niet zichtbaar is tot uitdrukking te brengen. De grote niet-tastbare dingen in ons bestaan, zoals liefde, haat, vergeving, verdriet, vreugde,… drukken wij uit met kleine tekens. Een glimlach, een traan, een zucht, een blik, twee handen die elkaar aanraken, woorden, stilte, een kaars aansteken… Zo leeft de mens van het zichtbare naar het onzichtbare, langs het gesprokene naar het onuitsprekelijke, langs het lichaam naar de geest.

Zo is het ook in ons geloven. De meeste onder ons kunnen God enkel bereiken langs uiterlijke tekenen. Sacramenten zijn uiterlijke tekenen waarmee we ons leven laten raken door het onzichtbare.

Maar ook God, de Onzichtbare, kan maar tot ons komen via uiterlijke tekenen.

In de eerste lezing wordt dat uitgedrukt met een zichtbaar teken: Manna; brood uit de hemel. Het betekent: er is toekomst. God geeft leven. Manna is méér dan brood. Het is een teken dat God begaan is met zijn volk.

Ook Jezus gebruikt zichtbare tekenen: brood en wijn; om zijn verbondenheid met de Vader en met ons uit te drukken.

Wanneer wij eucharistie vieren, ontvangen wij voedsel van een héél speciale soort. Een geestelijk voedsel voor ons hart. In de communie ontvangen wij meer dan een stukje brood. Wij ontvangen Jezus en zijn totale liefde voor de mens. Telkens zegt Jezus ons: ‘Ik wil jullie mijn bezieling, mijn vrede, mijn liefde geven. Door Mij kan jullie leven omgevormd worden tot teken van verbondenheid en blijvende trouw. Daar gaat het om als jullie ten volle willen leven'.

Eucharistie vieren is tevens geloven dat ook onze liefde nu reeds sterker is dan alles wat haar tegenwerkt, ook de dood. De apostel Paulus drukt het zo uit: brood en wijn maken ons tot één lichaam: het lichaam van Christus. Wat bedoelt Paulus hiermee?

Brood en wijn zijn niet alleen een levend teken van de aanwezigheid van de Heer. Wijzelf zijn een levend teken van de Heer. Wij maken deel uit van ‘het lichaam van Christus’. Dat Lichaam lijdt nog op vele plaatsen: denk maar, in onze tijd, aan Irak, Afghanistan, Darfur… maar ook aan de vele momenten waar geweld overheerst door ons toedoen. Maar dat lichaam is ook langzaam aan het verrijzen overal waar onze liefde het nu reeds haalt van de haat.

De Eucharistie is het teken van hoop dat onze dagelijkse liefde sterker is dan de dood.

‘Echt leven’ betekent dan ook ‘samen’ leven. Wij christenen koesteren over onze maatschappij een hoog ideaal. Wij durven namelijk hopen dat iedereen ooit mag aanzitten aan de tafel van de Heer, dat iedereen mag leven vanuit de bezieling van de Heer, dat alle mensen ooit eens mogen deel uitmaken van het ‘lichaam van Christus’.
Wij zijn er nog niet. Wij zijn er lang nog niet, dat weten wij maar al te goed. Maar wij willen, te midden van onze nog verdeelde wereld, toch reeds ergens beginnen, een eerste duidelijke stap in de goede richting zetten.
Als wij samen vieren, dan ontvangen wij de bron van de diepe verbondenheid over alle grenzen heen en worden wij dus ook meer één. De Eucharistie is dan ook het teken van onze groeiende eenheid.

Wij zoeken contact met God, en God zoekt contact met ons, in uiterlijke tekens.

In het brood dat wij hier ontvangen (de communie) mogen wij zien dat onze God, in Jezus, voor ons echt leven wil zijn. Jezus schenkt zichzelf aan ons in een liefde die zich totaal geeft, in een liefde die sterker is dan de dood, in een liefde die krachtbron is voor onze verbondenheid met elkaar.

Geïnspireerd op een preek van Nikita Skatchkoff (2005)

Zoeken in Preken Online