Sacramentsdag A

A-cyclus · Tijd door het jaar · Sacramentsdag · wit

Het Sacrament dat wij vandaag vieren - want het is Sacramentsdag - is zo rijk en zo veelzijdig, dat het nog nooit in de geschiedenis is voorgekomen, dat mensen het in zijn volle rijkdom en in zijn volledige veelzijdigheid hebben beleefd.

Wij hebben meegemaakt dat het volle licht viel op het persoonlijke aspect van dit Sacrament. En dat was iets heel goeds. Als wij dan te communie waren geweest, trok ieder zich terug met de handen voor de ogen, afgezonderd van iedereen, om dan te spreken met de ‘zoete gast van onze ziel’. Minstens een kwartier bleven we zo in afzondering.

In een andere tijd werd de volle nadruk gelegd op de aanbidding van Jezus in dit sacrament. Dan werd een ciborie uit het tabernakel gehaald en ter aanbidding uitgestald, of de hostie werd in een rijk versierde monstrans geplaatst op een soort koningstroon boven het altaar. Er werden kloosters gesticht, die alleen tot doel hadden: een eeuwigdurende aanbidding. Ook dat was iets goeds. Wij gingen toen naar het lof: dat wil zeggen naar een gebedsdienst rond de ciborie of de monstrans om Hem te aanbidden en te loven.

Toen kwam in het middelpunt van de belangstelling te staan het offerkarakter van dit sacrament. Men zag toen dat het eigenlijk het kruisoffer was wat Jezus in dat sacrament aan zijn Vader bracht. En wij probeerden ons daarbij aan te sluiten, aanvankelijk met een offergang met gaven in natura, later door een collecte, die werd gebracht naar het altaar. Ook dat was iets goeds.

Toen kwam de tijd dat we niet meer van een altaar spraken maar van een tafel. Het maaltijdkarakter werd belicht. Men hield op met communie uit te reiken vóór de mis of op andere voorkomende gelegenheden buiten de mis. We hielden onze handen niet meer voor onze ogen. Wij gingen beseffen dat het een gebeuren van de hele gemeenschap was. Dus geen afzondering, maar een samendoen. Toen gingen we ook beseffen dat een maaltijd uit eten en drinken bestond. En heel voorzichtig gingen we ook drinken uit de beker, hoewel dit naar onze smaak toch wel wat hygiënische bezwaren had.

Als we nu luisteren naar Paulus’ brief aan de Korintiërs, dan valt ons op dat Paulus schrijft: ‘Geeft niet het brood dat wij breken gemeenschap met het Lichaam van Christus?’ Dat brekenmaakt ons wat nieuwsgierig. Bedoelt Paulus dat letterlijk? In welke context schrijft Paulus dat? Want Paulus stond aan het begin. Nog maar nauwelijks 25 jaar gescheiden van het eerste laatste avondmaal.

Als we dit stukje uit de brief van Paulus leggen in het gehele hoofdstuk dat Paulus eraan wijdt, dan valt ons op, dat Paulus hier tekeer gaat tegen de Korintiërs. Hij gebruikt het instellingsverhaal als het argument tegen de wantoestanden in die parochie. Paulus zegt hier namelijk: iedereen eet haastig zijn eigen maal op zodat de een honger heeft en de ander dronken is. Maar zegt Paulus: dat heb ik u niet geleerd. Ik heb u geleerd wat ik van de Heer Jezus heb gehoord: namelijk dat Jezus op de avond dat Hij werd overgeleverd brood heeft genomen, het brak en zei: dit is mijn Lichaam voor u. Paulus wil zeggen: Jezus heeft het helemaal anders voorgedaan. Hij at niet zijn eigen maal op, maar Hij nam brood en brak het en gaf het weg. Hij gaf zichzelf weg want Hij zei: dit is mijn lichaam voor u.

Zouden wij het nog beleven dat een ander aspect van dit sacrament wordt belicht: namelijk dat wij het brood gaan breken om het te geven aan een ander, omdat Jezus dit ook heeft gedaan?

Zoeken in Preken Online