Breken en delen

A-cyclus · Tijd door het jaar · Sacramentsdag · wit

De heilige Mis is viering van de Eucharistie geworden. Dat is meer dan enkel een naamsverandering. Het maaltijdkarakter wordt in onze tijd meer benadrukt dan vroe­ger. Toen viel het licht meer op het persoonlijke. Ieder voor zich ging te communie en zonderde zich dan af met de handen voor de ogen, om een tijdlang te spreken met ‘de gast in onze ziel’. Nog eerder in de geschiedenis - dat is de tijd waarin dit feest werd ingesteld - viel de nadruk vooral op de aanbidding van de goddelijke Christus in dit brood aanwezig. Cibories, monstransen, tabernakels, dag en nacht brandende godslamp, expositietroon. Een tijd waarin zelfs kloosters werden gesticht met de eeu­wigdurende aanbidding als doel. Ook ons ‘lof’ hoorde daarbij.
Zo zijn er ook tijden geweest dat het offerkarakter van dit sacrament sterk in de aan­dacht stond. De Eucharistie was de hernieuwing van het kruisoffer dat Jezus aan zijn Vader bracht. En wij, de mensen, probeerden daarbij aan te sluiten met onze offerga­ven, aanvankelijk in natura, later door deelname aan de collecte. Ook misintenties en betaling daarvoor stammen uit die tijd. Evenals de naam ‘altaar'.

In onze tijd wordt weer een ander facet belicht. We spreken niet meer van altaar maar van tafel. We werden meer een gemeenschap. Het persoonlijk gebed na de communie is bijna verdwenen en in plaats daarvan zingen we een lied of luisteren we naar muziek. We hielden en houden een heilige maaltijd, die bestaat uit eten en drin­ken. En schoorvoetend gingen we ons brood indopen in de beker, want samen drin­ken vinden we nog wat onhygiënisch.
Een hele ontwikkeling: de Eucharistie is een diamant met vele vlakken. Vandaag de dag luisteren we gemakkelijker naar Paulus als die zegt: “Geeft niet het brood dat wij breken gemeenschap met het lichaam van Christus?” Dat breken is weer een nieuw aspect van onze Eucharistie. Wat is in de gemeente van Korinte, waaraan Paulus schrijft, aan de hand? Er heersen wantoestanden. Korinte is een harde havenstad. Ieder zorgt er voor zich en ziet maar hoe hij of zij overleeft. Ook in de gemeenschap van christenen is dat niet ineens anders. Mensen brachten hun eigen voedsel mee naar de kerk. De rijken veel, de armen weinig. En, zo laat Paulus weten, ieder eet haastig zijn eigen voedsel op, zodat de een honger heeft terwijl de ander dronken is.
Zo heb ik het jullie niet geleerd, gaat hij dan verder. En dan verhaalt hij hoe hij het heeft gehoord van de Heer: dit is mijn Lichaam voor u. Paulus wil zeggen: Jezus heeft het helemaal anders voorgedaan. Hij at niet zijn eigen maal op, maar Hij brak het brood en gaf het weg. Hij gaf zichzelf weg. Ook zijn verdriet, ook zijn vreugde om het samenzijn. Zijn angst en zijn teleurstelling. Hij deelde het uit, Hij vroeg om meeleven. Dat staat ons ook te doen: breken en delen, vertrouwen geven en zo vertrouwen win­nen…

Zoeken in Preken Online