9de zondag door het jaar A

A-cyclus · Tijd door het jaar · 9e zondag · groen

Jezus besluit vandaag de bergrede. In wijsheid was Hij begonnen, in wijsheid besluit Hij. Hij vergelijkt “een verstandig man die zijn huis op rotsgrond bouwde” en “een dwaas die zijn huis bouwde op het zand”. De inzet van het wijze handelen is het geluk dat ieder voor zich beoogt. Dit geluk moet blijvend zijn. Dat behoort tot de aard zelf van het geluk. Het huis van het leven kraakt in zijn voegen en valt tenslotte in, wordt volledig verwoest, als men Jezus’ woorden “hoort, maar er niet naar handelt”. Leven naar Jezus’ woorden, is de inhoud van het wijze handelen.

De vrijheid, die Jezus veronderstelt, is de voorwaarde tot het wijze handelen. Ook hierin is Hij een kind van Israël. Mozes leert in Deuteronomium dat Jahwe “zegen en vloek” voorhoudt. De Israëliet heeft vrij de keuze, al dan niet te gehoorzamen, en zo zegen of vloek over zich af te roepen. Zoals Jezus bij het begin van de bergrede oproept om Mozes opnieuw te leren lezen, volgens de oorspronkelijke zin van zijn Wet, zo is het ook bij het einde ervan. Eindelijk weer iemand die de wil van God kent, die hem aan anderen leert, die ook leert hoe hem te volbrengen, hoe vrij God en de naaste lief te hebben, en zo als mens niet ten onder te gaan.

De inzet van het wijze handelen is het blijvend geluk, de voorwaarde is de vrijheid, de inhoud is het leven volgens de bergrede. Niet “Heer, Heer” roepen, maar de wil doen van Jezus’ Vader die in de hemelen is.

Tot die Vader, tot onze Vader, heeft Jezus ons in de bergrede leren bidden, met enkele korte en hartige zinnen. “Uw wil geschiede”, “Uw Naam worde geheiligd”, “Uw Rijk kome”, is drie keer hetzelfde gebed. Gods Rijk moge zichtbaar worden op aarde. En drie keer wordt gezegd waarin het zichtbaar moge worden: dat allen mogen genieten van het dagelijks brood, dat aan onze vergevingsgezindheid Gods vergiffenis mag beantwoorden, en dat wij op de bekoring niet ingaan.

Wie zo regelmatig bidt, vindt en schept vrijheid en vrede: hij doet de wil van de Vader die in de hemelen is. Hij leeft, zoals van de Wijsheid gezegd wordt in het boek der Spreuken, “spelende voor zijn aanschijn” en “vreugde vindend onder de mensen”, zoals het ook voor de mensen een vreugde is met hem te leven.

Wie niet zo bidt en werkt, breekt zelf zijn huis af, totdat het instort onder Gods oordeel. Het zal hem niet baten grote dingen te doen. Al heeft hij, zelfs in Jezus’ Naam, ware profetieën gesproken, duivels uitgedreven of wonderen gedaan: ook deze uitzonderlijke dingen zijn voor de leerling van geen waarde. Waardevol is het voor hem, voor haar, de wil van de Vader te volbrengen, rustig, ernstig en vrij het leven op te bouwen dat God aan hem, aan haar gegeven heeft, het ontvangen licht te verspreiden zoals het is, ‘‘vriendelijk en veilig’'.

Het gezag van Jezus’ leer ligt hierin dat Hij iedereen Gods wijsheid aanbiedt. Wie die weigert sluit zichzelf uit. Wie die erkent wordt erdoor overweldigd en sommigen worden bij roeping zo overweldigd, dat zij niet anders kunnen dan er heel hun leven van te getuigen. Jezus overweldigt iedere mens die zijn compromissen kent, erkent en bekent.

Zo een mens was Matteüs, onreine leviet en zondaar, gevestigde tollenaar, die zijn vader later treffelijk zou begraven: een deftige burger met zijn vragen en met zijn verlangen naar verlossing. Hij verlaat zijn bureau, om Hem te volgen die geen steen heeft “waar Hij zijn hoofd op kan laten rusten”. En hij heeft er geen spijt over. Hij schrijft voor ons zijn evangelie…

Zoeken in Preken Online