Eigenlijk geven wij het niet graag toe, maar de maatstaf die wij gewoonlijk aanleggen, is de maatstaf die Jezus veroordeelt: oog om oog, tand om tand. Jezus houdt ons een andere maatstaf voor: “Als iemand je op de rechter wang slaat, bied hem dan ook de linker wang aan; als iemand je hemd wil afnemen, geef hem dan ook je jas; als iemand je dwingt een mijl met hem te gaan, ga dan twee mijlen met hem”. Wat doen wij met die woorden? Wat voor een rechtsorde had Jezus voor ogen? Moet je een dief nog belonen omdat hij ingebroken heeft? Moet je een moordenaar maar laten lopen? Moet je tegen een kidnapper aan de telefoon zeggen: “Hou mijn kind nog maar een paar dagen langer vast” of: “Je kunt nog een hoger losgeld krijgen”? En wanneer God het laat regenen en de zon laat schijnen over goeden en kwaden, dan heeft hij daar geen last van. Maar als wij misdaden onbestraft zouden laten of nog zouden belonen, dan zouden wij daar wel last van hebben, dan zou de samenleving van mensen zelfs onmogelijk worden.
Wij kunnen die overdrijvingen van het evangelie gerust toeschrijven aan de oosterse betoogtrant. Jezus wil beslist geen omgekeerde rechtsorde invoeren waarin het kwaad beloond wordt. Hij wil wel een mentaliteitsverandering: je moet niet direct terugslaan en je moet een belediging kunnen inslikken, want anders ontstaat er een kettingreactie van slaan en terugslaan, van schelden en terugschelden, van geweld tegen geweld.
Je hoeft de woorden van Jezus niet letterlijk op te vatten. Die woorden zijn blikopeners, om ons te doen zien, hoe goed het zou kunnen zijn, als wij zo barmhartig zouden willen zijn, zoals de Vader in de hemel barmhartig is.
Doe het anders, zegt Jezus. Kijk naar de zon: zij gaat op voor alle mensen, zij maakt geen onderscheid. Of kijk naar de regen, die vruchtbaarheid schenkt voor iedereen. Jij moet ook een zon zijn die elke dag opgaat voor iedereen die je ontmoet. Jij moet zijn als de regen, die anderen verfrist als ze dreigen uit te drogen. Je verliest niets als je anderen helpt tot wasdom en leven te komen. Wees grootmoedig en deel je gunsten grootmoedig aan allen uit.
God openbaart zijn almacht het meest door medelijden te hebben en te sparen. Wij hebben niet het recht aanspraak te maken op een betere wereld als wij die verbetering niet beginnen in ons eigen hart, in ons eigen gedrag, in onze houding tegenover anderen. Een beetje meer liefde, een beetje meer vergevensgezindheid van onze kant maakt de hele wereld warmer.
Iemand heeft ooit beweert: “God heeft ons armen gegeven die precies lang genoeg zijn om elkaar te omarmen. Het is alsof God daarmee wil zeggen: zo heb Ik jullie gemaakt, omdat ik zelf liefde ben”…