“Als jij je offergave naar het altaar brengt en je herinnert je daar dat je broer iets tegen je heeft, laat dan je offergave achter en ga je eerst verzoenen met je broer en kom dan terug om je gave aan te bieden'.
Telkens als wij met een medemens flink overhoop liggen stoort ons deze keiharde uitspraak van het evangelie. Ik ga nu maar eens uit van de veronderstelling dat ik echt niet de schuldige ben van het conflict. Meer nog, dat ik niet alleen de onschuldige ben, maar zelfs de gedupeerde. Ik werd gekwetst en benadeeld. Ik voel me verongelijkt en ben terecht geërgerd.
Natuurlijk ben ik niet gelukkig met de situatie. Een gebroken relatie doet altijd pijn ook in je eigen hart, maar waarom zou ik dan de eerste stap moeten zetten, zeg maar: een knieval moeten doen voor de schuldige? En ik ben er ook nog lang niet zeker van hoe hij zal reageren. Ik zal kwetsbaar zijn. Misschien geeft hij mij nog eens extra een veeg uit de pan. Zoveel gedachten komen bij mij op… En dan zou Jezus aan mij zeggen: Vooraleer naar het altaar te gaan moet je je eerst gaan verzoenen. Daar heb ik het moeilijk mee.
Toch wil ik graag nadenken hoe Jezus mij kan motiveren om toch de eerste stap naar verzoening te zetten. Het motief bij Jezus is heel duidelijk: ik mag mijn broeder niet kwijtraken, ik moet mijn broeder weer terugwinnen. Dit staat bij Jezus voorop. Andere gevoelens tellen dan schijnbaar niet mee. Alleen dit: je moet je broeder winnen en daarvoor zul je heel radicaal je eigen gelijk op zij moeten zetten. Je zult naar hem toegaan, met hem spreken, hem erkennen en aanvaarden. Dit niet alleen om te vermijden dat het conflict steeds groter wordt, maar vooral om je broer niet te verliezen. Is het mij zoveel waard mijn broer terug te winnen, een broer meer te hebben? In de mate dat ik daar echt van doordrongen ben zal ik de moed en de energie hebben om de eerste stap te zetten.
Dit ideaal houdt Jezus ons nu voor ogen, nu wij op het punt staan om de eucharistie te vieren. Het gaat helemaal niet alleen om de vraag of ik iets heb tegen mijn broer, maar als wij ons volledig en werkelijk willen verzoenen dan moet ik er ook aan denken waar de ander met mij brak. Alleen zo kunnen wij eigenlijk met een eerlijk hart de eucharistie vieren.
Daarom bidden wij ook telkens voor de communie het gebed van Jezus: vergeef ons onze schuld, zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven. Een eerlijke eucharistieviering herstelt de verhouding tussen God en de mens op voorwaarde dat wij vooraf proberen de relatie met onze medemens te harmoniseren.
Wie zich echt in zo’n situatie bevindt zal dit wel heel moeilijk vinden: een zware opdracht. Maar Jezus heeft gelijk: als jij de vrede brengt naar de ander, dan wordt je eigen hart vervult met vrede. Juist dat wil Jezus ons brengen: “Ik geef u mijn vrede.” Zijn vrede zal het ge¬schenk zijn dat Jezus ons geeft.