Zusters en broeders,
Voor de derde week op rij stamt het evangelie uit de Bergrede, een van de kerngedeelten uit Jezus’ leer. Twee weken geleden begon het met de acht zaligsprekingen, verleden week waren we het zout der aarde en het licht van de wereld, en vandaag horen we hoe Jezus enkele van de tien geboden interpreteert, en vooral verdiept. Het valt daarbij op dat Hij zeer rechtlijnig is en zeer streng, en dat Hij ook zeer hoge eisen stelt. Hoe hoog blijkt verderop in de Bergrede, waar Jezus stelt dat je volmaakt moet zijn, even volmaakt als je hemelse Vader dat is. Een opdracht om schrik van te krijgen, want hoe kun je nu zo volmaakt worden als God! Dan ben je immers gelijk aan God. Vraagt Jezus ons dus het onmogelijke? Legt Hij ons ondraaglijke lasten op de schouders? Maar wie Hem kent, weet dat Hij dat niet doet. Hij vraagt nooit iets onmogelijks, integendeel. Hij gaat bijvoorbeeld precies tegen de farizeeën in omdat die onmenselijke wetten willen opleggen. We moeten dus proberen uit te zoeken wat Hij hier precies bedoelt.
Vooreerst stelt Hij zeer uitdrukkelijk dat Hij de wetten van Mozes zes, die immers van Jahweh-God zelf komen, zeker niet komt afschaffen, integendeel. Hij komt ze tot vervulling brengen. Met andere woorden, Hij komt hun ware betekenis blootleggen. Hij doet dat aan de hand van enkele van die geboden. Hij citeert o.m. ‘Gij zult niet doden’, het vijfde van de tien geboden van Mozes. Natuurlijk mag je niemand doden, zegt Hij, en je moet vooral goed beseffen dat dit gebod veel verder gaat dan wat er letterlijk staat. Want waar begint het doden van je medemens? Pas bij de daad, het zwaaien met het mes, het schieten met het vuurwapen, het misbruiken van je auto als een moordtuig? Beslist niet. Het doden begint bij het verwijt, de afgunst, het getreiter, de jaloersheid, de woede, het schelden, het uitsluiten van je naaste. En dat, zegt Jezus, die innerlijke houding, dat voornemen, of hoe je het ook noemen wilt, is even strafbaar als de moorddaad zelf.
Zo beginnen ook overspel en echtbreuk niet op het ogenblik dat de man of de vrouw elkaar met iemand anders bedriegen, ze begint met het denken aan iemand anders, het begerige kijken naar en het vastgrijpen van die iemand. Vandaar ook Jezus’ harde uitspraak over onze ogen en onze handen: als die toch maar dienen om er onrecht mee te begaan, om er je partner ontrouw mee te worden, om er anderen als een object, als een ding, mee te bekijken en te behandelen, dan zou het beter voor je zijn dat je geen ogen en geen handen had. Niet mijn woorden, maar die van Jezus.
En ook woorden van Jezus: ‘Uw ja zij ja, en uw neen zij neen’. Anders gezegd: wees eerlijk en oprecht. Meen wat je zegt en doet, en zeg en doe wat je meent. Wees een mens uit een stuk, op wie je naaste zonder meer kunt vertrouwen. Alleen onbetrouwbare mensen moeten voortdurend zweren bij al wat heilig is als ze nog willen geloofd worden.
Het zal ondertussen wel duidelijk zijn waar het Jezus om te doen is: niet om de letter van de wet, wel om de geest, de diepere betekenis, de echte bedoeling. Want de letter van de wet, dat is niets meer dan het uiterlijke gedrag, en dat gedrag is misschien maar schijn. Het is immers niet omdat je niemand vermoord hebt dat je ook een goed mens bent, of omdat je voor eeuwig en drie dagen bij je partner blijft dat je die ook nog trouw bent. Inwendig immers kun je bij manier van spreken duizenden kilometers van hem of haar verwijderd zijn, zonder liefde, zonder meevoelen, met je gedachten bij iemand anders, en je vrije tijd voor de tv, je hobby’s en je vrienden.
Vraagt Jezus ons dus iets onmogelijks? Zeker niet. Want als je de boodschap van vandaag heel aandachtig leest, kom je al snel tot de vaststelling dat Jezus niets anders doet dan ons met onszelf confronteren. Gedraag je naar buiten uit niet anders dan dat je van binnen bent, houdt Hij ons voor. En ook: wees geen farizeeër. Oordeel dus niet over de anderen, en veroordeel ze zeker niet, want misschien ben je inwendig heel wat minder goed dan degenen die je veroordeelt. Bedenk alleen wat en wie je zelf bent, beoordeel dus alleen jezelf, en doe dat dan ook eerlijk. Steek je daarbij niet weg achter allerlei uitvluchten, maar zie jezelf zoals je echt, dus innerlijk bent, niet zoals je je uiterlijk misschien voordoet.
Dat is dus helemaal geen onmogelijke opdracht, zusters en broeders. En evenmin is het een beperking van ons menszijn, zoals sommigen durven beweren. Integendeel, Hem volgen betekent precies een verrijking van ons menszijn. Want Jezus’ boodschap is niets anders dan een hartstochtelijke oproep om mee te werken aan Gods droom: een droom van een leefbare wereld, waarin plaats is voor iedereen, ongeacht ras, kleur, overtuiging of mogelijkheden. Bouw mee aan zo’n wereld, houdt Jezus ons vandaag voor, en doe het eerlijk, en vanuit een innerlijke overtuiging. Amen.