Het is maar goed dat ze (wie dat dan ook mogen zijn) de biecht hebben afgeschaft. Want wat doe wij nou voor kwaad? Eerlijk gezegd: ik zou het ook niet weten. Ik denk, dat mensen gelijk hebben die zoiets zeggen. Wellicht is het echter de verkeerde vraag. Misschien moeten we veel meer de vraag stellen: Wat doe ik voor goed? Of anders gezegd: Waar bevorder ik het leven? Waar help ik dat vooruit? Daarover, zo meen ik, gaat de Joodse wet. Niet zozeer over wat niet mag, maar veel meer over wat je zou kunnen doen om mens te worden.
De Joodse ‘wet’ is een hele slechte naam voor een boekenkast vol met verhalen, gebeurtenissen en getuigenissen, hoe God te midden van zijn volk het leven heeft bevorderd. Er staan ook voorschriften en richtlijnen in, maar met de bedoeling dat het leven kan stromen.
De Joodse Thora (wet) is niet een geheel van laatste woorden, waarover niet meer te spreken valt, maar het is een gestolde ervaring; opgeschreven geschiedenis om eruit te leren als je dat wilt. Dan moet je wel eindeloos samen praten en zien hoe zodoende menselijkheid kan worden behouden. Natuurlijk waren er ook die de wet gebruikten als laatste woord ‘zó moet het en niet anders’! Maar aanvankelijk was het zo niet bedoeld.
Voor de Joden is Thora veel meer een eerste woord, dat hun gegeven is en er wordt bijgezegd: kijk er eens naar, wil het eens overwegen. Zie eens of je er met elkaar een leven op kunt bouwen. Gij zult niet doden, gij zult geen overspel plegen, gij zult de naam van de Heer uw God niet oneerbiedig gebruiken.
Kijk daar eens naar, misschien is er iets voor u bij. En dat gaan ze doen. In de synagoge, in de Joodse leerhuizen. Jezus doet aan die traditie in de Joodse leerscholen mee. Hij zegt: tot onze voorvaderen is gezegd: gij zult niet doden. Wel ik vul dat gebod aan, want ik denk dat bij doden ook nog hoort, dat je elkaar niet op een akelige manier uit het leven scheidt. Ik leg dat erbij, kijk er eens naar. Er is gezegd geen overspel plegen, maar ik leg erbij, dat al uw relaties bepaald moeten worden door uw hart en niet door uw begeerte alleen. Kijk er eens naar, misschien iets voor u.
Wij mensen kunnen niet zonder orde. Dat wordt in de joodse wet op iedere bladzijde opnieuw aangeduid. De Jood wordt van Godswege ingepast in dat grote geheel van het volk en dat is zijn vreugde. Z’n vreugde dat hij niet voor vernietiging is gemaakt, niet voor de dood, maar dat hij op elke bladzijde kan lezen wat zijn bestemming is: Leven! En daarom zingt en danst hij, want dat is toch een vreugdevolle boodschap. De Joodse wet, dat zijn verhalen, waarin mensen in verband worden gebracht met andere mensen, waarin de mens verbonden raakt met de gemeenschap.
Ligt daar niet het probleem van onze kerk op dit ogenblik? Die hele discussie die op hoog niveau wordt gevoerd? Het zijn van weerskanten zulke definitieve woorden die worden gesproken. Hoge kerkleiders, die hun woorden dat karakter meegeven van ‘zó en niet anders’. En aan de andere kant mensen die zwaaien met een kort geding. Dat is toch het laatste! Laatste woorden terwijl we, naar mijn gevoel, met eerste woorden beter af waren.
Ik zou aan alle partijen willen zeggen: kijk toch elkaar aan. Spreek niet zo definitief. Blijf met elkaar in gesprek. Je hoeft het niet met elkaar eens te zijn. En niemand heeft de absolute waarheid. Je kunt makkelijker je mening geven voor een betere als je niet bedreigd wordt.
Wil het evangelie ons niet leren dat er goede dingen tot de ouden zijn gezegd, maar dat wij er onze ervaringen bij moeten leggen? Onze tijd is niet meer de tijd van vroeger en je kunt niet terug. En blijf met elkaar praten. Dan moet het mogelijk zijn - soms met pijn, soms met toegeven - tot waarheid voor onze tijd te komen.
Een kort geding, een rechtbank, dat is het laatste!… Dat doet alleen maar pijn en sticht grote verwarring. Dat is jammer. Hopen we dat in onze kerk het samen spreken weer op gang komt.