Onprettige waarheden

A-cyclus · Tijd door het jaar · 6e zondag · groen

Dit is de Bergrede in al haar felheid, beschuldigend tot en met. Niet doden? Oké! Maar wie is er al eens niet kwaad op zijn broeder of zuster? Geen overspel? Oké! Maar zelfs niet begeren? We zijn toch immers geen engelen (goddank), maar wezens van vlees en bloed. Het is gewoon sterker dan onszelf. Geen valse eed? Oké! Maar wie neemt al niet eens een loopje met een waarheid die hem of haar niet zo best uitkomt?

Wat te doen met zulke scherpe woorden? Ofwel leggen we ze gewoon naast ons neer, ofwel lopen we dag in dag uit te barsten van scrupuleus schuldbesef, ofwel sluiten we compro-missen. Het wordt allemaal nog prangender als we ons gaan afvragen wat Jezus wel kan bedoelen met een dergelijke overweldigende beschuldiging. De bijbelse mensen wisten toch al lang voor Jezus’ komst dat ze zondig waren. In Psalm 51,7 staat: ‘Ik ben schuldig vanaf mijn geboorte.’ Wil Jezus daar nu nog een schep bovenop doen? Waar stuurt Hij eigenlijk op aan? Hij is toch gekomen om de zondaars die we zijn, te redden?!

Jezus zet zich af tegen de huichelachtige gerechtigheid van schriftgeleerden en Farizeeën. Bij hen telt blijkbaar vooral de uiterlijkheid, het publieke nakomen van de wetsvoorschriften. Elders worden ze voor witgekalkte graven uitgescholden, schoon vanbuiten, rot vanbinnen. Jezus komt hun wet niet afschaffen, maar vervullen. Dat betekent dat achter het uitwendige gedrag een innerlijke bezieling moet steken die zuiver is tot op de graat. De Gever van de wet doorgrondt immers hart en nieren. Huichelen voor zijn aanschijn heeft geen enkele zin.

Het is dan ook maar beter dat we zelf onder ogen durven te zien wat er in ons omgaat. Dat doen we spontaan niet zo graag. Daar is de profetische blik van Jezus voor nodig. Hij weet wat in de mens is. Hij dwingt ons tot een ‘waarheidsarbeid’ waar we zelf liever niet aan beginnen.

De waarheid die dan aan het licht komt, kan verstikkend zijn en ons hopeloos in het moeras duwen. Dit is mijns inziens cruciaal om Jezus’ bedoelingen te begrijpen. Om even een vergelijking te maken: het is niet moeilijk iemand ‘zijn zaligheid’ te zeggen en hem of haar op die manier de grond in te boren. Dit soort waarheid wurgt mensen in hun schamelheid. Heel anders is het wanneer iemand mij ‘mijn zaligheid’ komt zeggen en mij daarna niet in de steek laat, maar mij in mijn schamelheid nabijkomt en vooruithelpt. Zo iemand maakt mij vrij. De waarheid ligt dan ingebed in een overtreffende liefde. Die verdoezelt niets, maar laat ook nooit iemand in zijn schamele waarheid wegzinken.

De beschuldiging van de Bergrede lijkt op afbraakwerk. Maar die Bergrede is ook nog maar net begonnen. Dit is pas de eerste ‘waarheidsetappe’. Ze mag niet overgeslagen worden. Anders zou de echte liefdesbekwaamheid waartoe Jezus dadelijk oproept, geen kans maken.

Zoeken in Preken Online