5e zondag door het jaar A

A-cyclus · Tijd door het jaar · 5e zondag · groen

Jezus heeft in de acht zaligheden het profiel getekend van de leerling, van wie zich bij Hem wil aansluiten, van wie zich in zijn school wil inschrijven. De kandidaten moeten bewust zijn dat zij de Geest nodig hebben om mensen te worden naar Gods hart, en om het uit te houden als zij in hun poging hiertoe beschimpt worden. Nu horen zij dat zij, als zijn leerlingen, midden in de maatschappij staan, met iedereen geconfronteerd zijn, dat zij leven in een huis met glazen wanden, dat niets van hun theologie geheimtaal is. Hun “goede werken” moeten zichtbaar zijn.

De leerlingen zijn als zout. Zout is nodig voor duizend dingen. De mensen kunnen er niet zonder. Zo hebben het de leerlingen van Jezus nodig, opdat hun leven niet zou bederven, zoals ongezouten voedsel bederft; opdat ze smaak zouden vinden in wat blijft. Als de leerlingen Jezus volgen, zijn zij zelf onder de mensen als zout in het voedsel. Ze scherpen de honger en de dorst naar God en zijn gerechtigheid, naar leven dat de moeite waard is, naar wat uit het leven dat vergaat, onsterfelijk gedistilleerd wordt.

Het is alles of niets, want “als het zout zijn kracht verliest”, deugt het echt nergens meer voor. Het kan alleen nog weggeworpen worden. De zoutloze leerling wordt dan verworpen en met de wereld aan het bederf onderworpen. Dan draagt het Evangelie geen vrucht. Het wordt niet eens gezaaid op de akker die de wereld van de mensen is. Het wordt met het vuil van hun straten vertrapt.

Jezus is alles komen brengen, maar het hangt af van de leerling, of het al dan niet op niets uitloopt, op erger en minder dan niets, in hem en onder de mensen, aan wie hij een tegengetuigenis gegeven heeft. Het kan uitlopen op “geween en tandengeknars”, zoals het evangelie dat zegt, want Jezus is niet voor niets gezonden. De bergrede is zegen en heil, maar er steekt onheil en vloek in Jezus’ woord over het zout dat weggeworpen wordt. Of kan die zin misschien geschrapt worden?

Het leven van de leerling is alles of niets en het beslist over het lot van de wereld. Want de leerlingen zijn ook licht, een stad boven op de berg gelegen, van verre en van overal te zien. Elke leerling is een lamp, wier licht in het huis niet gedoofd wordt, door het af te dekken met de graanschepper.

Het licht is niet agressief en het werkt niet triomfalistisch. Het verspreidt vredig zichzelf en iedereen in huis profiteert ervan. Anderzijds kan iedereen het gemakkelijk doven: het licht is ook uiterst kwetsbaar. Zo is de leerling: als licht dat overal doordringt en dat zelf zeer kwetsbaar is.

Het licht is als het kruis en als het woord, waarover Paulus schrijft aan zijn Korintiërs. Het woord van de leerling is ook niet agressief. “Vertoon van welsprekendheid of geleerdheid” is geen taal van de leerling in de wereld, ‘‘overredingskracht van de ‘wijsheid’ is “dwaasheid in de ogen van God”. Zo is het woord ook niet triomfalistisch, want ook als iedereen moet gewonnen worden, toch is er niemand die moet verliezen.

En als het kruis triomfalistisch wordt, werpt het meer schaduw dan dat het licht geeft. De leerling kan alleen het kruis dragen, zoals Jezus het gedragen heeft. Wie een mens beschimpt die zijn kruis draagt, weet van waar de agressiviteit komt.

De “wetenschap van Christus en zijn kruis”, die Paulus later zal verkondigen, begint hier, bij de aanvang van Jezus’ openbaar optreden. Zoals Jezus het woord en het licht draagt, zo zal Hij ook zijn kruis dragen. De leerlingen die Hem nu volgen, zullen Hem ook later kunnen volgen. Alleen de “armen van Geest” zullen weten hoe zich in de school van Jezus te vervolmaken. De mensen zullen hun “goede werken” kunnen zien en hun “Vader verheerlijken die in de hemel is”…

Zoeken in Preken Online