Kinderen, vandaag krijgen ze een cadeautje en zijn ze blij met hun pop, hun autootje. Maar al gauw kijken ze er niet meer naar om… Het nieuwe is eraf.
Wij, grote mensen, zijn niet veel anders: ons aller leven wordt immers vaak ondermijnd door slijtage. Niet alleen ons lijf - dat voelt iedereen die ouder wordt - maar in alles wat we doen. Zodra het nieuwe eraf is, verflauwt onze aandacht en hebben we ons hoofd en hart er niet meer bij.
Door de grauwe alledaagsheid verslijten huwelijken soms. De liefde verflauwt en de beloofde trouw brokkelt af. Zo kan ook een levend geloof uitdrogen, het werk routine worden en vriendschap verschralen. Veel van wat er onder mensen gaande is, is onderhevig aan slijtage.
Gelovigen, zegt Jezus ons vandaag, mijn leerlingen zijn mensen die het uithouden, die er de smaak in houden, niet verflauwen: ‘Gij bent het zout der aarde’. Heel dichtbij in onze dagelijkse omgang met elkaar moeten we het bederf tegen zien te gaan, niet verslijten aan de lange duur. Maar ook in de wijde wereld dienen wij als kerk zout der aarde te zijn, licht der wereld.
Kunnen wij dat? Ja, dat kan. Zijn we dan niet met te weinig. Nee, we zijn met genoeg, we hebben voldoende in huis. Een snufje zout immers volstaat om een hele schotel smaak te geven en een kleine vlam zie je door het donker al van heel ver.
Tegen gelovigen die denken ‘onze hulp haalt niets uit, mijn bijdrage (aan de collecte vandaag) stelt niks voor’, zegt Jezus voortdurend: klein kan veel.
Zo vertelt Hij ons over het kleine mosterdzaadje dat de kracht in zich draagt een boom van jewelste te worden, over gist dat het hele brood doet rijzen en over vijf broodjes en twee visjes waarvan duizenden kunnen eten.
Klein kan veel, leert Jezus ons en dus: begin maar in het klein, heel dichtbij zout te zijn en licht. God weet dat het wat uithaalt. En hoe doe je dat: smaak brengen in het leven van mensen, licht zijn in je omgeving? Niet door je terug te trekken in je eigen schulp, je eigen huis en je eigen belang. Dan wordt je leven zonder reuk of smaak, dan verliest het zout zijn kracht. Zout en licht zijn voor je omgeving doe je ook niet door je als gelovige terug te trekken uit je kerk of - wat net zo erg is - in je eigen kerk. Uit een donkere wereld vlucht je dan naar het licht, terwijl je met je licht naar buiten moet. Dan zet je dus je licht onder de korenmaat.
Hoe met het dan wel? Dat weet Jesaja ons te vertellen: ‘Deel je brood met de hongerigen, bied een thuis aan wie het zoeken, laat niemand links liggen. Dan zal je licht stralen als de dage-raad. Als je ophoudt met mensen kleineren, als je van je handen geen vuisten maakt en niet meedoet aan allerlei geroddel, dan straalt je licht en maak je van de nacht een stralende dag'.
En gelukkig zijn er nogal wat van zulke mensen binnen en buiten de kerken, mensen die bederf tegengaan, die zout der aarde zijn en licht voor hun omgeving. Gelukkig zijn ze er, mensen zoals God ze bedoeld heeft. Maar het mochten er gerust wat meer zijn…