Op een dag dook er in ons dorp een man op die helemaal alleen ging wonen in een opgeknapt boerderijtje. Men wist heel weinig over hem, maar men zei dat hij een buitengewoon begaafde pianist was, die klassieke en moderne muziek met de grootste virtuositeit kon spelen. Ik ging hem bezoeken en vroeg hem of hij niet eens wilde optreden bij een parochiefeest. Hij antwoordde: ‘Ik speel alleen maar voor mij zelf’. Ik vond dat een vreemd antwoord en vroeg hem: ‘Waarom?’ ‘Ik heb mijn muziek in mijn eentje geleerd, ik heb jarenlang geoefend, nu wil ik alleen mijzelf amuseren’. Ik dacht toen aan de woorden van het evangelie van vandaag: ‘Jullie zijn licht, zout, een stad op de berg’. Deze drie beelden die Jezus gebruikt, hoe verschillend ze ook van elkaar zijn, ze hebben één zaak gemeenschappelijk: zij werken voor anderen door er eenvoudig te zijn. Zout werkt vanzelf door zijn aanwezigheid; een licht schijnt vanzelf, daar hoef je niets bij te doen, een licht dat niet schijnt bestaat niet; en het is duidelijk dat een stad op een berg vanzelf gezien wordt.
Zo heeft een christen zijn talenten niet ontvangen om zich zelf te amuseren, maar om anderen te dienen. Leerlingen van Jezus zijn van zelf, automatisch zout der aarde en licht der wereld. Het behoort tot het wezen van de christen te werken als zout en te schijnen als het licht. Zoals die musicus zijn talenten ontvangen had voor anderen, zo hebben wij de mogelijkheid om zout en licht te zijn van God ontvangen. Het is tenslotte licht van God, dat door ons wil schijnen. Hoe Jezus dat licht-zijn verstaat, lezen wij in de laatste zin van het evangelie: ‘Zo moet uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader verheerlijken die in de hemel is'.
Dat licht dat wij uitstralen komt niet van ons zelf, het is het Licht van Jezus zelf, dat in ons werkt. Wij leggen getuigenis af van dat licht. Getuigen zijn wil niet zeggen propaganda maken en zeker niet choqueren, het betekent in zijn wezen iets uitstralen dat mysterievol is, is zo leven, dat dit leven niet te verklaren is, als er geen God zou zijn. Goede koffie heeft van zelf een goede geur, daar hoeft de koffie niets voor te doen. Een goede christen straalt onbewust iets uit van Christus, vaak zonder dat hij het zelf weet, maar de mensen rondom hem zullen het ervaren. Hoe komt het dat die mens altijd zo blij kan zijn, hoe komt het dat die mens nooit klaagt, waar haalt die mens de kracht vandaan om zo trouw te blijven. Misschien komt er een tijd dat wij de mensen niet meer kunnen helpen met onze handen omdat ze beven, dat wij niet meer naar hen toe kunnen gaan, omdat onze voeten stram geworden zijn, maar het geloof in Christus kan blijven stralen, als een licht in de duisternis. Zo moet de Kerk in zijn geheel een lichtende stad zijn op de berg, zodat zij een oriëntatiepunt blijft, voor mensen die zoeken naar een zinvol leven, naar rechtvaardige maatschappijstructuren.
Christenen die alleen voor zich zelf leven, verliezen hun bestaansrecht, zoals een kaars die men onder de stolp plaatst, in zich zelf verstikt. Godsdienstig leven dat alleen maar dient om aan zijn eigen godsdienstige gevoelens te voldoen, dat alleen maar voor zijn eigen behoeften zorgt, verliest zijn kracht en verstikt weldra in zich zelf.
Wat wij nodig hebben en waarover Jezus in dit evangelie spreekt, is een bepaalde houding, een bepaalde mentaliteit; de bereidheid om alles wat wij van God ontvangen hebben, te willen delen met anderen. Hij wil dat de mensen in onze goedheid iets ontdekken van zijn goedheid en zijn bezorgdheid om iedere mens. Dat wij een beetje stralende mensen zijn, die iets doorgeven wat verwijst naar God, die wij onze Vader noemen…