Licht en zout in het leven

A-cyclus · Tijd door het jaar · 5e zondag · groen

“Gij zijt het zout van de aarde, gij zijt het licht in de wereld.” Als je naar die beelden van zout en licht kijkt moet je op de eerste plaats constateren, dat Jezus ons, zijn kerk, een heel belangrijke rol geeft, want licht en zout zijn heel wezenlijke elementen in het leven. Zonder licht gaan we alleen struikelend onze weg en zout geeft niet alleen smaak aan het eten, maar het is steeds een belangrijk bestanddeel in voedsel geweest om te behoeden tegen bederf. Niet voor niets is ons woord salaris afgeleid van het Latijnse woord voor zout, en wanneer je ‘het zout in de pap niet meer kunt verdienen’ ben je ver verwijderd van een zinvol bezig zijn. Door het feit, dat Jezus ons aanwijst als licht en zout, mogen we zelfvertrouwen hebben, met opgeheven hoofd leven en hoeven we ons nergens voor te schamen. Tegelijkertijd wordt ons in die beelden gezegd, dat we die grootheid alleen dan waarmaken, als we dienstbaar zijn aan aarde en wereld. Want zolang het zout in de pot blijft, dient het tot niets. Het moet uitge-strooid worden over het voedsel met mondjesmaat, daar moet het verdwijnen en pas als je proeft moet het duidelijk worden: het is goed, het smaakt, het zout heeft zijn werk gedaan.

Het licht is er niet om zichzelf, want als je te lang naar het licht zelf zou kijken, raak je verblind en zie je juist helemaal niets meer. Licht zegt: je moet niet naar mij kijken, maar naar de dingen die ik beschijn en licht geef.
En in het evangelie van vandaag wordt ons gezegd dat ook wij zo’n licht in de wereld zijn. Er staat niet ‘moeten worden’ of ‘in de toekomst zullen zijn’. Nee, wij zijn zo’n licht in deze wereld. En ook dat wil niet zeggen dat de schijnwerpers op ons gericht zijn; dat wij de vlotteriken zijn, de knapperiken die alles kunnen, de snelle jongens en de mooie vrouwen die alle licht naar zich toe trekken. Nee, wij zijn een lamp voor de voeten van anderen. Het betekent ook niet dat wij onze lamp moeten laten schijnen over de wetten die er zijn en anderen moeten laten zien, hoezeer ze tekort schieten in de vervulling daarvan.

In de eerste lezing staat wat het betekent licht te zijn in deze wereld. Er staat dat we dan weer uitzicht bieden aan alle stumperts en tobbers en al diegenen die het in deze wereld moeilijk hebben: wij schijnen met ons stralend licht niet in hun ogen - ze zouden verblind worden - nee juist ons kleine pitje van een beetje hoop, een beetje geloof en de poging die we doen om echt van mensen te houden, is voor hen voldoende om de weg te vinden. Wij zijn licht in de wereld. We hoeven het niet te worden. We hoeven er niet op te hopen, we hoeven er ons best niet voor te doen, we zijn het!
Daar gaat het om. Zo bevestigt het evangelie ons in het belang van ons doen en laten, maar zegt tegelijkertijd: het is nooit alleen voor jezelf. Ook ons samenzijn hier is niet voor onszelf maar om een dienst te verrichten aan de wereld. Om aan de aarde de kwaliteit van leven te geven: licht en zout.

Zout voor de aarde. Licht voor de wereld. Zijn voor de ander. Toch is het wel te begrijpen dat mensen angst hebben tegenwoordig, dat zij menen dat de kerk ten onder zal gaan, overwoekerd wordt door welvaart en luxe, door eigenbaat en doe-maar-raak. Angst is vaak de reden tot grendels en schuiven voor deuren en ramen. Want het deugt buiten niet. Jezus zegt: vertrouw! Vertrouw op de Vader van alle leven. Hij laat niemand verloren gaan, die aan de wereld werkt, die haar smaak geeft en licht. Hij verdwijnt wellicht in de aarde, maar gaat nooit voorgoed te gronde. De eerste christenen lieten op hun graven zetten: “Behouden bij God.” Waarom zou dat voor ons niet gelden?

Zoeken in Preken Online