Gij zijt het licht der wereld

A-cyclus · Tijd door het jaar · 5e zondag · groen

In het evangelie wordt Jezus meer dan eens genoemd: het licht van de wereld. Zo zegt hij van zichzelf: “Ik ben het licht van de wereld. Wie mij volgt, dwaalt niet rond in duisternis.” Het is niet zo moeilijk voor ons om Jezus te zien als het licht dat schijnt in onze menselijke duisternis. Zijn woord bevat antwoorden op onze diepste levensvragen. En zijn voorbeeld is het ideaal dat wij christenen in ons leven willen verwezenlijken. Hij heeft niet alleen maar een mooie theorie verkondigd bij voorbeeld over de liefde tot God en tot onze medemensen, hij heeft ze ons ook voorgeleefd.

Maar Jezus is geen licht dat je met een schakelaar zonder het minste probleem even kunt aanknippen om alle moeilijkheden op te lossen. Hij is ook geen groot verlicht uithangbord, waarmee reclame gemaakt wordt.

In de evangelielezing van vandaag horen wij Jezus zeggen: “Gij zijt het licht der wereld”: christenen moeten het licht der wereld zijn. “Uw licht moet stralen voor het oog van de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader verheerlijken die in de hemel is.”

Toen Jezus dit zei, dacht Hij heel zeker aan de woorden van de profeet Jesaja die wij hoorden in de eerste lezing: “Deel uw brood met de hongerigen, neem dakloze zwervers op in uw huis, kleed de naakten die gij ziet en keer u niet af van uw medemens. Dan zal uw licht stralen als de dageraad.” Ons licht hoeft dus niet te stralen als de middagzon, maar als de dageraad die het volle licht aankondigt. En zo kunnen ook mijn kleine daden, mijn zorg voor hen die niet te eten hebben, voor hen die geen dak boven hun hoofd hebben, voor hen die geen kleding of brandstof ter beschikking hebben om zich te beschermen tegen de bijtende koude, verwijzen naar het grote licht dat Christus is. En dat licht moet je niet onder de korenmaat zetten. Laat het stralen, ook als het niet meer is dan een olielampje. Ook schemerlampen geven sfeervol licht. Je licht hoeft niet te stralen als de zon die heel de aarde verlicht en verwarmt, het is voldoende een beetje licht te brengen in de kleine ruimte waar je met anderen samenwoont. Het hoeft ook niet te stralen als een vuurtoren, die zeelui de weg wijst. De grote wegwijzer is Christus. Je hoeft ook niet te stralen als een fakkel die alleen bij feestelijke gelegenheden wordt aangestoken. Een zwak maar constant licht is al een grote hulp voor mensen die in de duisternis rondtasten.

Wij weten heel goed voor wie wij licht in de wereld moeten zijn. De Schrift noemt: de weduwe, de wees, de vreemdeling. In onze tijd zou dat zijn: de zwakken, de kwetsbaren, de minderheidsgroepen in onze samenleving, en al die mensen die in de ontwikkelingslanden wachten op onze hulp. God verricht zijn heilswerk in de wereld door de edelmoedige inzet van mensen, zoals bv. een Kardinaal Newman die kon bidden: “Blijf bij mij Heer en ik begin te lichten, zoals Gij licht zijt. God, mag ik zo stralen, dat ik ook voor anderen licht kan worden”.

Zoeken in Preken Online