Jullie zijn het ‘zout’ van de wereld, jullie zijn er het ‘licht’ van. Twee nieuwe titels die Jezus geeft aan degenen die hem begrepen hebben. Onmiddellijk voegt hij er twee opmerkingen aan toe. Zo gauw als je weet dat je zout bent, is er het risico dat je dat alleen maar wilt zijn, en op dat moment geef je geen smaak meer; of je wilt licht op jezelf zijn, en dat lijkt op licht in een lege omgekeerde emmer.
Toch is dat niet het eerste obstakel. Voordat je die vergissingen kunt maken, heb je al iets ontdekt, namelijk dat je zelf die smaakkracht en verlichtingsmogelijkheid hebt. Worden we in die ontdekking binnen ons ‘geestelijk bestaand bestand’ geholpen? Of om het in de taal van de bevrijdingstheologie te zeggen: is die ‘consciëntisatie’, die bewustmaking, welkom?
In 1978 moet Joseph F. Girzone, een priester in de Verenigde Staten, zijn werk neerleggen. Zijn dokter adviseert hem het kalmer aan te doen. Hij is 54 jaar oud. Hij werkte met bendes van jongeren in New York, en met de armsten van de armen in de mijnstreek van Pennsylvania. Hij was de voorzitter van een comité voor de rechten van de mens geweest, had bemiddeld bij een moeilijke gevangenisrel en bij rassenconflicten in verschillende scholen. Hij besluit het kalmer aan te doen en begint te schrijven. Zijn eerste boeken doen het niet best. De uitgevers zien er geen brood in. Zijn boek Joshua geeft hij op eigen kosten uit. Het verkoopt zo goed dat een plaatselijke uitgever het overneemt, en die op zijn beurt verkoopt het weer zo goed, dat een van de grote Amerikaanse uitgevers het opkoopt. In de grootste katholieke boekenwinkel van Washington DC, op de campus van de katholieke universiteit, staan er drie steeds weer aangevulde stapels van het boek. Ze vliegen er uit. Men zegt dat er tot op heden een half miljoen verkocht zijn, en de auteur was nog niet zolang geleden in Moskou, waar hij Gorbatsjov een exemplaar van zijn boek gaf. Iemand uit het Vaticaan bestelde er maar liefst tweehonderd!
Zelf zag ik het boek voor het eerst op een parochiebijeenkomst. Iemand zei me dat hij nog nooit in zijn leven een boek helemaal uitgelezen had, maar dit boek al tien keer!
Het is een uiterst eenvoudig boek, op het naïef simpele af. Het gaat over Jezus die als een timmerman/houtsnijder ergens in Amerika in een dorp komt wonen. Hij wordt ondanks zijn naam Joshua niet herkend. Hij maakt vriendelijk contact met de mensen rond hem. Hij krijgt opdrachten van de joodse en christelijke gemeenten. Hij maakt een beeld van Mozes en een van Petrus. Hij komt in moeilijkheden met de leiders van beide gemeenschappen, omdat hij door die beelden op zijn eigen manier duidelijk maakt, dat iedereen Gods geest in zich draagt. Op het einde van het boek is hij in Rome om zich te verantwoorden. Zes van de zeven leden van het comité belast met zijn geval stemmen om hem het zwijgen op te leggen. Als zijn vrienden hem zoeken in Rome, zien ze nog net zijn schaduw, maar als ze de kamer binnenkomen vinden ze alleen zijn sandalen, een medaille en twee munten.
Het is geen nieuw verhaal. Wellicht dat Gorbatsjov het thema terugvindt in zijn eigen Russische letterkunde, zoals een van Girzone’s recensenten dat deed: ‘Girzone’s Joshua is van dezelfde klasse als Dostojewski en Toistoi. ‘ Niet van die klasse, wel hetzelfde thema. Denk maar aan Dostojewski’s verhaal van de Groot-Inquisiteur, die Jezus laat arresteren in Sevilla, daags nadat er honderden ketters op de brandstapel verbrand waren. Ook hij kent Jezus terug, laat hem opsluiten, besluit hem zelfs tot de brandstapel te veroordelen, want zoals hij zegt: de blijde boodschap, dat we allen de geest in ons dragen, Vrij zijn en zout en licht genoemd kunnen worden, is te gevaarlijk voor deze wereld. Het mag verkondigd noch geweten worden. Jezus antwoordt hem niet, hij kust de oude man op zijn bloedloze droge lippen. Die rilt over zijn hele lijf, opent de gevangenisdeur en zegt: ‘Ga weg, helemaal weg en kom nooit, nooit meer terug.'
Toch doet hij het steeds weer. Het oude verhaal is niet dood. Het moet niet alleen verteld worden met oog op die anderen, het moet doorgegeven worden om het waar te maken. Zonder dat zout en licht verduisteren we flauwvallend allemaal…