Minderheid

A-cyclus · Tijd door het jaar · 5e zondag · groen

We weten niet hoe groot de groep was tot wie Jezus zei: ‘Jullie zijn het zout van de aarde, het licht van de wereld, een stad op een berg, de lamp in de huiskamer.’ Zeker niet de hele bevol-king van het toenmalige Israël! Niet al zijn tijdgenoten volgden Hem, hoezeer Hijzelf ook verlangde alle verloren schapen van Israël bijeen te brengen. Hij heeft zijn grote wens niet in vervulling zien gaan. Intussen trok Hij rond met een kleine groep mensen. Blijkbaar volstond dat. En na zijn verrijzenis bestond de beginnende Kerk uit een aantal verspreide, kleine groepen. Zij zagen zichzelf als het zout van de aarde en het licht van de wereld.

Het is goed dat te beseffen, nu wij als christenen, althans in onze contreien, een minderheid geworden zijn. Dat hoeft helemaal niet de ondergang van de Kerk te betekenen. De meer-derheid van onze tijdgenoten belijdt het evangelie niet (meer) uitdrukkelijk, maar dat wil nog niet zeggen dat de overgebleven minderheid van christenen er dan ook maar beter mee ophoudt. Daar zou niemand bij gebaat zijn. Dat zou pas verraad zijn aan het evangelie! Veeleer zegt Jezus tot wie Hem wel volgt: ‘Jullie moeten zout zijn dat zijn kracht behoudt. En licht dat straalt.’

Stel je even in de plaats van die lamp die staat te branden op de kandelaar. Wat ziet ze om zich heen? Geen andere lampen, maar alleen duisternis. Ze zal zich eenzaam voelen. Maar hopelijk raakt ze niet zozeer ontmoedigd dat ze ophoudt met branden, want dan zitten allen in de duisternis.

Voor de gelovigen is dat inderdaad geen comfortabele positie. Maar dat heeft Jezus ook nooit aan zijn volgelingen beloofd. Waar gaat het Jezus tenslotte om? Niet om een knus kringetje volgelingen die zich samen goed voelen, maar om ‘de wereld’ en om God die daarin wil komen om ze te redden. Jezus heeft blijkbaar een grenzeloos vertrouwen in die kleine groep. Hij stelt ontzettend hoge eisen. Jullie moeten zout en licht zijn, opdat de mensen jullie goede werken zien en - en nu komt het - jullie Vader verheerlijken die in de hemel is. Dat God met deze wereld begaan is, zal moeten blijken uit de goede werken van Jezus’ volgelingen. Het is de enige weg die God heeft om bij zijn mensen te raken! Zozeer bindt de Heer zelf zich aan zijn volgelingen.

Van Gods kant lijkt het wel een roekeloos avontuur en voor ons een onhaalbare opgave. Maar in feite is dat toch de werkelijke gang van zaken door de tijden heen. Het volstaat even te denken aan ons eigen christen-zijn. Dat is niet uit de lucht komen vallen. We hebben het niet zelf in de boeken ontdekt. Wij zijn gelovig geworden (en gebleven) omdat andere mensen ons het geloof op een ‘geloof-waardige’ manier hebben aangereikt. Omdat zij licht in onze duisternis waren. Omdat hun levend voorbeeld van die aard was dat wij op onze beurt konden zeggen: ‘Jawel, dat is de goede weg, laten wij de Vader verheerlijken die in de hemel is.’

Zoeken in Preken Online