Leerling te zijn

A-cyclus · Tijd door het jaar · 4e zondag · groen

“Nadat Hij zich had neergezet, kwamen zijn leerlingen bij Hem”.

Soms heeft de bijbel een lang verhaal nodig, soms een hele toespraak, om iets duidelijk te zeggen. Soms is één woord genoeg. Je weet meteen waarom het gaat. Dat is hier het geval.

Leerling zijn is bij Hem komen, uit de menigte treden, ophouden grijs te zijn, naamloos, verborgen in de grote groep. Naar voren komen en op de eerste rij gaan zitten, om goed te zien en… om goed gezien te worden. Een mens te worden met profiel, een mens die wil weten, die wil leren, horen en luisteren.
De leerling is een nieuwsgierige, die een groot risico op zich neemt: hij kan aangesproken worden en opgevorderd. Hij verdraagt het dat degene, die spreekt, hem in de ogen kijkt en met de vinger in zijn richting wijst, en zegt: ik heb u nodig.

En dat zal niet vaag zijn en ook niet gemakkelijk, want hij die spreekt weet wat hij wil.
Hij wil iets - heel veel - voor alle mensen, maar dat is nog doenbaar omdat het algemeen is.
Hij wil iets - heel veel - voor ieder mens dichtbij en veraf. Bij elke opdracht geeft hij ons het volledige adres, met naam en toenaam, met huisnummer en telefoon. Dáár, die man, die vrouw.
Dat risico loopt de leerling en niemand verzekert hem, dat het ooit een successtory wordt. Integendeel.

Alleen dit: hij mag drie dingen nooit vergeten. Hij zal noch de berg, noch de menigte, noch zichzelf vergeten. De berg, waar het hoge woord wordt gesproken. De menigte, die altijd en overal op bevrijding rekent. Zichzelf, omdat hij een zalig mens moet zijn.

Zo is dan de leerling: hij ontvangt zaligheid vanuit een bron voor zichzelf en voor de wereld.

Zoeken in Preken Online