33e zondag door het jaar (2008)

A-cyclus · Tijd door het jaar · 33e zondag · groen

Beste dorpsgenoten,
“Een sterke vrouw, wie zal haar vinden?” De openingswoorden van de eerste lezing.
Een actuele vraag! De drie monotheïstische godsdiensten, de RK. kerk voorop, willen of kunnen zo’n vrouw niet vinden, of weigeren naar haar te zoeken. En dat terwijl de liturgische maaltijd, de H. mis, het hart heet te zijn van de kerk. Maaltijd, eten klaar maken, tafel klaar maken, bedacht zijn op de stemming van de gasten, daar verwacht je vrouwen bij. Maar niet bij ons. Deze obsessie is zo krampachtig dat je aan bezetenheid gaat denken.
Deze week is Ella Vogelaar ontslagen als minister van Wonen, Welzijn en Integratie. Twee jaar geleden werd zij door partijleider Bos aangetrokken als de sterke vrouw die zo’n zware opdracht aankan. Nu laat hij haar vallen “want zij kon niet langer gezagvol en effectief optreden” nadat hij veel klachten over haar moest horen. Iemand die achter zijn mensen staat, had kunnen proberen haar te ondersteunen. Dat heeft hij nagelaten. Bovendien heeft hij niet bekend dat hij haar twee jaar geleden duidelijk verkeerd heeft ingeschat. Dat is de flater die Bos zelf geslagen heeft en waar Vogelaar nu veel pijn om moet lijden.
Nog iets van deze week: een groep geestelijk gehandicapten laat zien dat zij in staat zijn tot kunst van hoog gehalte. We kunnen beter heel zuinig worden met het woord “zielig” om deze medemensen op hun plaats te zetten. Eeuwenlang zijn zulke mensen zo behandeld en opgeborgen dat zij geen kans kregen met hun ene talent te werken. Nu kan dat eindelijk wel, hier en daar. Ontroerend , iets om heel dankbaar voor te zijn.
Dan het evangelie over het woekeren met onze talenten. Daar wordt degene die zorgde dat hij zijn ene talent tenminste onverkort kon teruggeven, uitgemaakt voor slechte en luie knecht. De gelijkenis wordt heel actueel gelet op de bankiers die met hun onbarmhartige hartstocht tot ongeremd graaien, mede de oorzaak waren van de financiële en economische malaise waar nu veel mensen onder zullen gaan lijden.
En het vervolg; “Want aan ieder die heeft, zal gegeven worden, zelfs in overvloed gegeven worden; maar wie niet heeft, hem zal nog ontnomen zelfs wat hij heeft. En werpt die onnutte knecht buiten in de duisternis; daar zal geween zijn en tandengeknars.”
En Lucas laat nog duidelijker zien dat de eerste christenen blijkbaar aan harde woorden gewoon waren. Want hij legt Jezus tot besluit van de gelijkenis van de tien talenten deze woorden in de mond: “En die vijanden van mij, die mensen die niet wilden dat ik koning over hen werd: brengt ze hier en steekt ze voor mijn ogen neer. " (Lucas 19, 27)
Gelukkig kan ik ook andere teksten aanhalen. Aan de gelijkenis van de tien talenten gaan bij Lucas deze woorden vooraf: “De mensenzoon is immers gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was.” (Lucas 19,10) En bij Johannes lezen we: “Want ik ben niet gekomen om de wereld te veroordelen maar om de wereld te redden.” (Johannes 12, 47).
Redden. En dan denk ik aan: menselijkheid redden, niet door aan het kruis te sterven, of door iemand te redden uit het water, maar door barmhartigheid.
Dat is een groot woord, het roept het beeld op van de barmhartige Samaritaan, te groot om het in praktijk te brengen.
Laat ik het vertalen: aandacht hebben voor kleinigheden, die mij treffen en die mij heel even goed doen, blij maken, het gevoel geven dat ik meetel. Dikwijls is dat een vriendelijk woord, een compliment, een groet, een glimlach van een medemens.
Wat valt er te redden of hoe beoefen ik hier barmhartigheid? Door scheppend om te gaan met het alledaagse, red ik het, maak ik het kostbaar, heilig! Als een moeder de broeken van haar kinderen in de was doet, dan vindt ze in de broekzakken de gekste dingen, een kiezelsteentje, een blaadje, een veertje, van alles. In plaats van steentjes kunnen we dankbaarheid voelen, “dank je wel”, kwetsbaarheid, “wat fijn dat je aan me denkt”, bewondering: “wat lekker”, “wat mooi” , van alles. En dat laten zien en horen. Zo wordt het alledaagse tot zevende dag. We gaan scheppend met elkaar om: “De Schepper zag dat het goed was wat hij gemaakt had.”
In één woord: barmhartig omgaan met het alledaagse. En zo tillen we elkaar uit boven het gewone en het goedkope. We gaan glanzen, stralen, we worden blij, zoals we bedoeld zijn.
Zo redden we de mensheid, zo redden we elkaar. Zo begint de nieuwe schepping: door het alledaagse opnieuw te ontdekken, geduldig en vastberaden.

Zoeken in Preken Online